262. Wees als water

Posted on Oct 25, 2019 in Featured, Uncategorized

262. Wees als water

Bij recente betogingen van Catalaanse separatisten in Barcelona volgden de betogers tactieken die ze hadden afgekeken van protesten in Hongkong. Ze doken op waar de politie afwezig was, om meteen te wijken wanneer het gezag zich toonde – om vervolgens ergens anders weer te hergroeperen. De wendbare wijze van protesteren werd mogelijk gemaakt door het gebruik van sociale media, waar je snel kunt doorgeven waar het protest kansrijk is en waar het tegenstand ontmoet. De gebruikte apps hebben speciale toegangscodes, zodat de overheid ze niet kan infiltreren.

Zoals gezegd is het gebruik van deze technologie en de filosofie achter de flexibele betogingen afgekeken van de protesten in Hongkong. Daar frustreren betogers al sinds april de lokale overheid. De actievoerders hanteren een filosofie die afkomstig is uit de Aziatische vechtsport: Wees als water. #Belikewater is sinds kort de hashtag waarmee de betogers elkaar op Twitter aanmoedigen, ook in Barcelona.

Wees als water
“Be like water” is een uitspraak van de uit Hongkong afkomstige actieheld Bruce Lee. De Chinees-Amerikaanse filmster ontwikkelde in de jaren zestig een eigen vechtstijl, een combinatie van verschillende martiale technieken. Hij was daarmee de grote voorloper van de nu populaire vechtsport Mixed Martial Arts (MMA). Om zijn flexibele ‘non-stijl’ te beschrijven, gebruikte Lee de vergelijking met water.

In boeken en tv-programma’s heeft Lee meerdere malen zijn filosofie geformuleerd:

Wie het citaat intypt op Google vindt tientallen voorbeelden van mensen die erdoor geïnspireerd zijn en het gebruiken om hun levens een bepaalde richting te geven.

Het citaat is zelfs zo populair dat het lang niet altijd aan een persoon wordt toegeschreven, maar soms zelfs gewoon als anoniem gezegde wordt aangehaald. Zoals in een tweet van rap-ster Kanye West, die weer tot duizenden retweets en tienduizenden likes leidde:

 

Of het wordt zonder enige toelichting geciteerd, zoals op een website voor voedingsadviezen, wat suggereert de vergelijking tussen water en een gevechtstactiek op een of andere manier gekoppeld zou moeten zijn aan gezond eten – hoe, dat mogen we zelf bedenken, daar had de schrijver, entrepreneur Jason Wachob, geen zin in.

Kennelijk is water voor veel mensen een sterke, suggestieve metafoor. Wat is het geheim van dit ‘metaforische’ succes, en waarom gebruiken zoveel mensen de beeldspraak buiten de context van een gevecht? Dat wil ik hier onderzoeken.

Beeldspraak
We weten allemaal wat een metafoor inhoudt: de overdracht (meta-fora in het Grieks) van betekenis – van de ene situatie of het ene begrip op het andere.
“Juliet is de zon” (uit Romeo en Juliet) – geeft Juliet een aantal ‘zonachtige’ eigenschappen: ze straalt, geeft warmte, is onmisbaar in het leven van degene die haar bemint, enz.

Menselijk denken en zeker menselijke spreken is voor een groot deel metaforisch, waarbij we woorden uit de ene context gebruiken om een andere context te verduidelijken.

Een aantal metaforen zijn dermate dominant en vanzelfsprekend geworden, dat we helemaal niet meer horen dat ze twee contexten verbinden.

De draak met iets steken.
Over het paard tillen.
De eerste viool spelen.

Deze metaforen zijn – als metafoor – ‘dood’. (Merk op dat ‘dode metafoor’ zelf een dode metafoor is!)

Soms zijn metaforen zelf een soort schema van het denken geworden:

Een debat is een gevecht.
Liefde is een reis.
Groot is belangrijk.

Deze metaforen zijn heersende manieren van denken over debatteren, liefde en dominantie geworden, en die spontaan een grote onderklasse van nieuwe metaforen kunnen genereren. Wie won het debat? Hij had een doorslaggevend argument. Tegen die beschuldiging had zij geen verweer. De favoriet werd van alle kanten aangevallen. Hij verdedigde zich met een drogredenering.

De debat-gevecht beeldspraak is voor ons zo vanzelfsprekend geworden, dat we moeiteloos nieuwe passende metaforen kunnen begrijpen of zelf bedenken.

Er zijn natuurlijk ook nieuwe metaforen die ons nog wel verrassen en die zelfs moeilijk te doorgronden vallen, de poëtische metaforen:

De lucht vlamde in het rond.
Ze ruiken aan je hart.
Grote blondines die witte woorden spreken.

