De afgelopen weken heb ik de evolutionaire geschiedenis van de mens, de Homo sapiens, vergeleken met die van onze naaste verwanten, de chimpansee en de bonobo. (Ik heb zelfs gepleit voor een indeling van de mens als ‘derde chimpansee’, de Pan sapiens)
We zagen in die vergelijking belangrijke overeenkomsten en belangrijke verschillen.
De belangrijkste verschillen zijn deze:
- Mensen zijn, veel meer dan andere chimpansees, uitmuntende samenwerkers. Mensen delen voedsel, beschermen elkaar en dragen samen zorg voor de kinderen in de groep. Ze strijden ook samen tegen vijanden.
- Mensen leefden het grootste deel van hun geschiedenis als mensaap en aapmens in zeer egalitaire groepen. Mensen kennen geen alfa-mannen en -vrouwen, de toegang tot voedsel en seks is veel gelijkwaardiger, ‘democratischer’ zou je kunnen zeggen, dan bij onze apenfamilie.
Erfenis
Vorige week heb ik betoogd dat verschil 1 grotendeels de reden is van reden 2: we hebben geen alfa’s omdat we die samen actief tegenwerken. Met de proactieve agressie (PA) van de groep hebben we de reactieve agressie (RA) van de alfa onschadelijk gemaakt.
Wanneer, in onze lange geschiedenis als jager-verzamelaars, mannen of vrouwen zich in een groep teveel op de voorgrond drongen, kwamen hun groepsgenoten in actie. Ze overlegden wat ze met de uit de pas lopende groepsgenoot moesten doen: wat onvriendelijke opmerkingen toevoegen, bespotten in aanwezigheid van anderen, proberen te beschamen, uit te sluiten bij een gesprek of activiteit, te negeren als hij of zij de aandacht probeerde te trekken. Of misschien, als dat allemaal niet hielp, de betreffende persoon uit de groep stoten – of zelfs doden.
Je kunt je bij zo’n actie iets voorstellen zoals de aanslag op Julius Caesar in het oude Rome. Toen die tussen 49 en 44 voor Chr. teveel macht naar zich toetrok, beraamden rivalen manieren om hem weer in het gareel te krijgen. In 44 besloten ze dat het voor verbale aanvallen of uitsluiting te laat was; Caesar had inmiddels alle belangrijke ambten in Rome naar zich toegetrokken (dictator, tribuun van het volk, consul, opperbevelhebber van de strijdkrachten) – in alles behalve naam was hij de koning van het Romeinse Rijk. In Rome bestond er echter een vijfhonderd jaar oude afkeer van koningen, een erfenis van de aloude menselijke afkeer van hiĆ«rarchie en afhankelijkheid. Daarom voegden zich enkele tientallen senatoren bijeen om Caesar gezamenlijk om te brengen.
Zoals geschiedschrijvers Suetonius en Ploutarchos later beschreven hebben, ging dat bijzonder knullig. De plannen om Caesar te vermoorden, waren gauw genoeg gesmeed, maar de uitvoering haperde bij het gebrek aan de noodzakelijke reactieve agressie om op het moment supreme de dolk te hanteren. De eerste dolkstoot verwondde Caesar maar licht, zodat hij nog aan de aanslagpleger kon vragen: “Casca, schurk, wat doe je?” Casca riep daarop zijn aanwezige broer om hulp. Die kwam met andere samenzweerders naderbij en samen staken ze op Caesar in, drieĆ«ntwintig keer, tot hij dood was. Het verhaal gaat dat Caesar probeerde de dolksteken te ontwijken, tot hij zag dat zijn geliefde Brutus onder de samenzweerders was. Toen trok hij zijn toga over zijn gezicht en liet zich vallen.
Vele moordenaars liepen zelf wonden op, omdat er te weinig ruimte voor allen was om Caesar te raken. Senatoren die niet in het complot zaten, keken intussen vol ontzetting toe of vluchtten het gebouw uit.
Jagers-verzamelaars
Waarschijnlijk eender is het in oude jager-verzamelaar groepen gegaan, als daar de leden besloten dat een bepaalde man (waarschijnlijk bijna altijd een man) over de schreef was gegaan – te dominant, te ruziezoekend, te hebberig, te leugenachtig, te agressief.
In elk geval gaat het nog steeds zo in moderne JV-gemeenschappen. We hebben een antropologisch verslag van een groepsmoord uit de jaren veertig van de vorige eeuw bij de !Kung van de Kalahari. Een man genaamd Twi was daar verantwoordelijk van de dood van twee mannen – een ongehoorde mate van gewelddadigheid in ‘bosjesman’-groepen. Een aantal mensen kwam samen voor overleg en besloot Twi te doden.
Een man genaamd Xashe ging bij het kamp in een hinderlaag liggen en schoot Twi, toen die langs kwam, een giftige pijl in de heup. Ze worstelden en Twi greep zijn dolk om hem te steken. Toen greep Xashe’s moeder hem van achteren en riep haar zoon toe te vluchten.
