In een poging om de agressiviteit van mensen te verklaren, vergelijk ik onze evolutie met die van onze naaste verwanten, chimpansees en bonobo’s. Vorige week zagen we hoe het voedingspatroon van chimpansees leidt tot een wijze van groepsvorming – en een groepscultuur – die geweld in de hand werkt.
Kort samengevat: om voldoende voedsel te krijgen, met name zachte bladeren en kruiden die ook door de aanwezige gorilla’s worden gegeten, moeten chimpansees in wisselende groepen grote afstanden overbruggen. Dat werkt stabiele groepsvorming tegen. Kleine subgroepjes, die steeds van samenstelling veranderen, stimuleren een bijna voortdurende strijd om de hoogste rang, en maken de onderdrukking van chimpansee-vrouwen door hun mannelijke soortgenoten mogelijk.
Heel anders is de situatie voor bonobo’s. Pan paniscus leeft in een rijke omgeving, zonder concurrenten, waar hij alles kan vinden wat hij lekker vindt: rijpe vruchten, groene blaadjes, smakelijke kruiden, voedzame wortels. En alles dicht bij elkaar. Bonobo’s kunnen het zich daarom veroorloven om in een grote groep samen rond te trekken, met zowel mannen als (veel) vrouwen.
Hoe het precies gegaan is weten we niet, maar in die grote groepen hebben bonobo’s in feite zichzelf gedomesticeerd – dat wil zeggen, ze hebben zichzelf minder agressief gemaakt. Het initiatief lag daarbij ongetwijfeld bij de vrouwen. Zij waren het die hun vruchtbare periodes verborgen en uitbreidden, en seks hadden met vele mannen tegelijk, waardoor ze het vaderschap van hun nakomelingen verdoezelden. Dat beroofde mannen van een motief voor kindermoord (zoals bij gorilla’s en chimpansees), omdat ze niet wisten of ze eventueel hun eigen nageslacht ombrachten. De onzekere staat van vaderschap maakte mannen minder gewelddadig, omdat het de belangrijkste reden om met elkaar te vechten weg nam.

Verder werden al te agressieve mannen door een coalitie van vrouwen kort gehouden.
Girl power is de kern van elke bonobo-groep, groter dan twee. Wanneer (in gevangenschap) een gemengd paar bij elkaar zit, zal de man de vrouw domineren. Maar zet er een tweede vrouw bij, en het vrouwen-paar zal de man domineren en de verdeling van het voedsel bepalen.
Vrouwen steunen elkaar en vormen coalities. Mannen niet, we weten niet precies waarom niet. Misschien omdat ze wel tevreden zijn met de huidige toestand, waarin ze voldoende voedsel en heel veel seks krijgen. Ze hebben waarschijnlijk niet zoveel te winnen bij een iets meer patriarchale, meer chimpansee-achtige samenleving.
Wat doet bonobo-vrouwen elkaar steunen? Niet verwantschap – de meeste vrouwen verlaten als jonge volwassenen de gemeenschap van hun moeder en sluiten zich aan bij een andere groep om zich voort te planten. Nee, het is ervaring. Het is bekendheid, het is netwerken. Het is investeren, door talloze kleine interacties. Eerst ga je dichtbij zitten, en nog dichterbij. Dan kijk je of je een ander (liefst een hooggeplaatste vrouw) mag vlooien. Vervolgens heb je seks. Je deelt voedsel. Je werkt samen, in de jacht of tegen opdringerige mannen en lastige rivalen.
Chimpansees doen dat allemaal ook, maar ze doen dat als politieke transacties – voor wat hoort wat. Bonobo’s doen het om vrienden te maken en te houden. Vrienden en sekspartners. Wat in bonobogroepen overigens hetzelfde is.
Zoals Frans de Waal het zegt: waar chimpansees seksuele situaties oplossen met macht, lossen bonobo’s macht-situaties op met seks. Bonobo’s hebben voortdurend seks, in allerlei situaties en in allerlei wisselende samenstellingen. Wil je vriendschap sluiten? Seks. Is er iemand die na een gevecht getroost moet worden? Seks. Wil je het na een ruzie goedmaken? Seks.
Bonobo’s zijn de hippies van het regenwoud. Hippies in een matriarchaat.
Make love, not war
De groepsgrootte bij bonobo’s maakt ook alle verschil bij de ontmoetingen tussen verschillende groepen. Chimpansees verplaatsen zich in flexibele groepen en de kans dat ze rond de grens van hun gebied een naburige troep van gelijke grootte tegenkomen, is klein. Meestal stuiten individuen op kleine groepen of kleine groepen op grotere. Het resultaat is onvermijdelijk vechten. Die gevechten kunnen bestaan uit wat schermutselingen en een snelle aftocht, maar niet zelden treedt er (dodelijk) geweld op.