Hoe beoordelen we nu of bepaalde metaforen geslaagd zijn?
Voor literaire metaforen hanteren we andere criteria dan voor wetenschappelijke. Een literaire metafoor moet vooral verrassend zijn en de juiste emotionele associaties opwekken. Een religieuze metafoor moet op een bepaalde wijze de ‘onbeschrijfelijkheid’ van de werkelijkheid uitdrukken (en mag daarom ook paradoxaal zijn (“God is een cirkel waarvan het middelpunt overal en de omtrek nergens is”), of zelfs innerlijk tegenstrijdig (zoals het omschrijven van Jezus als zowel ‘Lam Gods’ als ‘Goede Herder’). Een wetenschappelijke metafoor (het atoom is als een zonnestelsel) moet vooral duidelijk en kloppend zijn.

Voor een filosofische metafoor geldt denk, net als voor een wetenschappelijke, dat we vooral naar de structuur van de beeldspraak en de overeenkomst met de structuur van de werkelijkheid moeten kijken.
De metafoor moet, als het ware, bruikbaar en nuttig zijn om de werkelijkheid mee aan te vatten. Om mee te denken, niet zozeer om mee te voelen.

Beeldspraken zijn dus het nuttigst wanneer ze een bepaalde structuur hebben, met andere woorden, wanneer ze analogieën zijn.
Analogieën zijn namelijk allereerst het model van een redenering, met de vorm ‘A staat tegenover B zoals X tegenover Y staat’.

Hoe meer delen van de bron van analogie met delen van de toepassing vergeleken kunnen worden, hoe bruikbaarder de analogie is.
Als liefde een reis is, kunnen we delen van de reis (doel, route, hindernissen, vervoersmiddel, reizigers) vergelijken met onderdelen van de liefde (geluk, gedeeld leven, tegenslagen, relatie, geliefden). En als meerdere delen ‘matchen’, is de metafoor bruikbaar (en vruchtbaar, in zoverre hij tot meer metaforen en meer vergelijkingen tussen de structuur uitnodigt).

De delen van de structuur moeten dan wel corresponderen met de delen van onze ‘metafysica’, de manier waarop we de wereld indelen en betekenis geven. Met andere woorden, de analogie moet ‘diep’ zijn en niet oppervlakkig.

Diepe analogieën
Wat bedoel ik met diep en oppervlakkig?
Een paar voorbeelden kunnen dit duidelijk maken.

Een praktijk als astrologie, bijvoorbeeld, grossiert in oppervlakkige analogieën. Omdat de planeet Mars een vage rode kleur vertoont, wordt hij geassocieerd met vuur en bloed en dus met de god van de oorlog. Omdat Saturnus zich langzaam schijnt te bewegen in zijn baan, wordt hij vergeleken met een oude man en dus met de god van de klok en de ouderdom.

Een diepe analogie, bijvoorbeeld, is de vergelijking van segmenten van ijskolommen, geoogst in gletsjers, met die van jaarringen van bomen. Die analogie is niet oppervlakkig (de ene reeks van segmenten is verticaal, de andere horizontaal) maar gebaseerd op een fundamenteel inzicht: dat de opeenvolging van ijslaagjes hetzelfde zegt over het ‘leven’ van de gletsjer als de opeenvolging van jaarringen over de boom. En de analogie gaat nog dieper, want boomringen en ijslagen zeggen ook iets over de omstandigheden waarop het ijs en het hout zijn aangegroeid – daarom worden beide groeiprocessen ook gemeten om er klimaatschommelingen uit af te lezen – en om elkaars informatie te bevestigen of te ontkennen.
Dat ijslaag-jaarring een vruchtbare analogie is, blijkt ook uit de uitbreiding van de vergelijking naar oorsmeer van Groenlandse walvissen. Tijdens hun ruim 200 jaar lange leven migreren deze dieren jaarlijks van noord naar zuid en weer terug en elke keer groeit er een laagje oorsmeer met een verschillende kleur. Aan het eind van hun leven kun je de bal in de lengte doorsnijden en zo zien hoe oud ze zijn. (En misschien kun je uit de dikte van de laagjes ook nog wel iets aflezen over de toestand van de oceaan tijdens die eeuwen.)

Nog een voorbeeld.
Een paar dagen geleden noemde president Trump het onderzoek naar redenen om hem af te zetten een ‘lynch partij’.

Sommige critici van de president beoordeelden de vergelijking lynching-impeachment op oppervlakkige wijze: bij een lynchpartij staat ons een beeld voor ogen van een zwarte man die aan een tak wordt opgehangen, met een menigte aan blanke racisten eromheen. Lynchen is niet iets wat blanken treft (en zeker geen blanke miljardairs die ook nog president zijn) en dus is de vergelijking incorrect – ja zelfs ongepast en racistisch.
Dit is een oppervlakkige analyse, die ook nog eens onjuist is, denk ik. Wanneer twee vrienden, zwart en blank, van een misdrijf zouden worden beschuldigd en beiden door een meute opgehangen, zouden we niet zeggen dat er slechts eentje gelyncht was.

