364. Een storm van schijngebeurtenissen

Posted on Dec 29, 2021 in Blog, Bullshit, Featured

364. Een storm van schijngebeurtenissen

De laatste weken analyseerde ik een volmaakte storm van polariserende tendensen, waarbij oppervlakkige metaforen (over oorlog en dictatuur), een melodramatisch wereldbeeld, bullshit, schijngebeurtenissen en ressentiment elkaar wederzijds opzwepen. Deze storm zou, wanneer we niks doen om de golven tot bedaren te brengen, onze democratie grote schade toe kunnen brengen – de beeldspraken van oorlog en dictatuur ‘letterlijk’ maken.

De eerste keer besprak ik de misleidende analogieën van oorlog en dictatuur, de tweede keer de invloed van onze melodramatische instelling. Vandaag wil ik het hebben over schijngebeurtenissen.

Schijngebeurtenissen
Schijngebeurtenissen vinden niet ‘plaats’, ze worden eerder ‘opgevoerd’ om door media te worden gevolgd en gerapporteerd. Dit leert dan schijnnieuws op, wat weer de aanleiding kan zijn voor nieuwe schijngebeurtenissen.
Schijngebeurtenissen zijn dus een soort ‘gefabriceerde’ gebeurtenissen die aan moderne economische eisen proberen te voldoen: ze zijn voorspelbaar, dramatisch, gemakkelijk te begrijpen, herhaalbaar en goed te verspreiden. Ze zijn voornamelijk bedoeld om kijkers, lezers en kiezers mee te winnen – dus: geld, invloed en macht.

Het verslag van die gebeurtenissen zou je schijnnieuws of nepnieuws kunnen noemen, al is dat maar één van de betekenissen die de term in het huidige debat heeft. Maar wel de belangrijkste. Nepnieuws over schijngebeurtenissen is de voornaamste inhoud van vooral digitale media en (kabel)nieuwszenders, die 24 uur per dag, 7 dagen in de week, ‘content’ moeten aanleveren om kijkers/lezers te trekken en advertentie-inkomsten te verwerven. ‘Gemaakt’ nieuws, dat vaak kant en klaar wordt aangeleverd door belanghebbende organisaties (bedrijven, politieke partijen, influencers, sportclubs), is dan een welkome bijdrage.

Natuurlijk gebeurt er op de wereld als geheel genoeg om 24-uurs media te vullen, maar het zou teveel geld, tijd en moeite kosten om, pakweg, de gevolgen van tyfoon Rai op de Filippijnen in kaart te brengen. Dus laten we het bij zo’n ramp bij een paar foto’s en een paar kleine berichtjes op pagina 9 van de krant, over de stijgende aantallen slachtoffers. De voorpagina (voor zover je daar bij een digitale editie van kunt spreken) wordt tegelijkertijd ingeruimd voor belangrijk nieuws als terugblikken op het jaar met Kjeld Nuis, Marciano Vink, André van Duin en Peter Schouten, stukken over hoe we de kerstdagen door moeten komen, een overzicht van kerstfilms, de kerstaflevering van All You Need is Love en de aftrap van de Top 2000. De drie meestgelezen stukken, het zal geen verrassing zijn, betreffen ook allemaal nepnieuws: de kerstkaart van de koninklijke familie, een reactie op een rouwadvertentie voor Reinier Paping en het zwijgen van Lewis Hamilton op sociale media.

Bij een krant als het AD is de digitale editie voor tenminste de helft gevuld met nepnieuws. Hun hoofdkaternen zijn Nieuws, Regio, Sport, Show, Video en Fun. Katernen 3, 4 en 6 zijn dus al geheel gevuld met nepnieuws (professionele sport is de belangrijkste organisator van schijngebeurtenissen), de andere drie onderdelen voor een deel.
Bij de Telegraaf is de score eerder 2/3 ‘gemaakt’ nieuws, 1/3 spontaan. En dit zijn dan nog traditionele kranten, die ook nog gewoon aan verslaggeving doen en journalisten de wereld in sturen.