Bonobo’s reizen in stabiele groepen en ontmoeten elkaar op een manier die grote conflicten erg kostbaar zou maken. Meestal beginnen de aanwezige mannen wel met wat uiterlijk vertoon van agressie, maar dat mondt niet uit in echte strijd. De vrouwen van beide partijen houden zich gedurende die fase afzijdig. Vervolgens komen zij naar voren, vlooien elkaar, hebben seks en delen voedsel. Het geheel verandert in een picknick, in plaats van in een oorlog.

De manier waarop bonobo’s met andere groepen omgaan lijkt veel op die van mensen. Als jager-verzamelaars hun buren ontmoeten is er een onderliggende emotie van wantrouwen en vijandschap, maar er is ook nieuwsgierigheid en een bereidheid om tot een vergelijk te komen. Tot geschenken en ruilhandel.
Wat bonobo-oorlog overbodig maakt is een notie van territorium – een gebied dat jouw groep voorziet van voedsel en veiligheid, jouw mannen van vrouwen om zich mee voort te planten. Ook zonder een territorium dat met hand en tand verdedigd wordt hebben bonobo-mannen genoeg van deze zaken – dus waarom zouden ze er met mannen van andere groepen om vechten?
Rang
Onder de matriarchale condities van de bonobo-maatschappij is er geen ruimte voor al te agressieve mannen om elkaar, vrouwen of andere groepen te domineren. Zonder die vrouwelijke dominantie zouden bonobo-mannen net zo agressief zijn als chimpansees. Bonobo’s zijn niet vrij van agressie, zeker niet. Daarom hebben ze ook dergelijk indrukwekkende mechanismen ontwikkeld om geweld te voorkomen of na afloop verzoening te bereiken. They make love to prevent war.
Bonobo-mannen houden er overigens wel van andere mannen te belagen, maar het niveau van agressie is veel lager dan bij chimpansees. De verwondingen zijn minder ernstig en nooit dodelijk.
Evenmin als agressie ontberen de bonobo’s een verlangen naar status. Status is de moeite waard, want het geeft meer seks en meer voedsel.
Cruciaal bij bonobo-mannen is de status van hun vrouwelijke familieleden. Mannen blijven als volwassenen bij hun moeder in de groep en als die een hoge rang heeft, profiteren ze daarvan. De vrouwelijke coalities strekken zich uit over verwante mannen. (Dat betekent ook weer dat die weinig te winnen hebben bij onderlinge strijd, omdat hun status niet afhangt van succes in onderlinge krachtmetingen, maar van de positie van hun moeder.) Hun status heeft kennelijk wel te maken met het krachtvertoon tegenover andere mannen – dat wordt aantrekkelijk gevonden door bonobo-vrouwen.
De vrouwelijke rangorde is vrij stabiel, in elk geval stabieler dan bij chimpansee-mannen. Bonobo’s verdienen hun positie op grond van leeftijd en persoonlijkheid – zaken die niet snel veranderen en niet voortdurend hoeven te worden getest. Ook dat draagt weer bij aan de rust in de groep en het voorkomen van (ernstig) geweld.
Anti-chimp
Dus. Hoewel bonobo’s en chimpansees heel erg veel gemeen hebben, hebben een paar cruciale verschillen ervoor gezorgd dat chimpansees een heel zwaar leven hebben en bonobo’s er comfortabel bijzitten. Het gemak waarop bonobo’s voedsel vergaren heeft ervoor gezorgd dat ze in grote groepen kunnen rondreizen. In die groepen trekken vrouwen met elkaar op een vormen een band – een band die ze coalities doet vormen.
Die coalities zijn gebaseerd op voortdurende investeringen – van vlooien, seks, voedsel delen – van de vrouwen. Leeftijd en persoonlijkheid creĆ«ren een rangorde onder de vrouwen, waaraan de rangorde van mannen gekoppeld is: een man drijft op de status van zijn moeder en haar vriendinnen.
Mannen hebben met een onderlinge strijd niet veel te winnen. Hun eigen rang hangt er niet van af en de status van de moeder wordt er niet door vergroot. Evenmin helpt het mannen als ze het territorium van de gemeenschap vergroten door naburige groepen aan te vallen. De toegang tot seks en voedsel wordt daardoor niet wezenlijk vergroot. het helpt mannen wel om een bad boy uitstraling te hebben, dat vinden vrouwen aantrekkelijk. Maar al te agressief is buurmans gek.
Mannen hebben juist te verliezen bij al te grote agressie, omdat die steevast door de vrouwen wordt afgestraft. Het pesten van vrouwen helemaal – dat leidt tot onmiddellijke bestraffing door de vrouwen – maar ook onderlinge rivaliteit en strijd met buren wordt actief ontmoedigd.
Elke stap van het bonobo-pad voert hen weg van de chimpansee-route. Feitelijk, hoe groot de overeenkomsten ook zijn, is de moderne bonobo een anti-chimp. Mensen hebben veel meer gemeenschappelijk met chimpansees dan bonobo’s.
Wat zijn die overeenkomsten, en de verschillen? Meer daarover volgende keer!
