61. Dance een drug? Huh?

Posted on 14 jul 2015 in Blog, Featured

61. Dance een drug? Huh?

De verkorte versie van mijn vorige artikel, die op 3 juli in NRC.Next en op NRC.nl verscheen, maakte veel reacties los – vooral negatieve. De meeste reageerders gingen er van uit dat een kort krantenartikel mijn volledige denken rondom het thema muziek, dance en drugs toonde – en dat ik, op grond van wat ze in die 500 woorden lazen, geen verstand had van dance, nog minder van drugs, en dat ik nog nooit serieus over muziek had nagedacht.
Verder gingen ze er voetstoots van uit dat ik een elitaire hater van nieuwe, elektronische muziek was – een oude, verzuurde man die de jeugd haar verzetje niet gunt.
Zoals één reactie op Twitter het kenschetste: “Iets met generatie en kloof.”
Samengevat kun je de meeste reacties typeren met: “Iets met filosofie en ivoren toren.”

Nu had ik deze reacties een beetje over mezelf afgeroepen door mijn oorspronkelijke artikel voor meer dan de helft in te korten en daarbij wat nuanceringen te schrappen. Vooral de opmerking dat ik een leek ben tegenover de ontelbare EDM-genres was daarbij een voorzet voor open doel – en de meeste mensen kopten die gretig in. Wat ik ermee wilde zeggen was dat ik, hoewel ik veertig jaar naar elektronische muziek luister, op een gegeven moment door de bomen van genres het muzikale bos niet meer zag. Maar wie wel? Wie door de reacties bladert ziet dat deze zelfverklaarde dance-liefhebbers de namen van genres ook niet eenduidig gebruiken, iets wat je ook vaak in bijbehorende recensies (OOR, Next, 3voor12) ziet.

Wie zegt dat hij alle EDM uit elkaar kan houden, heeft er duidelijk zelf geen verstand van. Daarom verklaarde ik mijzelf bij voorbaat op dit gebied een leek. Maar dat werd niet begrepen.

Ik dacht ook dat uit mijn omschrijvingen wel duidelijk was welke genres in EDM aan mijn kritiek blootstaan. Niet alle niches waar een paar (honderd)duizend mensen luisteren naar meditatieve klanken of exotische invloeden, maar de muziek van de grote massa, waarmee je ook als niet-liefhebber voortdurend wordt geconfronteerd. In het uitgaansleven, bij festivals, uit autospeakers, op het strand…. De muziek waar massa’s ‘op los gaan’ en die, ook naar de mening van veel reageerders, plat en armoedig is.
Dat het consumeren van die muziek veel gemeen heeft met het consumeren van drugs; dat het niet meer, zoals de meeste andere muziek, een vorm van communicatie is; dat het een uitverkoop van morele deugden vertegenwoordigt: dat wil ik op uitgebreidere manier in de komende paar blogartikelen aantonen.

Vandaag: wat is muziek?
Volgende keer: hoe kan muziek meer of minder moreel zijn?
Daarna: in hoeverre is muziek een drug?
Tenslotte: is er volwassen en kinderlijke muziek?

Op dat punt hoop ik dat mijn mening verduidelijkt zal zijn en minder radicaal zal klinken.

Wat is muziek?
Naar mijn mening heeft filosoof en componist Roger Scruton overtuigend betoogd dat muziek een zaak van muzikaal begrijpen is. Met andere woorden: muziek is niet iets objectiefs wat we in de wereld aantreffen, maar iets wat mensen construeren wanneer ze geluiden horen. Iets dat wij doen.
Wat construeren we? Allereerst tonen. Tonen zijn geluiden als onderscheidbare gebeurtenissen met begin en einde en een ‘basis’ of ‘doel’-toonhoogte – niet het traploos op- en neer glijden van non-muzikale geluiden, zoals de menselijke stem in normaal spreken, of natuurgeluiden als wind of water.

Ons binnenoor hoort in alle binnenkomende geluiden bepaalde frequenties. Het brein interpreteert vervolgens sommige van die frequenties als de samenhangende boventonen van een bepaalde noot en concludeert op basis van die samenhang dat er een enkele noot klinkt. Die noot is de laagste en meestal luidste toon van alle tonen die in samenhang ‘meeklinken’.

Als je het leuk vindt, luister componist-dirigent Leonard Bernstein uitleggen wat boventonen zijn:

Waarom doet ons brein dit? Waarom interpreteert het uit allerlei input deze frequenties als boventonen, als signalen van een regelmatige noot/toonhoogte?
Waarschijnlijk zodat onze waarneming van geluid de werkelijkheid weerspiegelt. Gelijktijdige geluiden die in een harmonische relatie tot elkaar staan worden door het brein gehoord als boventonen van een enkele toonhoogte, afkomstig van een enkele geluidsbron. En vaak is dat een goede gok. Het is zo dat hoge en zwakke boventonen ook van verschillende geluidsbronnen kunnen komen, maar lage en sterke boventonen delen in de wereld inderdaad vaak één bron. En dat is handig om te weten, zo kunnen we een betekenisvol geluid (een roepend kind) onderscheiden van ruis (wind in de bladeren).

