We hebben de Sinterklaas-periode weer gehad. Deze keer was er geen commotie rondom Piet, maar wel een bedreiging van een acteur die zogenaamd in het Sinterklaas-journaal het ‘geheim’ van Sinterklaas zou hebben verklapt. Daar waren sommige mensen kennelijk heel boos over.
Aan de andere kant waren er juist mensen die moeite hadden met het hele geheim, en die vonden dat het spelen van Sinterklaas eigenlijk het liegen tegen kinderen is. De voornaamste stem in dat kamp was die van filosoof Jan Warndorff, in een ingezonden stuk in de Volkskrant:
Wij willen ons kind geen verhalen op de mouw spelden, en al helemaal niet met zoveel emotionele turbulentie tot gevolg. Het Sinterklaasfeest exploiteert de kinderlijke goedgelovigheid, voor een inmiddels compleet onhelder doel.
Vroeger diende de list en het bedrog een duidelijk opvoedkundig doel: de aanloop naar 5 december waren weken waarin je echt je best moest doen om braaf te zijn, want Sinterklaas zag en wist alles – als een soort mini-God – en voor stoute kinderen zwaaide de roe en zelfs de mogelijkheid dat je in de zak zou worden afgevoerd naar Spanje.
Nu is, aldus Warndorff, die opvoedkundige dimensies echter verdwenen. Sint en Piet zijn louter nog positieve figuren, dus waarom dan nog die leugens en dat bedrog? Hij miskent niet dat Sinterklaas wat opwinding, huiver en eerbied aan een kinderleven toevoegde:
Maar weegt dat op tegen het liegen, tegen het bedrog en tegen de onvermijdelijke teleurstelling, of zelfs schok, wanneer je ontdekt dat Sinterklaas helemaal niet bestaat en dat jouw ouders je zo voor de gek hebben gehouden?
Voor Warndorff is het Sinterklaasgebeuren een morele zaak: jouw ouders vertellen je iets dat niet op feiten berust en als je daar achter komt, ben je in hen teleurgesteld – je voelt je bedrogen.
Afgezien van de vraag of het zo werkt voor alle kinderen, of zelfs voor de meeste – we vertellen wel vaker dingen tegen kinderen die niet ‘waar’ zijn, omdat we denken daar goede redenen voor te hebben. Hoe zit het met de redenen voor de Sinterklaas-samenzwering: kunnen die door de beugel?
Leugens
Je kunt leugens in twee soorten verdelen. Soort 1 is de categorie die we vertellen om er zelf beter van te worden. We willen dat het kind van ons houdt en beloven dingen waarvan we weten dat we ze niet waar kunnen maken, bijvoorbeeld.
En dan zijn er de onwaarheden die we vertellen die we in het belang van het kind achten – zaken die we anders voorstellen dan ze zijn omdat we kinderen tegen de harde werkelijkheid willen beschermen.
Met andere woorden: als kinderen geconfronteerd dreigen te worden met zaken waar ze niet mee uit de voeten kunnen, vertellen wij volwassenen ze aangepaste, zachte versies waarmee ze wel wat kunnen. We doen dat bijvoorbeeld over de dood (opa is in de hemel bij oma), sex (louter iets voor volwassenen die een langdurige relatie hebben), drugs (niet doen, dat is gevaarlijk), godsdienst (je bent een christen of moslim, dat is nu eenmaal zo), autoriteit (wij weten wat het beste voor jou is) en school (later begrijp je waarom je dit moest leren).
Volgens essayist Paul Graham vertellen we die leugens doorgaans om de vrede te bewaren en lastige vragen te ontwijken. We willen dat kinderen zich geen zorgen maken, maar we willen ook rustig samen avondeten – en geen discussie over het feit of de kip op ons bord voor onze maaltijd wilde sterven.
Is het Sinterklaasverhaal een soort leugen zoals hierboven beschreven?
In elk geval is het geen verhaal dat we vertellen om er zelf beter van te worden. Dat zou eerder het geval zijn als Sint daadwerkelijk de pakjes bracht maar wijzelf de eer opstrijken.
Is het dan een verhaal om kinderen tegen de harde werkelijkheid te beschermen, om de confrontatie met lastige waarheden uit te stellen zodat ze daar beter tegen bestand zijn? Dat toch ook niet, want als wij geen Sinterklaas ten tonele voeren worden opgroeiende kinderen daar niet vanzelf mee geconfronteerd.
Misschien dat Sint en Piet vroeger eerder een leugen vertegenwoordigden, toen we ze inzetten als opvoedmiddel, als beloning en straf voor braaf en stout gedrag. Maar dat doen we niet meer.
Dus wat is het Sinterklaasritueel nu dan nog, als het geen leugen is?
