102. Bullshit rules

Posted on May 31, 2016 in Blog, Featured, Uncategorized

102. Bullshit rules

De vorige keer kondigde ik aan twee begrippen uit te leggen die onze moderne samenleving, denk ik, meer dan enige andere, representeren. Aan de ene kant was er de pseudo- of schijngebeurtenis: de gebeurtenis die niet spontaan ‘gebeurt’, maar wordt ‘opgevoerd’ om door media verslagen te worden – en om andere schijngebeurtenissen te genereren. Schijngebeurtenissen bevredigen de honger naar het interessante, ze bestaan omdat we te hoge verwachtingen hebben van het ‘gewone’ leven.

We hebben inmiddels een samenleving die voor een groot deel om schijngebeurtenissen draait – ik zal daar de komende weken meer voorbeelden van geven. In elk geval is het duidelijk dat moderne politiek voor het grootste deel door schijngebeurtenissen wordt gevormd – opiniepeilingen, interviews, toespraken, campagnes – en dat het daarom niet verwonderlijk is dat een menselijke schijngebeurtenis – een beroemdheid – als Donald Trump zo succesvol is.
Maar schijngebeurtenissen vormen niet de enige karakteristiek van onze maatschappij. Eerder is er sprake van een samenstelling van schijngebeurtenissen en bullshit, een schijn-bullshit of liever nog, een bullshit-schijn complex (bij een andere volgorde zou je kunnen denken dat er een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘schijnbare’ en ‘echte’ bullshit).

Bullshit
Van Donald Trump is vaker gezegd dat hij een bullshit artist is. Wat betekent dat, en vooral de term bullshit in deze samenstelling?
De beste analyse van het fenomeen bullshit komt uit het populaire essay ‘On Bullshit’ van de Amerikaanse filosoof Harry Frankfurt. Frankfurt beschrijft hierin het verschil tussen bullshit en het verwante begrip leugen.
Allereerst is een leugen een gerichte uitspraak, een leugen heeft een focus. De leugen probeert op een specifieke plek in een web van overtuigingen een onwaarheid te plaatsen, omdat de leugenaar een voordeel heeft bij deze specifieke onwaarheid (of de waarheid hem zou schaden).
Een leugen is een ‘zet’ in een spel dat om waarheid draait. De leugenaar weet wat waar is, of denkt dat in elk geval te weten, maar kiest ervoor iets te zeggen dat onwaar is – met de pretentie dat het waar is.
Bullshit werkt heel anders. Allereerst heeft het geen focus: bullshit komt niet in enkelvoudige vorm, als een bepaalde uitspraak – je verspreidt het, als mest (waar de metafoor ook vandaan komt). En bullshit is geen zorgvuldige poging om in een web van waarheden een specifieke onwaarheid aan te brengen – een bullshitter is bereid de gehele context te verzinnen, als dat nodig is.
Dit betekent niet dat bullshitten moeilijker of gemakkelijker is dan liegen – het is vrijer, creatiever, artistieker. Bullshit is meer een kunst dan een ambacht, zegt Frankfurt. Vandaar de term ‘bullshit artist’.

Bullshit is erger dan leugens
Het gaat een bullshit-kunstenaar er niet om de feiten, of zijn overtuigingen, misleidend weer te geven. Dat is wat een leugenaar doet.

De bullshitter misleidt ons niet – en wil ons niet misleiden – over de feiten, of over wat hij als feiten beschouwt. Waar hij ons wel over moet proberen te misleiden is zijn onderneming. Zijn enige onmisbare kenmerkende karakteristiek is dat hij op een bepaalde manier vertekent wat hij van plan is.

Zowel leugenaar als bullshitter verbergen iets. Maar waar de leugenaar verbergt dat hij ons probeert weg te voeren van de waarheid, van wat hij zelf als waarheid ziet, daar probeert de bullshitter te verbergen dat waarheid hem helemaal niet interesseert – dat hij de waarheid probeert te tonen noch te verstoppen.
Een waarachtig mens zegt wat hij of zij als eerlijk en waar beschouwt. Een leugenachtig mens wat hij of zij als oneerlijk en onwaar ziet. Een bullshitter maalt niet om waar- of onwaarheid, maar roept gewoon wat, als het maar in zijn of haar kraam te pas komt.

Bullshit, zegt Frankfurt, is op een bepaalde manier schadelijker dan leugens. Wie op een bepaald moment in een bepaalde situatie liegt, is op een ander moment, in een andere situatie, heel goed in staat de waarheid te spreken. Bullshit daarentegen, als het doen van uitspraken zonder op iets anders te letten dan of het ‘zo uitkomt’, ondergraaft de gewoonte om rekening te houden met hoe het echt zit.
De waarachtige en de leugenachtige mens geloven allebei in waarheid als een maatstaf – alleen probeert de waarachtige hieraan te voldoen en de leugenaar niet. De bullshitter ontkent het hele bestaan van die maatstaf, en van de mogelijkheid om ware of onware uitspraken te doen. Daarmee is bullshit funester dan leugens.

