375. Het woordenboek van geaccepteerde bullshit: strategie (II)

Posted on Mar 22, 2022 in Blog, Bullshit, Featured

375. Het woordenboek van geaccepteerde bullshit: strategie (II)

Vorige week beschreef ik op deze plek de wijze waarop adviseurs in het bedrijfsleven het begrip ‘strategie’ gebruiken en hoe groot het bullshit-gehalte daarvan is. Deze week wil ik onderzoeken of het wellicht iets beter is gesteld met strategisch denken in zijn oorspronkelijke omgeving, die van het leger.

Eerst wil ik daartoe een paar vooronderstellingen onderzoeken, die in een strategische benadering van oorlog zijn opgesloten. Vervolgens wil ik kijken wat een paar beroemde strategische denkers, Sun Tzu en Machiavelli, ons hebben te melden. En dan wil ik een sprongetje maken naar het strategische denken van nu, in de oorlog van Poetin in Oekraïne.

Oorlog als spel
De mathematische speltheorie deelt spelen in volgens bepaalde criteria, al naar gelang een spel meer of minder gedetermineerd is.
Gedetermineerd wil hier zeggen: je kunt een manier van spelen aanwijzen die noodzakelijkerwijs in een bepaalde uitkomst resulteert.
Die noodzakelijke uitkomst is het ideaal van elke strategische speler.

Wat heeft dit alles met oorlog te maken? Wel, in het hoofd van een strateeg is oorlog een eindig nulsom-spel tussen twee partijen met volledige informatie en een optimale strategie.
Wat betekenen deze termen?

1. Het spel gaat tussen twee partijen.
2. Het spel heeft een duidelijk begin en einde, dat na een eindige reeks van stappen (‘zetten’) bereikt wordt.
3. Er is altijd een winnaar en een verliezer, waarbij de winst van de één het verlies van de ander betekent (het totaal, de ‘som’, van winst en verlies is nul).
4. Beide spelers kennen de zetten die al gedaan zijn en weten welke nieuwe zetten mogelijk zijn.
5. Er is een duidelijke ‘oplossing’ voor de overwinning voor degene die de eerste zet doet – een aanpak die altijd tot winst leidt, ongeacht wat de tegenstander doet.

Deze vijf (meta)regels omschrijven het ideale strategische spel: het conflict dat de strateeg zelf begint, waarbij er op elke reactie van de tegenstander een optimaal antwoord is en altijd een zetvolgorde die naar winst voor de beginner (‘wit’) leidt.
In Poetins ideale wereld doet hij zet 1.a (een invasie), reageert Zelenski met 1.b en bereik je na een eindig en liefst zo klein mogelijk aantal zetten de overwinning. En die overwinning is totaal en betekent dan de volledige nederlaag voor Zelenski, niet een soort van ‘plusremise’ (waarbij Oekraïne een zelfstandig, misschien in oppervlakte iets kleiner, land blijft).

De meeste spelen gaan echter niet zo, er zijn slechts een paar bordspelen die aan bovenstaande eisen voldoen. De reden daarvoor is simpel: een dergelijk spel kan de deelnemers weinig plezier bezorgen, omdat het elke verrassing mist. Alleen een strateeg/dictator, die het louter om het winnen gaat, kan hier de lol van inzien.

Veel spellen die wij doen beantwoorden aan de eerste vier criteria, maar niet de vijfde. Al na een paar zetten bij schaken, dammen of go is het aantal mogelijke nieuwe zetten zo groot dat we de gevolgen niet meer kunnen berekenen.

Buiten de wereld van het bordspel zijn er weinig krachtmetingen die aan de vijf eisen voldoen. Zeker oorlogen niet. Oorlogen beginnen tegenwoordig nooit meer met een formele oorlogsverklaring, en zelfs wanneer ze dat doen, zal de aanvallende partij altijd stellen dat hij slechts reageert op een provocatie van de ander (een dreigende invasie, ‘genocide’). En een oorlog eindigt zelden meer na een beslissende veldslag of verovering – vaak gaat hij daarna ondergronds verder in een guerillastrijd of een terreurcampagne.
Winst en verlies zijn in de oorlog bovendien ook nooit samen nul. Door de verliezen van de winnaar (aan mensen, materieel, geld) is het resultaat eerder lose-lose dan win-lose.
En de informatie in een oorlog is nooit volledig. Het overzicht over de stand van zaken on the ground is voor het hoofdkwartier al heel moeilijk, laat staan het in kaart brengen van de mogelijke nieuwe zetten. En dan anticiperen op wat de tegenstander doet: dat is nog veel moeilijker.
Zelfs het aantal spelers staat in een oorlog nooit vast. Nieuwe deelnemers kunnen zich aanmelden in de loop van het conflict, of partijen kunnen in een oorlog van kant wisselen.
Om al deze reden is er in een oorlog dan ook nooit een optimale strategie, die noodzakelijkerwijs tot de winst leidt.

