254. Het woordenboek van geaccepteerde bullshit: levensloopstress

Posted on Aug 13, 2019 in Blog, Bullshit, Featured

254. Het woordenboek van geaccepteerde bullshit: levensloopstress

Onlangs startte een campagne van Zorg van de Zaak, een netwerk van zorgbedrijven, over de zogenaamde levensloopstress. Wat is levensloopstress? We laten het ZvdZ uitleggen: “Werknemers doorlopen verschillende fases in hun leven, zowel in hun werk als privé. Van de eerste baan tot het pensioen: al deze fases brengen verschillende uitdagingen met zich mee. Iedereen krijgt te maken met gebeurtenissen die grote impact hebben, zoals mantelzorg, schulden, een conflict op de werkvloer of echtscheiding. In de dossiers die wij zien, spelen in bijna 50% van het totaal aantal verzuimgevallen niet-medische factoren mee. Dit geldt voor 70% van het aantal lang verzuimgevallen (vanaf zes weken of langer).”

Zorg van de Zaak wil middels de campagne dus aandacht vragen voor “impactvolle gebeurtenissen van werkend Nederland”.
“Wij willen zowel werkgevers als werknemers hiervan bewust maken en helpen het probleem aan te pakken door tijdig met elkaar in gesprek te gaan en actie te ondernemen om uitval deels of helemaal te voorkomen.”

De campagne van Zorg van de Zaak werd breed opgepikt in landelijke media. Onder andere NOS, RTLZ, Trouw en Hart van Nederland besteedden er aandacht aan, naast allerlei organisaties op het gebied van werknemersvertegenwoordiging, ondernemen, personeelswerk, organisatie-advies, coaching, verzekeringen en pensioenen.

Alleen de Volkskrant besloot, na een redacteur wat voorwerk te hebben laten doen, er toch maar geen aandacht aan te besteden (afgezien van een column van Elma Drayer en een hoofredactionele verantwoording), want: non-nieuws. Er bleek bij navraag geen groeiend verzuim te zijn – en al helemaal niet vanwege privé redenen – en er was eigenlijk ook helemaal geen campagne, alleen een persbericht, dat, zoals Drayer al schreef, eigenlijk gewoon een verkapte advertentie is voor de zestig bedrijven die onder Zorg van de Zaak vallen. Want die willen graag “zowel werkgevers als werknemers hiervan bewust maken en helpen het probleem aan te pakken door tijdig met elkaar in gesprek te gaan en actie te ondernemen om uitval deels of helemaal te voorkomen.”

Eigenlijk heeft de Volkskrant het werk voor mij al gedaan, maar ik wil toch graag even aandacht besteden aan de levensloopstress, omdat het zo’n schoolvoorbeeld van bullshit is.

Allereerst het woord: levensloopstress.
Ik herinner even aan de definitie van bullshit: een uitspraak die tot doel heeft het onderscheid tussen waar en onwaar, verzinsel en feit, uit te wissen, ten bate van een persoon/groep/organisatie. Een uitspraak die moet verhullen dat er een belang mee gemoeid is.

Wat verhult het begrip ‘levensloopstress’? Het verhult eigenlijk de echte, aanwijsbare vormen van stress door elke gebeurtenis in iemands leven tot bron van stress uit te roepen.
Trouwen of samenwonen? Stress. Kinderen krijgen? Stress. Een huis kopen? Stress. Oudste in de puberteit? Moeder ziek? Wereldreis? Stress, stress, stress.
Elk huisje heeft z’n kruisje, zeiden we vroeger. Zorg van de Zaak maakt daarvan: elk leven heeft stress. En eigenlijk: elk leven is stress.

In de ogen van de arbo-mensen van ZvdZ is elk onderdeel van het privé-leven een voortdurende bron van interruptie van werk, die moeten worden bestreden door er zo vaak mogelijk op het werk over te praten…
Zeg Verhoef, gaat het eigenlijk wel goed met je relatie? Hoe doet de kleinste het eigenlijk op school? En is je moeder nog helemaal bij? Niet dat dit over een paar maanden een reden wordt verzuim wordt, he?

Als alles in je leven stress is, is eigenlijk niks meer stress – dan betekent de term ‘stress’ niets meer.
Doorgaans wordt het begrip stress beperkt tot die situaties waar spanning chronisch is geworden en ontspanning te lang uitblijft. Zorg van de Zaak breidt stress nu uit tot alle in potentie ingrijpende gebeurtenissen, ook als ze eenmalig en/of kortdurend zijn.
Begrijp me goed: de zorgen van een verhuizing of een ziek kind kunnen iemand in bepaalde omstandigheden zeer wel boven het hoofd groeien. Maar in het algemeen moet een volwassene met deze zaken kunnen omgaan zonder zich ziek te melden en zonder er vooraf met een professional over te praten.

Het begrip levensloopstress bekijkt het gehele leven – gelukkige en ongelukkige momenten – door een zwarte bril, als een opeenvolging van (verzuim veroorzakende) stress. Het ziet iedere werknemer als een patiënt, die door het leven onherroepelijk ziek gemaakt zal worden, die lijdt aan het leven.
Dat er een verschil bestaat tussen ziekmakende en levensbevorderende factoren; dat er een verschil bestaat tussen mensen die stressgevoelig en meer robuust zijn – dat miskent levensloopstress. Het scheert alle werknemers over een kam, alle omstandigheden, alle werkverhoudingen.