Bullshit en politiek
Er zijn verschillend redenen waarom bullshit en politiek zo vaak samengaan. Eentje is dat een politicus bij elke uitspraak geleerd heeft om te denken wat de gevolgen van die uitspraak zijn. Een politicus kan nooit onbevangen zeggen wat volgens hem of haar het geval is, maar moet altijd rekening houden met de publieke opinie, met het partijbelang, met actuele en mogelijke concurrenten, met zijn toekomstige onderhandelingspositie, etc.
Liegen is in een dergelijke situatie ook geen aantrekkelijke optie, omdat het altijd mogelijk (en in een publiek ambt zelfs waarschijnlijk) is om op die leugen betrapt te worden. Het beste kun je er dus maar gewoon op los lullen en een reeks uitspraken doen die in je eigen verhaal passen. En als iemand je op die uitspraken wil aanvallen, omdat ze niet zouden kloppen, dan beschuldig je hem of haar gewoon van partijdigheid.

Een andere reden waarom politici vaak de bullshit-optie kiezen is dat doorgaans moeten praten over dingen waar ze geen verstand van hebben. President Obama, bijvoorbeeld, is een advocaat. Hoe kan hij dan vragen beantwoorden over economie of buitenlands beleid zonder snel buiten zijn eigen area of expertise te komen? Het is duidelijk: dat kan hij niet. En toch doet hij het. Net als elke politicus wordt hij geacht over alles een mening en een standpunt te hebben en het is niet geoorloofd te zeggen “ik vind dit omdat mijn expert me dit heeft ingefluisterd”. Van onze politici eisen wij dat ze overal verstand van hebben – en daarmee maken wij het bijna noodzakelijk voor hen om in bullshit te vluchten.

De derde reden voor de prevalentie van bullshit in de politiek is de moderne invloed van marketing en reclame. En die wordt alleen maar groter. Van Hillary Clinton wordt wel gezegd dat ze bij elk beleidsvraagstuk laat onderzoeken wat een pro- of contra-standpunt voor haar populariteit zou betekenen – om vervolgens de meest ‘lucratieve’ mening te kiezen. Ook als dit overdreven is, geeft het een belangrijke praktijk in de huidige politiek weer, het ‘regeren volgens opiniepeilingen of focus-groepen’. En dat werkt weer bullshit in de hand, omdat een politicus die door opiniepeilingen wordt gedreven, vooral let op wat ‘werkt’, niet op wat waar is.

Het huwelijk van schijngebeurtenissen en bullshit
Omdat bullshit een kunst is die de werkelijkheid vrijelijk naar haar hand zet, is het een ideale manier om schijngebeurtenissen te scheppen. Vooral in de wereld van de politieke campagne, waar je dagelijks moet proberen iets te bieden wat nieuwswaardig is.
Wanneer je gericht bent op feiten, op waarheid, op echtheid, dan is dat een hele klus. Niet elke dag is er een misstand om aan de kaak te stellen, of een ingenieus beleidsvoorstel om de wereld te verbeteren.
Wanneer je ermee tevreden bent gewoon maar iets te roepen wat mensen moet interesseren is het al veel gemakkelijker om het nieuws te halen. Dan is het namelijk voldoende om schokkende dingen te roepen of mensen te beledigen.
Op die manier heeft Donald Trump inmiddels al zijn Republikeinse rivalen weggevaagd en het is op dit moment moeilijk te zien hoe Hillary Clinton, zijn waarschijnlijke opponent in de algemene verkiezingen, hem kan stoppen. Als ze zich aan de restricties van de ‘oude’ politiek houdt, waarin je weleens een leugentje mag vertellen maar toch de waarheid als maatstaf houdt, wordt ze een speelbal voor Trumps bullshit-campagne. Als ze in zijn aanpak meegaat is het onwaarschijnlijk dat ze hem op zijn favoriete wapen kan verslaan.

Of Clinton nu in november de eerste vrouwelijke president wordt of Trump de eerste bullshit-president – beiden zullen wel de eersten, maar niet de laatsten zijn.
Het is ondenkbaar dat vrouwen niet vaker hun plek in het Witte Huis zullen opeisen. Maar het is even moeilijk voorstelbaar dat Trump de eerste en de laatste bullshit-kandidaat zal zijn. Want hoewel hij louter voor zichzelf in de politiek lijkt te zijn gegaan, vertegenwoordigt Trump wel een belangrijk deel van de samenleving – het bullshit deel. En dat is niet gering, zoals ik volgend keer zal proberen te laten zien.