In een wereld waarin schijngebeurtenissen steeds meer toenemen, is het niet verwonderlijk dat de pandemie door twee vormen van pseudo event is gekenmerkt: de persconferentie en de talkshow.
Beide fenomenen hebben nadrukkelijk bijgedragen aan een melodramatische interpretatie van de situatie, aan de verspreiding van oppervlakkige metaforen en de groei van ressentiment.

Niels van der Laan en Jeroen Woe hebben vorig jaar in hun programma Even Tot Hier eens een opsomming gegeven van tegenstrijdige (en volgens mij oppervlakkige) metaforen die Mark Rutte en Hugo de Jonge op de persconferenties gebruikten. De corona-crisis was eerst een puzzel, vervolgens een marathon, toen een marathon van sprints, uitkomend op een t-splitsing, nee kruispunt, nee een evenwichtsbalk. De regering stuurt daarbij op een dashboard, nee op de achteruitkijkspiegel. Is het virus dan een auto? Nee, eerder een mammoettanker, waarbij we varen in de mist, nee op zicht. En samen zijn we een dijk tegen het virus, we zitten in een achtbaan en slaan het virus plat met een hamer. We bouwen samen een muur, nee een gereedschapskist, en we steken een thermometer of een peilstok in de samenleving, zodat we geen hockeystick-grafiek krijgen en het plaatje op de doos duidelijk blijft.
Zoals Jeroen Woe het zei: we zien door de metaforen het virus niet meer.

Je kunt bij die metaforen en vergelijkingen zien dat communicatiedeskundigen eraan hebben gesleuteld, maar dat er niet echt over is nagedacht. Nooit wordt een beeldspraak consequent volgehouden en uitgewerkt, zodat we er iets uit kunnen leren – razendsnel en soms binnen één persconferentie wordt overgeschakeld op een andere analogie, die al net zomin is uitgewerkt als de eerste.
Deze manier van vergelijken vergroot natuurlijk de ‘amusementswaarde’ van de conferenties, maar draagt weinig tot niets bij aan het begrip van de crisis.

Melodrama
De persconferenties dragen verder actief bij aan het melodramatische frame van de pandemie. Ze suggereren, niet alleen door het taalgebruik, maar ook door de hele vorm (de aan- en afkondiging van maatregelen, de setting met podium, spreekgestoelte en gebarentolk, de beperkte interactie met de pers) dat de regering greep heeft op de crisis, dat de pandemie wordt aangepakt en overwonnen, dat de volksgezondheid maakbaar is. Terwijl volksgezondheid een staat van een ecosysteem is, eentje dat door ontelbare interne en externe factoren wordt beïnvloed.

Persconferenties stralen uit: alles komt goed. Natuurlijk, nu hebben we last van corona, maar onze wetenschappers krijgen greep op het virus en gewapend met hun kennis zullen we het uiteindelijk overwinnen. Dus alle actuele ellende – schoolsluitingen, horeca en cultuur plat, zzp-ers in onzekerheid, eenzaamheid en ‘huidhonger’ – is ergens goed voor, leidt na enige tijd tot een gelukkige afloop.

Aan de ene kant is deze boodschap begrijpelijk, aan de andere kant is hij onrealistisch en kan hij, na herhaalde teleurstellingen, averechts werken. Het melodramatische alles sal reg kom zou beter ingeruild kunnen worden voor het tragikomische perspectief dat zegt: hindernissen en teleurstellingen in het leven zijn onvermijdelijk, maar je kunt daar met nobel verzet en humor best mee om gaan.

Die wijzere lange-termijn blik is echter lastig voor de regering, omdat buiten de perszaal de critici hun messen al slijpen, klaar om daar bij de eerstvolgende talkshow het regeringsbeleid mee te fileren.

Talkshows zijn altijd al een plek van politieke spin geweest, waarin iedereen een draai aan de feiten probeert te geven – maar in het coronatijdperk they have spun out of control. Elke avond zitten mensen met verschillende standpunten tegenover elkaar om te kijken wie het debat wint, niet om samen te bespreken wat er aan de hand is en wat we van elkaar kunnen leren.
En als de protagonist en antagonist niet tegenover elkaar aan dezelfde tafel zitten, dan wordt wel een wedstrijdverslag gegeven van een krachtmeting buiten de studio: tussen Nederland en andere landen – wie de minste besmettingen heeft, de minste doden, de strengste lockdown, de meeste vaccinaties, de snelste boosterprik.