En waarom?

De campagne maakt het zelf al glashard duidelijk, ook zonder de analyse van Elma Drayer: het gaat ZvdZ niet om het signaleren en bestrijden van een probleem, het gaat ze om het werven van meer klanten. En ZvdZ hanteert daarvoor een probaat middel: je definieert iedereen tot potentiële patiënt.

De campagne is daarmee onderdeel van een groter probleem – de medicalisering van het leven, waarbij dokters en andere zorg-deskundigen zich gaan bemoeien met een non-medisch fenomeen.
Ik heb medicalisering eerder besproken en daarbij ook uitgelegd dat we dit verschijnsel in het licht van schaarste moeten bezien.
Wat bedoel ik met schaarste? In het kort: mensen begeren zaken (een nieuwe auto, een diploma, een bepaald lichaamsgewicht) omdat andere mensen die zaken ook begeren. Daarmee wordt het begeerde echter onvermijdelijk schaars: ik word afhankelijk van anderen in de bevrediging van mijn verlangen – oftewel omdat zij de toegang bepalen, oftewel omdat ik ik met hen concurreer. Degene die de toegang bepaalt of de strijd wint, heeft macht over degene die om toegang moet vragen of de strijd verliest.

De beste analyse van die schaarstemaatschappij is gegeven door Ivan Illich, in een reeks boeken van Deschooling Society (1971) tot Gender (1982). Illich’ wellicht bekendste boek is Medical Nemesis (Grenzen aan de Geneeskunde) uit 1976, waarin hij de greep van de gezondheidszorg op ons welzijn als een bedreiging voor de volksgezondheid karakteriseert.

De titel Medical Nemesis maakt duidelijk hoe Illich tegen moderne instituten aankijkt: hij ziet ze als een vorm van hybris.
In een streven naar meer en meer controle (over opgroeien, over transport, over energiegebruik, over werk, over gezondheid) creëert de moderne mens technologieën die aanvankelijk positieve gevolgen hebben, maar gaandeweg averechtse gevolgen krijgen. Ze overschrijden een bepaalde grens (qua omvang en impact) en krijgen dan meer negatieve dan positieve effecten – een vorm van ‘bestraffing’ die de oude Grieken toeschreven aan de godin Nemesis.

Illich onderscheidt dus twee soorten technische middelen die elkaar vaak opvolgen: het eerste type middelen is voor een groot aantal mensen toegankelijk en draagt bij tot een merkbare verbetering en grotere zelfverwerkelijking; het tweede type middelen is daarentegen duur, sterk gespecialiseerd en afhankelijk van tussenkomst door experts. Het tweede type leidt tot schadelijke neveneffecten, die doorgaans weer leiden tot verdere specialisatie en controle, die weer leiden tot stijgende afhankelijkheid, die weer leiden tot averechtse effecten – enzovoort enzovoort.
Voorbeelden van type 1 versus type 2: een fiets tegenover een auto; leren lezen en schrijven tegenover de diploma-race; in de winter een trui aantrekken tegenover de verwarming hoger zetten.

In principe zou, als het bestond, levensloopstress bestreden kunnen worden met een techniek van type 1, gewoon door er op het werk aandacht voor te hebben. Ironisch genoeg is dit eigenlijk het kernadvies van Zorg van de Zaak: maak privé omstandigheden bespreekbaar op het werk.
Afgezien van de vraag of dit een ‘techniek’ genoemd zou kunnen worden: er kleven aan die bespreekbaarheid weinig nadelen, mits er een goede communicatie bestaat tussen werknemer en leidinggevende. Je zou ook kunnen zeggen: als die communicatie goed is, bestaat de bespreekbaarheid al.

Waar ZvdZ de mist in gaat, is met hun aanbod deskundigen actief in te laten grijpen in deze communicatie tussen manager en teamleden:

Wij kunnen werkgevers en werknemers helpen met trainingen en coaching in hoe het gesprek aan te gaan met elkaar om bepaalde thema’s bespreekbaar te maken. Of hoe werk en privé beter te combineren. Maar ook bieden we hulp aan werknemers met financiële problemen of met vragen over hun loopbaanmogelijkheden. We hebben verschillende bedrijven in huis die expert zijn voor diverse probleemstellingen met betrekking tot levensloopstress.

Hiermee wordt techniek 1 vanzelf techniek 2. In een poging bepaalde problemen bespreekbaar te maken en op te lossen, wordt van alles een probleem gemaakt.
Elke privé situatie is volgens ZvdZ iets wat met behulp van hun betaalde experts besproken en ‘behandeld’ moet worden. En daar ligt de hybris van Illich op de loer – toenemende afhankelijkheid van deskundigen die zich steeds meer specialiseren (ZvdZ biedt ‘inzetbaarheidsverhoging’, schuldhulpverlening, hulp bij werk-privé balans, loopbaancoaching, ‘arbeidsdeskundig’ advies, ‘inzetbaarheidscoaching’ en re-integratie) – en steeds meer van het leven van werknemers gaan controleren.

Dit alles lijkt me het opnemen van ‘levensloopstress’ in ons woordenboek wel te rechtvaardigen.
Dus:

“Levensloopstress: alle gebeurtenissen op het leven die impact hebben op werkenden. Dus, het leven zelf, zoals bezien vanuit preventie-perspectief. Zie ook: voer voor psychologen, medicalisering, schaarste.”