238. Een nieuw heldenverhaal

Posted on Apr 14, 2019 in Blog, Epos, Featured

238. Een nieuw heldenverhaal

Na de verkiezingsoverwinning van het Forum voor Democratie (en zeker na de boreale overwinningsspeech van Thierry Baudet) werd weer eens herhaald wat sinds enkele decennia in intellectuele kringen als een gedoodverfde waarheid geldt: dat mensen sinds de opkomst van Fortuyn (2002); of sinds de val van de Berlijnse muur (1989); of misschien al sinds de aangekondigde dood van God (1882) een ‘groot verhaal’ missen en dat de politici die dat grote verhaal wel vertellen (Lenin, Mussolini en Hitler, maar ook Obama, Trump, Brexiteers) vanwege de kracht van dat verhaal een massale aanhang verwerven.

Nu vallen er op die vaststelling wel de nodige zaken aan te merken. Waarom zou het ‘gelijkheidsverhaal’ van ‘links’ achterhaald zijn en het ‘identiteitsverhaal’ van ‘rechts’ niet? Waarom zou de socialistische ideologie ontkracht zijn door de ineenstorting van de Sovjet Unie en de fascistische ideologie niet door de nederlaag van Nazi-Duitsland?
Maar laten we de ‘grote verhaal’-aanhangers volgen in hun betoog. Dan is nog steeds de vraag: wat voor groot verhaal hebben we nu nodig, welk verhaal biedt antwoord op de grootste actuele problemen? Is dat het neo-nationalistische verhaal van Brexit en Make America Great Again? Of het vooruitgangsgeloof van ingenieurs die de klimaatverandering als een technologisch probleem zien? Of het ecologische scenario (deels doemverhaal, deels utopie)?

Deze vraag wil ik in de komende maanden onderzoeken. En ik wil dat doen door allerlei verhalen te analyseren betreffende hun perspectief op de globale problemen/uitdagingen van deze tijd: klimaatverandering, inkomensongelijkheid, terrorisme, robotisering, de macht van grote bedrijven, depressie en eenzaamheid, het uitsterven van soorten – om er maar een paar te noemen.

Een nieuwe groot verhaal moet een potentiële oplossing voor deze vraagstukken suggereren, of in elk geval een wijze van aanpak. Of in elk geval een manier om de problemen te bekijken, waarmee we verder kunnen.

Heldenverhaal
Ik wil me bij mijn onderzoek richten op de belangrijkste lijn van verhalen die er volgens mij is: de heldenverhalen. Als er problemen moeten opgelost, hindernissen genomen, monsters gedood – dan moet dat immers door helden gebeuren. Gilgamesh. Theseus. Parcival. En heldenverhalen zijn er in alle culturen, in alle tijden, in allerlei vormen.
Ik wil heldenverhalen breed nemen: niet alleen de epische gedichten van Homerus en Vergilius, niet alleen de grote sagen van Lohengrin of Siegfried. Maar alles waarin helden een gemeenschap helpen – van Duitse opera’s tot Amerikaanse comics. Aeneas en de Hulk. Batman en Heracles. Lohengrin en Wonder Woman.

Ik zal me wel houden aan Aristoteles’ eis aan het heldenverhaal: dat het epos de actie van ‘grote personen’ weergeeft, dat het ‘verheven karakters’ toont.
Dat neemt niet weg dat de helden feilbaar kunnen zijn, en kwetsbaar. (Denk aan Achilles, wiens woede het onderwerp van de Ilias vormt en wiens kwetsbare hiel spreekwoordelijk is geworden.) Maar helden zijn op een bepaalde manier altijd ‘buitengewoon’, in elk geval in hun acties. Van anti-helden, zoals de verteller van Dostojevski’s Aantekeningen uit het Ondergrondse, kunnen we veel leren, maar niet hoe we de wereld beter maken.

Unknown

En het verhaal zal epic moeten zijn, groots en meeslepend. Ik kan me een man of vrouw voorstellen die op bewonderenswaardige wijze met de eigen alcoholverslaving afrekent, bijvoorbeeld, of zich moedig losmaakt van een knellende familieband. Dat kan zeker op een bepaalde manier heldhaftig zijn – maar niet episch, niet de stof voor een heldenverhaal.
In het algemeen kan van een epos gesteld worden dat de held(in) misschien wel met innerlijke demonen kan vechten, maar niet alleen dat.
Stel dat de door en door ressentimentele mens van Dostojevski’s Aantekeningen zich door grootse inspanningen in de de door en door goede Aljosja van De Gebroeders Karamazov zou weten te veranderen. Dat zou een geweldige prestatie zijn en zeker ook een positieve impact hebben op de wereld. Maar de focus op interne monsters zou er toch voor zorgen dat het hier geen epos betreft.