Hoe zou zo’n gesprek wel moeten gaan? Ik ruk even een passage uit Plato’s beroemde Zevende Brief uit zijn verband om dat te illustreren:

Alleen wanneer al die dingen, namen en definities, visuele en andere ervaringen, tegen elkaar gewreven worden en voorwerpen worden van eerlijke proeven door mensen die te goeder trouw zijn en zonder afgunst, kan uiteindelijk, wanneer de menselijke capaciteiten tot hun limiet gestrekt zijn, een vonk van begrip en intelligentie ontbranden en het betreffende onderwerp belichten.

Ressentiment
Talkshows dragen scheppen onbewust ook ressentiment, al gaat dat via een omweg.
In een doorsnee – corona – talkshow-editie zitten mensen aan tafel, vaste gasten, die over alles een mening hebben en die mening vlot kunnen formuleren, zonder dat ze over het betreffende onderwerp veel kennis bezitten. Het type Peter R. de Vries, zeg maar. De talkshow presentator(en) introduceert een onderwerp, ondervraagt een speciale gast – over corona iemand als Ab Osterhaus, Ernst Kuipers of Diederik Gommers – en draait zich dan naar de vaste gast/leek om diens mening te vragen. En de ondeskundige gast verkondigt wat hij of zij ervan vindt.
Het liefst zetten talkshows zelfs leek en deskundige tegenover elkaar alsof ze evenwaardig zijn, in een ‘debat’ over covid of de maatregelen. Maurice de Hond tegenover Jaap van Dissel, zeg maar. Een debat tussen Marc van Ranst en Willem Engel zou voor elke talkshow een droom zijn.

Het beeld van strijd tussen leek en deskundige dat in talkshows wordt verspreid is door veel mensen in de samenleving intussen geaccepteerd. Op tal van terreinen weigeren leken naar deskundige adviezen te luisteren, on der het mom van ‘dat maken we zelf wel uit’. Zo is een machtsstrijd ontstaan die echter maar zelden door leken wordt gewonnen. Onze regering luistert, begrijpelijkerwijs, voor de bestrijding van de corona-crisis liever naar virologen dan kruidenvrouwtjes, zodat leken zich ‘niet gehoord’ gaan voelen – slechte verliezers in de strijd om aandacht en invloed.
Een ander woord voor dat gevoel is ressentiment.

Paradoxaal genoeg zou het helpen als ‘gewone’ burgers zouden accepteren dat ze op tal van gebieden – pandemieën, klimaat, voetbal – onvoldoende kennis hebben en dat ze daarom ook helemaal niet gehoord hoeven te worden.
Waar hun burgermening wel adequaat en relevant is – als beoordelaar van politici in verkiezingen, als degene die scholing voor hun kinderen regelt, als de beslissende stem in hun eigen gezondheid – moeten ze vooral maximale zeggenschap opeisen. Maar hebben we hebben niks aan zeventien miljoen mensen die zichzelf als viroloog, meteoroloog en bondscoach ineen zien.

De gelijkschakeling van leek en deskundige leidt niet tot een democratischer besluitvorming maar tot een meningenstrijd van allen tegen allen waarin niemand meer naar de ander luistert en niemand profiteert van andermans kennis en ervaring. En de maatschappij die erdoor ontstaat is vervuld van ressentiment, van het gevoel ten onrechte niet gehoord en gezien te worden – van teleurstelling en woede na een oneerlijke nederlaag.

Schijngebeurtenissen spelen daarbij een grote rol, omdat ze het heersende mediamodel in onze kapitalistische samenleving vormen en niet geschikt zijn om non-markt fenomenen (waarheid, schoonheid) over te dragen. Alleen populariteit. Zodat een storm van schijngebeurtenissen een stormvloed van melodrama, bullshit en ressentiment schept.