Ik denk: een sprookje.
Sprookjes
Het Sinterklaasverhaal is een sprookje dat wij aan kinderen vertellen en waarin we zelf (als ouders, Pieten en Sinten) een rol spelen.
Waarom doen we dit? Allereerst, denk ik, om de reden waarom we überhaupt verhalen vertellen: vanwege het plezier iets te maken, het genot om een (versie van een) wereld te scheppen. Kijk maar naar het Sinterklaas-journaal, daar druipt het vertelplezier van af. Maar je hoeft helemaal niet origineel te zijn om vreugde aan vertellen te beleven, je kunt ook delen in de creativiteit van aloude verhalen door ze simpelweg door te geven.
Een verhaal, of het nu Roodkapje, het Nibelungenlied of Sinterklaas is, is een wereld waarin je jezelf kunt onderdompelen, waarin je (tijdelijk) kunt geloven. Dat geloven biedt enorm veel vreugde.
Literatuurwetenschappers hebben hier de rare en foutieve benaming suspension of disbelief aan gegeven, alsof je eerst een verhaal wantrouwt en dan toch maar besluit om je sceptische blik op te geven. Maar zo gaat het natuurlijk niet. Wanneer we met een aantrekkelijk verhaal worden geconfronteerd willen we niets liever dan er – voor de duur van het verhaal – in ondergedompeld worden. En voor de duur van het verhaal is het ‘echt’. Of en bepaald element buiten het verhaal ook bestaat is helemaal niet aan de orde. Sprookjes – en goede verhalen in het algemeen – draaien helemaal niet om waarheid, ze draaien om wat aantrekkelijk is, spannend, verhelderend, troostrijk.
Het gaat er bij Sinterklaas niet om of hij echt over de daken kan rijden en door de schoorsteen kan klimmen – het gaat erom dat het idee van die acrobatiek onweerstaanbaar is.
Sint en Piet bieden ons een glimp van een bevredigende wereld, eentje waarin sommige natuurwetten zijn opgeheven en de aarde, letterlijk, betoverd is. Niet door manipulatieve ouderlijke tovenaars die op macht uit zijn (dat was in de tijd van roe en zak misschien zo), maar door scheppers van het bijzondere, die willen delen in vreugde en verwondering. Delen, want vertellers en luisteraars/toeschouwers, volwassenen en kinderen, scheppen deze wonderlijke wereld samen.
Dat het Sinterklaas-verhaal de wereld mooier maakt, erkent Warndorff zelf:
Uit mijn eigen jonge jaren kan ik mij wel de opwinding herinneren, wanneer je ’s ochtends vroeg wakker wordt, in je pyjama de trap afsluipt, en daar in je schoen bij de schoorsteen (toen nog wel!) inderdaad al iets ziet glinsteren, met daarbij de huiver om het idee dat Pieterbaas vannacht in jouw huis aanwezig was. Dat was prachtig. De diepe eerbied die je voelde voor de oude wijze Sint en hoe magisch het was dat hij ook jou kende en om jou gaf: dat waren waardevolle ervaringen.
J.R.R. Tolkien, de schepper van Middelaarde (van Hobbit en Lord of the Rings) heeft geschreven dat het bij het genieten van sprookjes niet om argeloosheid of goedgelovigheid gaat, maar om nederigheid en onschuld.
Nederigheid: de wereld is vol van wezens die ouder en wijzer zijn dan wij – die ons kennen, misschien beter dan wij onszelf. Onschuld: onze familiaire dagelijkse wereld is veel rijker dan we gedacht hadden – vannacht stond er nog een schimmel op ons dak en ergens staat mijn naam in een groot boek geschreven.
Sinterklaas bevordert deze gevoelens in ons, als het goed is ook in de volwassenen die als vertellers in het wonder delen. En samen met de kinderen scheppen we een wereld die als nieuw is, en niet meer zo vertrouwd, maar ook niet zo voorspelbaar en saai. En niet zo maakbaar en van ons.
Voor een paar weken per jaar wijzen Sint en Piet ons erop dat de wereld groter, rijker en mooier is dan we in de overige maanden gedacht hebben – en dat die wereld niet ons bezit is. We denken dat vaak wel: wat ons vertrouwd voorkomt, wat we in kaart hebben gebracht en geclassificeerd, dat lijkt ons toe te behoren. Het zijn schatten die we vergaard hebben, en in een kist hebben gestopt. Slot erop, dat is nu van mij.
Maar de wereld kan niet worden opgesloten en wat ik me heb toegeëigend is daarom nog niet mijn bezit. Sprookjes herinneren ons aan die waarheid. Ze maken ons nederiger en onschuldiger.
Dat is het compleet heldere doel van Sinterklaas.
