Vorige week kondigde ik aan de drie chimpansees-soorten – chimpansee, bonobo en mens – te zullen onderzoeken op hun evolutie, om te kijken of hun manier van samenleven daaruit te begrijpen valt. Momenteel zijn er namelijk grote verschillen in hoe groepen bij de drie soorten functioneren.
Kort gezegd: chimpansees zijn onderling, binnen een groep, vaak agressief naar elkaar en voeren ook met groepen onderling ‘oorlog’. Bonobo’s zijn veel minder agressief naar groepsgenoten toe en hebben ook geen conflicten tussen groepen. Mensen zijn uniek verdraagzaam jegens groepsgenoten maar kunnen een genadeloze strijd voeren tegen buitenstaanders.
Eerste halte: chimpansees.
Zoals ik vorige keer al schreef, hebben chimpansees en bonobo’s zich ongeveer 2,5 miljoen jaar geleden van elkaar afgesplitst. We weten niet of de oorspronkelijke voorouder meer op de ene leek of op de andere, met andere woorden, we weten niet precies wie zich nu heeft afgesplitst. Wat we wel weten: op een gegeven moment is, in de zeer veranderlijke klimaatomstandigheden van het Pleistoceen, een groep voorlopers van chimpansees terechtgekomen/achtergebleven in een stuk jungle waar ze concurrentie hadden van gorilla’s – en voorlopers van bonobo’s zijn terechtgekomen/achtergebleven in een gebied waar geen gorilla’s woonden.
En dat maakte alle verschil van de wereld.
Gorilla-land
Hoe kwamen chimpansees in gorilla’s-land terecht, en bonobo’s elders? Waarschijnlijk hebben gorilla’s zich in een zeer droge tijd teruggetrokken in natte stukken jungle tegen berghellingen aan, om aan voldoende van hun plantaardige voedsel te kunnen komen. Vervolgens zijn ze in een gunstiger klimaat, samen met het bos, weer teruggekeerd naar de vlakte. Op die vlakte aten ze de bladeren en kruidenstengels die hun favoriete voedsel vormen.
Een deel van dat voedsel, de jonge bladeren en de zachte groene stengels van kruiden, wordt ook door bonobo’s gegeten. Waar er geen gorilla’s zijn, kunnen zij van fruitboom naar fruitboom trekken en onderweg, als ze honger hebben, even van de groene planten snoepen. Bonobo’s trekken daarom rond in grote, stabiele groepen van mannen en vrouwen.

Chimpansees kunnen datzelfde niet doen, want in hun gebied wordt het groenvoer voor een groot deel opgegeten door de aanwezige gorilla’s. Chimpansees zijn daarom veel meer afhankelijk van een wijd verspreide zoektocht naar voedsel, ondernomen door kleine, steeds wisselende groepjes.
In dat gegeven schuilt de oorsprong van hun splitsing.
Bij de terugkeer van de gorilla’s na droge periodes zagen de chimpansees zich geconfronteerd met een belangrijke concurrent, en bonobo’s niet. Bonobo’s konden daarom in grote stabiele groepen gaan leven, chimpansees in groepen met het zogenaamde fusion and fission-patroon: samenvoegen en opsplitsen. Met kleinere groepjes van steeds wisselende samenstelling is het sociale leven van chimpansees veel eenzamer, risicovoller en politieker geworden dan dat van bonobo’s.
Samen en gesplitst
Wanneer je in kleine en steeds andere groepjes optrekt is het relevant hoe sterk je bent en hoe agressief. Er is geen grote groep die verstoorders tot de orde roept: bullebakken hebben niet helemaal de vrije baan, maar wel meer macht dan in een groot gezelschap. De grootste chimpansee kan gemakkelijk een paar zwakkere apen terroriseren. En de alfa-man acht dat ook nodig: omdat een chimpansee steeds van groepje naar groepje gaat, moet hij steeds controleren of de anderen nog wel onderdanig zijn. De eerste minuten na een reünie van groepjes worden daarom meestal gevuld met tekenen van agressie – maar eerder uiterlijk vertoon dan echte aanvallen.
In zo’n gesplitste groep draait dus alles om rang en om macht. En die draaien weer voor een groot deel (maar niet helemaal) om fysieke dominantie. De grootste en sterkste chimpansee is de baas.
Let wel: chimpansees kunnen ook enorm lief en zorgzaam zijn, vol medegevoel en bezonnen kameraadschap. Een chimpansees kan een echt mensch zijn, in de Jiddische betekenis van het woord.
Maar tussen die momenten door is een chimpansee-leven zoals Thomas Hobbes het omschreven heeft: nasty, brutish and short. Vooral voor chimpansee-mannen.
In het wild worden chimpansees gemiddeld maar 15 jaar, terwijl ze in dierentuinen meestal zeker 30 worden, vaak ouder dan 40. Mannen doden regelmatig andere mannen, wanneer ze dat in een coalitie kunnen doen en hun rangorde erdoor verbetert. Een eenzame chimpansee van een andere groep zal altijd worden aangevallen en gedood door een groepje chimpansees op patrouille aan de rand van hun territorium. En ook hier geldt weer: groepsgrootte is bepalend. De voedingswijze van chimpansees zorgt ervoor dat eenzame ‘vijanden’ geconfronteerd kunnen worden met kleine groepjes concurrenten, of kleine groepen met grote groepen tegenstanders. Chimpansees zullen van die overmachtsituaties altijd gebruik maken.