Een held vecht nooit alleen voor zichzelf. Dat is een uitgangspunt van ons onderzoek. Daarom is Achilles, hoewel hij vooral voor eigen roem strijd, wel een held – hij vecht ook voor familie en vrienden en de Grieken in het algemeen. En Egil Skallagrimsson (uit Snorri Sturloson’s Egil’s Saga) is geen held, al is hij een even vervaarlijke moordenaar als zijn Griekse voorloper. Maar Egil vecht alleen voor zichzelf, uit begeerte, wraakzucht en blinde woede.

Twee soorten heldenverhalen
Bij de bestudering van heldenverhalen zal ik vooral gebruik maken van een indeling die is geïntroduceerd door schrijver en literatuurwetenschapper C.S. Lewis. In zijn lezingen over John Milton’s Paradise Lost in 1941 maakt Lewis een indeling van epen in twee categorieën: het primaire en het secundaire epos. Het grote verschil tussen beide soorten is dit:

Het primaire epos kent geen patroon, geen ontwerp, geen bedoeling. Glorie en ongeluk wisselen elkaar af, de ene gebeurtenis is min of meer even belangrijk of onbelangrijk als de andere. Er is geen enkel resultaat permanent: vandaag doden we anderen en heffen we het glas, morgen worden we zelf gedood en drinken anderen op hun zege.
In het primaire epos is lijden betekenisloos en futiel. Er verandert niets door. In Lewis’s woorden: het oude epos “laat dingen min of meer achter zoals het ze aantrof”.

Het secundaire epos wordt daarentegen gekenmerkt door het besef van een overgang, van verandering die er toe doet. En van roeping – die zowel plicht als verlangen is. Iets dat roept of wenkt, “maar je moet je oren spitsen om de stem te horen”. Deze roeping eist gezocht te worden, maar weigert te worden gevonden. En geluk is alleen weggelegd voor degenen die de roeping volgen, de anderen blijven achter in niemandsland, in limbo. Zoals Vergilius (Aeneis boek V) het zegt:

Tussen het ongelukkige verlangen naar het tegenwoordige land
En de verten waartoe het lot hen oproept.

De werken van Homeros behoren tot het primaire epos. De verwoesting van Troje in de Ilias is iets dat elke dag gebeurt. Dramatisch, maar niet rampzalig.
Vergilius is de schepper van het secundaire epos (niet in de zin van tweederangs, maar van volgend op het oorspronkelijke epos). Bij hem is de verwoesting van Troje een catastrofe, het einde van een tijdperk. Maar ook het begin van een nieuw.
Het einde van Troje is het begin van Rome, de laatste overlevende van Priamus’ huis is de voorvader van Romulus en Remus.

Volgens Lewis is Vergilius’ gedicht ‘groot’ in de zin zoals geen werk in de zin van Ilias of Odyssee ooit ‘groot’ kan zijn. En na Vergilius is een terugkeer naar het ‘slechts heroïsche’ niet meer mogelijk. Elk gezang dat, zij het nog zo goed, louter gaat over moedige mannen die vechten om hun leven te redden of naar huis te komen of hun familie te wreken – zo’n werk zal achterhaald zijn, een poging om eenzelfde jeugd twee keer te beleven.

Unknown-1

Een epos in de zin van Vergilius laat dingen niet zoals ze zijn, maar geeft een onwederroepelijk proces weer, het verhaalt van een grote verandering die niet kan worden teruggedraaid. En het is een verandering die iets betekent, die richting en zin geeft aan het verleden – en hopelijk ook aan de toekomst.

Dus.
In mijn analyse van heldenverhalen zal ik vooral de volgende twee vragen trachten te beantwoorden:

1. Is het verhaal een primair epos dat dingen bij het oude laat of een secundair epos dat toont hoe zaken (kunnen) veranderen?
2. En als het een secundair epos is: is het dan een verhaal waarmee we ‘verder kunnen’? Sluit het aan bij de huidige wereld, de actuele problemen, de verwachtingen, wensen en mogelijkheden van nu? Biedt het een uitweg – misschien niet direct naar Rome, maar in elk geval uit het brandende Troje?

Hopelijk zullen we op deze manier een ‘groot verhaal’ vinden dat veel mensen zal aanspreken en hen kan inspireren om de actuele vraagstukken te lijf te gaan.

Wie – en vooral hoe – is de moderne held?