Kennen en ongekend zijn
Voor de goede strateeg is een opponent volledig transparant. Alles wat hij doet valt te voorzien; omdat elk van zijn zetten voorspelbaar is, kan de strateeg er een passend antwoord op vinden. Andersom is de strateeg zelf volledig ondoorzichtig en onvoorspelbaar, zodat de vijand nergens een aanknopingspunt vindt voor de eigen aanpak.
In de taoïstische traditie wordt dit ideaal wel omschreven als ‘de andere kennen terwijl je zelf ongekend bent’. In Het Boek van de Huainan Meesters wordt het als volgt omschreven:

In de krijgskunst is het belangrijk dat de strategie ondoorzichtig is, dat de vorm is verborgen en dat de bewegingen onverwacht zijn, zodat men er zich niet tegen kan verdedigen.
Wat een goede generaal beslist laat winnen is ondoorzichtige wijsheid en een werkwijze die geen sporen nalaat.
Alleen het vormloze kan niet worden aangetast. Wijzen verbergen zich in ondoorzichtigheid, zodat hun gevoelens niet zichtbaar zijn, zodat hun grenzen niet kunnen worden overschreden.

Een strateeg doorziet de vijand volledig terwijl hij zelf ondoorgrondelijk blijft. Zijn handelingen zijn zo onvoorspelbaar dat ze niet kunnen worden begrepen, laat staan voorzien. De filosoof-krijgsheer Sun Tzu zegt het zo:

Wees bijzonder subtiel, zodat je bijna vormloos bent. Wees bijzonder geheimzinnig, zodat je bijna onhoorbaar bent. Zo kun je het lot van je tegenstander bepalen.

Over het strategisch belang van onvoorspelbaarheid wil ik het de volgende keer hebben. Nu wil ik een paar andere strategische adviezen van Sun Tzu tegen het licht houden, om te zien of ze veel concrete waarde hebben.

Het eerste boek van Sun Tzu’s klassieke Kunst van Oorlogvoeren gaat over strategie. Bij het succes en de mislukking van oorlogvoeren gaat het volgens meester Sun om vijf dingen die in kaart moeten worden gebracht: de weg, het weer, het terrein, het leidinggeven en discipline.

Met de weg bedoelt hij dat het volk/het leger ertoe gebracht moet worden hetzelfde doel te koesteren als de leiding. Commentatoren hebben dit opgevat als een oproep tot billijkheid, trouw en rechtvaardigheid. Dan krijgen mensen ‘één geest’ en zullen ze graag hun plicht doen.

Met het weer bedoelt Sun de seizoenen: je moet je veldtochten in voor- en najaar houden, niet tijdens de winter of de zomer.

Het terrein moet worden onderzocht op afstand, moeilijkheid, afmetingen en veiligheid.
Hoe ver is de vijand? Moet ik over bergen of rivieren? Is er ruimte voor mijn gehele leger? Waar kan ik een hinderlaag verwachten?

Leiderschap is een zaak van intelligentie, betrouwbaarheid, menselijkheid, moed en strengheid. Een intelligente leider plant vooruit, geeft zijn mensen houvast, begrijpt de opofferingen van zijn soldaten, handelt kordaat en handhaaft discipline.

Discipline betekent een mate van organisatie, een commando-keten en logistiek. Dat wil zeggen dat de troepen zijn ingedeeld, iedereen een bevelhebber boven zich heeft (behalve de hoogste leider) en het leger is voorzien van voorraden.

Op deze vijf punten kun je jouw eigen campagne vergelijken met die van de vijand, en dan kun je volgens Sun-Tzu voorspellen wie er zal winnen. Mist je vergelijking correct is, natuurlijk.
Verder dien je jouw troepen strategisch in te zetten, ‘gebaseerd op wat voordelig is’.
Duh.

De resterende strategische adviezen trappen ook nog wat open deuren in. Wees waakzaam voor een sterke en eendrachtige vijand. Val een sterkere tegenstander niet aan.
Aan de andere kant: is een sterkere tegenstander wel zo machtig als hij zich toont? Of volgt hij Suns advies om jezelf anders voor te doen dan je bent?
Andere raadgevingen van Sun zijn om schijnbewegingen te maken; je vijand met iets te lokken wat hij graag wil hebben; of hem kwaad en hooghartig te maken.

Suns hoofdaanbeveling is echter slechts dit: doe aan strategie. Degene die vooruit denkt wint altijd van degene die dat niet doet. Meer strategie wint van minder.

