275. Gastblog: uit de correspondentie van een bederver

Posted on Jan 29, 2020 in Bederver, Blog, Featured, gastblog

275. Gastblog: uit de correspondentie van een bederver

Beste Breukslijm,

Het is een beetje laat, maar nog gefeliciteerd met de verkiezing van ‘boomer’ tot woord van het jaar. Ik hoorde van Zweerslak dat het jouw vondst was. Hulde!

Er is een heel speciaal bedervers-gevoel voor nodig om te onderkennen dat ‘babyboomer’ een neutrale beschrijving is, ‘boomer’ een denigrerende afkorting. Een woord als een wegwerpgebaar.

Was jij ook verantwoordelijk voor die toevoeging ‘OK’, die tot het gevleugelde ‘OK boomer’ voerde? Ik heb gesmuld van de meme die dat opleverde. En helemaal dat die meme zelf, als communicatiemiddel van jongeren en niet van ouderen, zelf al weer de kloof tussen de generaties vergrootte. Minimale middelen en maximale verwijdering, daar houden wij bedervers van.

Natuurlijk kan niet alle credit voor de strijd tussen de generaties naar jou gaan. Allereerst hebben bedervers door de eeuwen heen eraan gewerkt om ouderen hun eigen neergang (en de onvermijdelijke opkomst van jongere generaties) met rancune te laten bezien. Creatieve collega’s hebben daarvoor vruchtbare denkmodellen aangereikt, zoals “Toen ik jong was..” of “In mijn tijd…” Dat zijn nu cliché’s (waarop ‘OK boomer’ een passende reactie is), maar ooit was er een eerste bederver die een oude, knorrige man die vergelijking in de mond legde. Hulde aan deze onbekende soldaat.

Ander waardevol werk werd gedaan door onze medebedervers die honderd jaar geleden het woord ‘generatie’ omvormden, zodat het niet langer alleen leden van een familie, maar ook complete maatschappelijke groepen tegen elkaar op kon zetten. Dat het in deze vorm de overgang van bruikbaar begrip naar totale bullshit had gemaakt, werd daarbij knap verborgen.

Zelfs wanneer mensen het neutraal over millennial of generatie X hebben, werken ze mee aan ons plan. Want zo gauw je niet bestaande scheidslijnen accepteert, of die nu op geslacht, huidskleur, seksuele voorkeur of leeftijd gebaseerd zijn, schep je de omstandigheden om groepen tegen elkaar op te zetten en tegen elkaar uit te spelen.
Meer werk voor ons!
Het mooie van het generatiebegrip is dat het van leeftijd een identiteit maakt – en identiteit, zo weten we maar al te goed, is uitnemend geschikt om mensen tegen elkaar op zetten. In het huidige denken is identiteit immers noodzakelijk iets wat mensen onderscheidt.

Als jongeren en ouderen denken dat ze door louter leeftijd gescheiden zijn, is dat onderscheid maar -letterlijk en figuurlijk – tijdelijk. Oude mensen kunnen denken: ik was ook eens jong. En jonge mensen kunnen denken: zo oud zal ik ook eens zijn. Maar met generaties zit het anders, die kloof valt nooit meer te overbruggen. Een millennial zal nooit een babyboomer worden, een babyboomer is nooit een millennial geweest.

Nu zijn oudere mensen altijd al vervuld geweest van ressentiment, omdat ze in de loop van de tijd hun krachten en status zagen afnemen. Wie zou niet rancuneus worden wanner hij zich voorbijgestreefd ziet door mensen die hij eerder nog de neus of billen afveegde? (Wie zou niet rancuneus worden bij elke vorm van verlies? – wij bedervers in elk geval.)
Dat ressentiment was voorheen echter een vorm van eenrichtingsverkeer. Ouderen waren vervuld van wrok, maar jongeren toonden ten opzichte van ouderen helaas medelijden en grootmoedigheid (schreef al Aristoteles in zijn Rhetorica), zeker als ze waren van hun winst op de lange termijn.
Er komt een dag, wist elke jongere door de eeuwen heen, dat de oudere generatie zijn macht en status verliest en dat het de beurt is aan jongeren to rule the world.

Het is de grote verdienste van jouw en je collega’s dat jullie die verwachting de grond in hebben geboord, en daarmee de karakteristieke hoop en grootmoedigheid van de jeugd een fatale slag hebben toegebracht.
Niet langer verwachten jongeren een wereld te erven, dus kijken ze om zich heen naar mensen die ze op die gefnuikte verwachtingen kunnen aanspreken. En begrijpelijkerwijs kijken ze dan naar de erflaters.
Milieuproblemen? Daarmee zijn ze opgezadeld door vorige generaties (en daar hebben ze zelf geen hand in gehad, natuurlijk). Racisme? Komt door de witte meerderheid van babyboomers. Tekorten op de woningmarkt? Bejaarden blijven in hun te grote woning zitten. Stijgende pensioenkosten door vergrijzing? Komt omdat ze met zo fucking veel zijn!

Goed gedaan.
Waak er wel voor dat mensen gaan doordenken bij deze argumentatie. Beter dat ze stoppen bij het aanwijzen van een schuldige. We willen bijvoorbeeld niet dat jongeren gaan begrijpen dat er door het grote aantal ouderen geen plek is in verpleeghuizen en dat mensen daarom maar in hun te grote woning blijven zitten.
Doordenken is nooit goed voor bederf.

En het is ook nooit weg wat extra etiketten de wereld in te strooien, die denken vervangen en overbodig maken. Boomers zijn ‘profiteurs’. Millennials zijn ‘lui’.
Benadruk dat er tussen generaties alleen een kloof kan bestaan, geen brug. En al helemaal geen solidariteit!

De wederzijdse miskenning van jong en oud past in onze wijdere strategie om eenzijdig ressentiment in tweerichtingsverkeer te veranderen. Eerder is ons dat al gelukt bij de emancipatie van vrouwen (die nu op ‘miskende’ mannen stuit) en de strijd tegen racisme (waardoor blanken zich nu ‘omgekeerd gediscrimineerd’ voelen). We streven er nog naar om ook het ressentiment van provincie tegen Randstad (overigens een merkwaardige naam voor het centrum van Nederland) te complementeren door rancune van Randstad jegens provincie. En we dromen van het moment waarop de ‘elite’ zich onrechtvaardig behandeld voelt door het ‘volk’.

Uiteindelijk willen we een samenleving die doorknaagd wordt van bederf; waar niet alleen elk succes jaloezie uitlokt, maar elk slachtofferschap benijd wordt.
Rancune zonder verlies, wraak zonder onrecht. Laag dat hoog neerhaalt, hoog dat zich vrijwillig verlaagt.
Bederf alom.

Als altijd,

je begerige
Ratzweer