Twi trok de pijl uit zijn heup en liep naar zijn hut, waar hij ging zitten. Sommige groepsgenoten probeerden hem te helpen. Hij kondigde aan te gaan urineren, maar greep plotseling een speer en zwaaide daarmee rond. Hij verwondde daarmee een vrouw, Kushe, door haar wang open te rijten. Toen Kushe’s echtgenoot tussenbeide kwam schoot Twi hem een vergiftigde pijl in de rug.
Toen bestookte iedereen Twi en niemand kwam hem meer te hulp. Hij zat nog achter mensen aan en vuurde pijlen af, maar hij raakte niemand meer. Tenslotte ging hij in het midden van het dorp zitten en riep naar de anderen: “Zijn jullie nog bang voor me? Het is afgelopen, ik ben buiten adem. Zijn jullie bang voor mijn wapens? Hier, ik leg ze buiten bereik. Kom me dood maken.”
Toen schoot iedereen met giftige pijlen op hem, tot hij eruit zag als een stekelvarken. Hij ging liggen en stierf. Maar zelfs daarna kwamen mensen, mannen en vrouwen, hem met speren steken.
Twi werd begraven en mensen gingen snel uiteen, bang voor nieuwe ruzies. (Samengevat uit R.B. Lee, The !Kung San, 1979)
Oermoord
Verrassend aan de notie dat een groep gelijkgestemden de ‘alfaman’ in de groep uitschakelen is de verwantschap met een idee van Sigmund Freud, uit Totem und Tabu (1913). In aanknoping aan een hypothese van Charles Darwin stelde Freud in dat boek dat mensen waarschijnlijk oorspronkelijk in kleine, gorilla-achtige gemeenschappen, de zogenaamde ‘oerhordes’, hadden geleefd, waarbij een almachtige man zijn zonen dwong tot een celibatair bestaan (of het zoeken van vrouwen buiten de eigen groep). Zoals Freud het zag, was aan die oertoestand een einde gekomen doordat de ‘zonen’ (de seksueel rijpe jonge mannen) zich op een gegeven moment gezamenlijk tegen de ‘oervader’ keerden en hem vermoordden:
Op een dag sloten de uitgedreven broers zich aaneen, vermoordden de vader en aten hem op, zo een einde makend aan de vaderhorde. vereend waagden ze en bereikten ze, wat het individu onmogelijk was geweest. (Misschien had een culturele sprong, het hanteren van een nieuw wapen, hen het gevoel van superioriteit gegeven.) dat ze de vermoorde ook opaten was voor kannibalisme wilden ook vanzelfsprekend. De gewelddadige oervader was beslist het beneide en gevreesde voorbeeld van elke broer geweest. Nu zetten ze in de daad van vertering de identificatie met hem door, eigenden zich elk een stuk van zijn kracht toe. De totemmaaltijd, misschien het eerste feest van de mensheid, zou dan de herhaling en herdenking van deze gedenkwaardige, criminele daad zijn, waarmee zoveel begon, de sociale structuren, de morele beperkingen en de religie.
Het zal duidelijk zijn dat Freud veel verder gaat dan Christopher Boehms bescheiden idee, dat alfamannen zijn uitgeschakeld door coalities van groepsgenoten. Bij Freud is de oeralfa de vader van de jonge mannen die de moordcoalitie vormen – dat is bij mensen, die nooit met gorilla-achtige ‘sultans’ en ‘harems’ hebben geleefd zeker niet het geval geweest. En het is ook onwaarschijnlijk dat moord op de alfa de oorsprong van totemisme en religie is geweest – die structuren zijn pas honderdduizenden, misschien wel miljoenen, jaren later ontstaan. En evenmin is de aanval op de alfa de allereerste moord geweest, de echte ‘oermoord’. Ongetwijfeld bestond er in elke mensengroep, zoals ook bij andere mensapen, onderlinge agressie, en zal dat een enkele keer op een fataal handgemeen zijn uitgelopen. Maar in zekere zin is de executie van de alfa toch de ‘oermoord’: waar eerdere sterfgevallen de structuur van de aapmensengroep niet wezenlijk veranderden, vormde de moord op alfamannen (en wellicht ook -vrouwen!) de start van iets nieuws, het egalitaire groepsleven van de mensaap.
Deze oermoord was niet de eerste stap van aap naar mens – dat was vrijwel zeker het verlaten van de bomen en het rechtop lopen over de savannen. Maar het delen van voedsel, en de gemeenschappelijke zorg over de kinderen in de groep, is waarschijnlijk niet denkbaar zonder dat de rol van alfa’s uitgespeeld is en mensen zelf – en samen – bepalen hoe ze met broodwinning, het vinden van seksuele partners en het verzorgen van hun nageslacht omgaan.
De vrijheid om dat te doen, was ondenkbaar geweest onder de heerschappij van alfamannen en -vrouwen. dat zij zijn uitgeschakeld, heeft menselijk leven mogelijk gemaakt.
Dat is de erfenis van de oerhorde.
Maar niet de enige! Meer de volgende keer!