Nu beoogde Trump met zijn metafoor ook slechts een oppervlakkige vergelijking: hij wilde met zijn referentie aan lynchpartij slechts het onderzoek van het Huis van Afgevaardigden framen als oneerlijk proces en zichzelf als onschuldig slachtoffer.
Wie echter de analogie impeachment-lynchpartij structureel bekijkt, kan de president veel grondiger en doorslaggevender bekritiseren. Geen enkel element van lynchpartij kan dan namelijk gematcht worden aan een element van de impeachment procedure. Dit laatste proces wordt namelijk niet uitgevoerd door een losse, ongebonden menigte, maar door een gebonden, wel-gedefinieerde groep: drie commissies in het Huis van Afgevaardigden. Ze gaan daarbij niet impulsief te werk, maar strikt volgens de regels. En ze zijn niet tegelijkertijd politie, OM, rechter en jury, maar alleen onderzoekers, die voor een eventueel proces alles overdragen aan de Amerikaanse Senaat.

Water als metafoor
Is water nu een diepe of oppervlakkige metafoor? En is hij bruikbaar – want matchend met de structuur van de wereld – of vertekenend, want zonder overeenstemming met de wereld?

Wanneer we tegen onszelf als individu, als persoon, zeggen: wees als water, kan die vergelijking niet erg diep gaan, denk ik.
De reden daarvoor is dat in onze impliciete metafysica, de manier waarop we de wereld beschouwen, water en mensen tot heel verschillende categorieën behoren.
Water is continu, vormloos, ongebonden, zonder duidelijke grenzen – een massa. Mensen zijn afgescheiden, individuele dingen. Water en mensen verschillen van elkaar zoals appelmoes en appels.
Wanneer we een hoeveelheid water in tweeën delen, hebben we nog steeds water. Wanner we Jan in tweeën delen, hebben we geen Jan meer. Wanneer we twee glazen water bij elkaar gooien, hebben we een (groter) glas water. Wanneer we Jan en Piet bij elkaar brengen, hebben we niet Jan-Piet (of PJatnie of iets dergelijks), maar Jan EN Piet.

Verder zien wij mensen bij uitstek als dingen met een eigen wil. Natuurlijk, wij mensen worden door allerlei krachten van buiten ons bewogen, maar bij de meeste handelingen gaan we ervan uit dat althans een deel van impuls van binnenuit komt. Menselijk gedrag heeft redenen, niet alleen oorzaken.

Samengevat: de structuur van water en mens matcht niet erg goed. En simpelweg ons aanpassingsvermogen benadrukken en dat koppelen aan de flexibiliteit van water is maar een magere link.

Ik denk dat wanneer mensen zich laten inspireren door #belikewater, ze niet echt nadenken over deze metafoor maar hem vooral beoordelen op zijn emotionele kleuring, op de positieve associaties van water (een koel drankje, een warm bad, een verfrissende duik, een weldadige regenbui). Niks mis mee, maar geen erg praktisch, bruikbaar advies.

Dat verandert echter wanneer we water vergelijken met een menigte mensen, zoals bij de Hongkongse en Catalaanse protesten.
In deze situaties vat #belikewater een diepe overeenkomst tussen een massa en een menigte van individuen.

Zoals gezegd: normaliter maken we een duidelijk verschil tussen een ding (grasspriet) en een massa (gras), maar in het meervoud worden substanties/massa’s en menigten/verzamelingen hetzelfde behandeld. Een menigte heeft namelijk geen natuurlijke grenzen, net zomin als een massa, en kan allerlei vormen aannemen. Zowel massa’s als menigten kunnen samenvloeien en gescheiden worden. Het zijn beide aggregaten.
We zien dit in de praktijk bij de demonstraties in Hongkong en Barcelona, maar ook in de theoretische bestudering van massa’s. Bijvoorbeeld bij het modelleren van verkeersstromen: daar worden met succes vergelijkingen gebruikt uit de natuurkunde van vloeistoffen. Wie het verkeer op een snelweg in kaart wil brengen gaat niet kijken naar het individuele gedrag van een chauffeur en al helemaal niet naar wat dat individu wil – integendeel, voertuigen worden behandeld als identieke vloeistofmoleculen.

In hun confrontatie met de politie kunnen betogers dus goed gebruik maken van de water-metafoor, dat maakt hen heel moeilijk grijpbaar.
Echter.
Voor een succesvol protest is meer nodig dan een waterachtig vermogen de politie te ontglippen. Protest heeft uiteindelijk toch een structuur nodig, omdat het altijd een protest tegen of voor iets is. Betogers zijn mensen en ze willen iets. En datgene wat ze willen moet uiteindelijk het protest een bepaalde structuur geven, anders … verwatert het.

Denk aan het Occupy-protest van acht jaar geleden: dat bleef ook vloeibaar in zijn onbepaaldheid – zonder leiders, zonder eenduidige boodschap. Met als resultaat dat de energie uit het protest wegsijpelde en dat er, na aanvankelijke successen (wereldwijde marsen en bezettingen), tenslotte helemaal niets met de massale onvrede gebeurde.

Protesteren als water is prima. Maar om iets te bereiken, moet je ook als collectief iets willen, en daarvoor een bepaalde structuur hebben.
Be like water, but not too much.

Een bewerking van dit artikel werd uitgesproken bij de KunstZINnige avond rondom het thema “Water, bron van leven, in de Ontmoetingskerk in Nijmegen, 24 oktober.