Metafoor
Ten diepste is onze waarneming van muziek dus een metafoor – wij horen een reeks van frequenties ‘alsof’ het boventonen zijn, een geluid ‘alsof’ het een toon is.
En zoals we een reeks van gelijktijdige frequenties als boventonen en daarmee als toon horen, horen we een reeks van opeenvolgende boventonen als een melodie.

‘Melodie’: dat wil zeggen dat we een opeenvolging van harmonisch verwante tonen als een eenheid horen, als een soort van beweging, een dans.
In die beweging zijn sommige stappen en gebaren essentieel, andere slechts versiering. De essentiële, die de kern van de muzikale beweging weergeven, hebben ook weer te maken met harmonische relaties.

Heel simpel gezegd: dat een melodie die op de noot C begint, vaak via G en E weer terugkeert naar C, heeft te maken met de harmonische, natuurkundige relatie tussen grondtoon C en zijn boventonen G en E.
Sommige intervallen tussen noten worden door ons als een harmonisch ‘stabiel’ interval gehoord – en dat zijn intervallen waarmee een melodisch motief kan worden afgesloten. Dat motief kan uit slechts twee noten bestaan, zoals de klanken van een sirene of een treintoeter. Vaak is het drie, vier of vijf noten lang.
Vanuit de eenheid die we horen in het motief, bouwen we de eenheid van een zin of frase op. En vervolgens vanuit zinnen weer liedvormen, vanuit liedvormen samengestelde liedvormen, dan delen en uiteindelijk stukken (zoals bij veel muzikale terminologie is ook deze niet eenduidig en algemeen…).

In onze poging om betekenis uit muziek te puren, luisteren we overigens niet alleen naar harmonische relaties, gelijktijdig of opeenvolgend. We luisteren ook naar lengte van tonen en naar nadruk. VAAAA-der Ja-kob, VAAAA-der Ja-kob.
Opnieuw: wat is essentieel en wat is versiering? Langere noten zijn belangrijker dan kortere, zwaarder aangezette noten belangrijker dan lichter aangezette. Patronen van sterke en zwakke ‘beats’ vormen ook weer een eenheid, die we ‘maat’ noemen. En een reeks snellere of langzamere, harder of zachter gespeelde maten is zelf ook weer een vorm van organisatie, net zo goed als een harmonische of melodische indeling.

Terwijl we naar muziek luisteren, construeren we een denkbeeldige, doelbewuste beweging door een al even denkbeeldige ruimte. Die beweging heeft een begin en einde, gaat van laag naar hoog of hoog naar laag, voelt stabiel of instabiel, toont spanning of ontspanning, ‘conflict’ of ‘oplossing’. Allemaal beeldspraken, maar tegelijk allemaal metaforische termen waar we niet zonder kunnen. Evenmin kunnen we zonder het postuleren van een samenhangende enkelvoudige herkomst van deze tonen, melodieën, harmonieën en ritmes. Elke keer als we naar muziek luisteren, ‘horen’ we dit alsof er sprake is van een perspectief, een ‘auditief’ kader dat geluiden organiseert zoals het perspectief in een gezichtsveld beelden organiseert.

En hier zijn we bij de crux van mijn betoog.
Omdat muziek beluisteren noodzakelijkerwijs het construeren van een perspectief is, is het een handeling van een persoon, die probeert de intentionele handeling van een andere persoon te begrijpen. Dat proberen-te-begrijpen is wat we doen wanneer we geluiden als muziek horen. We horen muziek altijd – altijd – alsof er een (virtuele) persoon achter zit, die met ons tracht te communiceren.
Alsof het een dans is, van een danser.

En met deze dimensie komt het morele de muziek binnen. Als muziek in essentie iets is wat een individu, een eerste-persoon-enkelvoud, hoort als gestructureerde boodschap van een andere eerste-persoon-enkelvoud, als muziek in essentie communicatie is; dan is het belangrijk hoe die communicatie verloopt, waar ze op gericht is, wat haar bevordert of verstoort. Wat ze bewerkstelligt.
Dan hebben deze zaken een morele kant, zoals alle verkeer tussen mensen.
Dan is er meer en minder morele muziek.

Hoe kun je tussen verschillende vormen van muziek moreel verschil maken? Dat leg ik volgende keer uit!