Geluk
Dat moderne managers nog steeds graag Sun Tzu lezen verbaast me niet. Ten eerste zijn diens raadgevingen zo abstract dat je ze op tal van manieren kunt uitleggen. En ten tweede bevestigen ze het idee dat het de strategisch denkende leider is die verantwoordelijk is voor de zege – niet, bijvoorbeeld, de vechtersmentaliteit van de gewone soldaat of een samenloop van gelukkige omstandigheden.
Terwijl geluk de uitgang van nagenoeg alle beroemde veldslagen heeft bepaald.
De slag van Agincourt, waarbij Engelse boogschutters de Franse ridders neermaaiden, werd bepaald door de regenval in de voorafgaande nacht. Daardoor bleven de Franse paarden in de modder steken.
Napoleon verloor de slag bij Waterloo omdat zijn cavalerie, toen die de Engelse artillerie-stellingen veroverde, het materiaal was vergeten om de kanonnen onklaar te maken.
En één van de meest bloedige veldslagen uit de geschiedenis, bij Tannenberg, waar de Duitsers bij het begin van de Eerste Wereldoorlog twee Russische legers vernietigden, hing voor een groot deel op de Duitse overtuiging dat de twee leidende Russische generaals elkaar niet konden luchten of zien – iets wat een Duitse kolonel toevallig tien jaar eerder had geobserveerd.

Misschien had Sun Tzu ook wel oog voor de geluksfactor, maar hij schreef er niet over. Of tenminste: hij noemt toeval een paar keer zijdelings, maar dan alleen in adviezen die het minimaliseren van toeval aanraden.

Heel anders luidde de mening van die andere hsitorische denker wiens geschriften in alle managementboeken worden geciteerd: Machiavelli.
De Florentijnse schrijver beval in zijn Il Principe en Discorsi een aantal zaken aan die ook Sun Tzu zouden hebben behaagd: tracht de plannen van je vijand te doorgronden, ken het oorlogsterrein op je duimpje, bedrog in oorlog is lofwaardig.
Maar Machiavelli geloofde veel minder dan zijn Chinese tegenhanger in de macht van strategie. Hij schatte dat ongeveer de helft van iemands succes of falen afhangt van geluk, van Vrouwe Fortuna, en dat je jezelf maar gedeeltelijk tegen het lot kunt verzetten – ongeveer zoals je met dijken en kanalen tegen een deel van overstromingsschade beschermd bent.

Sterker nog: Machiavelli signaleerde dat mensen vaak te lang en te star aan bepaalde strategieën en gewoontes vasthouden:

…want als het zo uitpakt dat het tijdstip en de omstandigheden gunstig zijn voor iemand die voorzichtig en verstandig optreedt, dan zal hij succesvol zijn, maar als het tijdstip en de omstandigheden veranderen zal hij geruïneerd zijn, omdat hij zijn manier van werken niet verandert. Geen man is zo verstandig dat hij zichzelf hieraan aanpast, oftewel omdat hij niet van zijn natuurlijke aanleg kan afwijken, oftewel omdat een bepaalde weg hem altijd voordelig is geweest en hij zichzelf er niet van kan overtuigen deze te verlaten; en daarom weet de voorzichtige man, wanneer het tijd is plotseling te handelen, niet hoe hij dat moet doen en wordt daarom geruïneerd; want als je jouw aard aan tijd en omstandigheden zou kunnen aanpassen, zou je geluk nooit veranderen.

Dus in 1513 signaleerde Machiavelli al het nadeel van strategische volharding – een gebrek aan flexibiliteit, aan het vermogen je aan te passen aan veranderende omstandigheden. En waarschijnlijk zou hij ook hebben ingestemd met de nadelen van strategie die ik vorige week besprak: dat het moeilijk, zo niet onmogelijk is, in de toekomst te kijken; dat mensen hun eigen organisatie al niet goed inschatten, laat staan van de tegenstander; dat de vijand dezelfde inschattingen maakt van terrein, seizoen, afstanden etc. en dat strategie op zichzelf geen concurrentievoordeel biedt. Behalve waar je iets onverwachts doet, maar dat is nu juist weer geen strategie, maar tactiek. Want het advies: wees onvoorspelbaar – dat valt zelf toch nauwelijks strategisch te noemen.

Dat strategie net zo betrouwbaar is als Vrouwe Fortuna blijkt wel uit het verloop van de Russische invasie in Oekraïne. Poetin en co. dachten daarbij ongetwijfeld hun militaire ervaringen in Tsjetsjenië, Georgië, de Krim en Syrië te kunnen overdoen. En de Russische president rekende op Westerse verdeeldheid bij het politieke antwoord, net zoals bij de eerdere oorlogen.
In beide verwachtingen is hij bedrogen uitgekomen.

Oorlogen lopen zoals je ze plant – totdat ze dat niet meer doen. En dan blijk je jezelf plotseling op het verleden te hebben gefixeerd en, zoals vaak gezegd wordt, de vorige oorlog te vechten. Terwijl je vijand up to date is en een nieuwe actualiteit schept.

Dus. Al kan niemand de uitkomst van het huidige conflict voorspellen, Poetin is in elk geval zijn aureool van strategische denker kwijtgeraakt. En op een bepaalde manier ligt dat niet eens aan hemzelf. Het ligt aan het bullshitconcept ‘strategie’.