Chimpansees-vrouwen mengen zich niet met mannen in de strijd om de heerschappij, maar hebben wel een onderlinge strijd om rangorde. Die is echter nooit dodelijk, omdat er voor vrouwen minder op het spel staat. Vrouwen kunnen zich altijd wel voortplanten – anders dan mannen, voor wie een hoge positie op de ‘maatschappelijke’ ladder essentieel is om kansen tot voortplanting te krijgen.
Chimpansee-vrouwen hebben het echter ook niet gemakkelijk. Gewoonlijk worden ze aangevallen door elke man die zijn dominantie wil bewijzen – en elke chimp-man is sterker en dus dominanter dan elke chimp-vrouw. Verkrachting komt bij chimpansees niet voor, maar wel mishandeling, die misschien gericht is op het later verkrijgen van seksuele gunsten.
Oorlog
Chimpansees zijn volgens onderzoek zo’n honderd keer agressiever dan mensen. De twee soorten kennen echter een opvallende overeenkomst: anders dan orang-oetans, gorilla’s en bonobo’s voeren groepen oorlog met elkaar.

In de reservaten waar ze gedurende geobserveerd zijn (zoals in Gombe door Jane Goodall) is vaak waargenomen dat chimpansees de grenzen van hun territorium patrouilleren. Wanneer ze met kleine groepjes zijn, doen ze dat stil en voorzichtig, om geen aanval van een grote groep buren uit te nodigen. Soms trekken ze ook met een grote groep naar de grens, op zoek naar een mogelijkheid om een ‘buurvrouw’ te grijpen of een mannelijke ‘vijand’ te doden. Een enkele keer wordt de naburige groep daarbij geheel verdreven, of soms na een jarenlange campagne uitgeroeid door alle mannen na elkaar te vermoorden.
De manieren waarop chimpansees die campagnes voeren – met heimelijke patrouilles en overvallen – en de doelen die ze daarmee nastreven – territorium, hulpbronnen en vrouwen – lijken zoveel op die van ons bekende jager-verzamelaars dat we hierin een teken van verwantschap mogen zien tussen de twee apensoorten. Dat legitimeert, denk ik, ook het gebruik van de term ‘oorlog’ in beide gevallen. Gorilla’s, orang-oetans en bonobo’s voeren geen groepsgewijze strijd, dus we kunnen niet zeggen dat de Oer-Pan of de gemeenschappelijk voorouder van mensapen oorlogszuchtig was. Maar mensen en chimpansees dus wel.
Verzoening
Hoewel een chimpansee-leven dus erg gewelddadig is vergeleken met een mensenleven, is het ook weer niet zo dat chimpansees elkaar voortdurend naar het leven staan. Dat zou ook niet werken, omdat chimpansees uiteindelijk, net als bonobo’s en mensen, sociale dieren zijn. Ze zoeken vaak gemeenschappelijk naar voedsel, zeker bij de jacht; ze verdedigen elkaar tegen vijanden van buiten zoals luipaarden; ze zoeken seksuele partners binnen de eigen groep, waarin de mannen van geboorte tot dood blijven en vrouwen als jonge volwassenen immigreren.
Omdat hun gemeenschappelijke leven tegelijk voordelig en conflictrijk is, zijn chimpansees ook meesters in verzoening. Ze zijn snel bereid tot dreiging en geweld, maar ook weer heel snel tot de-escalatie. Dat doen ze door fysiek contact, vreedzame geluiden, elkaar vlooien, voedsel delen en seks. Doorgaans worden de verzoeningspogingen (in)geleid door de alfaman of de alfavrouw. De beste, meest succesvolle alfamannen bij chimpansees zijn niet de meest sterke en gewelddadige – de bullebakken worden meestal na een korte tijd afgezet door een coalitie van slachtoffers. De langst durende heerschappijen van alfamannen zijn die van meester-vredestichters. Van wijze, verzoenende apen.
Dat is een les die wij mensen ons ter harte kunnen nemen.
Cultuur
Er zijn theorieën die het ontstaan van oorlog louter aan culturele en economische factoren wijten. Aan ideologie of aan strijd om grondstoffen. Ik denk dat dat te eenzijdig is, en dat biologie ook aanwijsbaar een rol speelt (ik kom daarop de komende artikelen terug). Er zit in die analyse echter wel een grond van waarheid.
Allereerst: chimpansees hebben, net als bonobo’s en mensen, vormen van cultuur. Chimpansees leren talloze dingen van hun groepsgenoten, gedrag dat niet is aangeboren – en per groep kan verschillen. Verder is het leven van elke bestudeerde chimpansee-groep een beetje anders, in andere omstandigheden. De ‘economie’ van de verschillende groepen – de toegang en het gebruik van hulpbronnen – is dus ook enigszins verschillend. En ook het gebruik van oorlog.
Uit onze – nog niet heel uitgebreide – onderzoeken van chimpansees in de natuur is gebleken dat chimpansees in Centraal-Afrika oorlog voeren. Maar dat gedrag is niet gezien bij chimpansee-groepen in West-Afrika. Misschien ligt het aan de afstand tot buurgroepen, misschien aan de verspreiding van fruitbomen, misschien aan de aanwezigheid van mensen of gorilla’s. Misschien aan de cultuur van de betreffende groepen. We weten het niet. Maar het verschil bestaat. Dus zelfs als het voeren van oorlog een biologische component heeft, die wij delen met chimpansees en met de Oer-Pan, dan is dat niet het hele verhaal. Want niet alle bekende chimpansee-groepen voeren oorlog.
Het zou erg fijn zijn als we weten waarom niet, daar zouden we wellicht lessen uit kunnen leren hoe we onze eigen oorlogszuchtigheid kunnen bedwingen.
Intussen gaan we verder met de vergelijking met onze chimpansee-neven en nichten. Volgende keer de bonobo!
