In onze zoektocht naar de principes van humor is het belangrijk om allerlei genres van grappen te behandelen, omdat het heel goed denkbaar is dat humor in verschillende contexten heel verschillend werkt. In drama kan er een ander begrip van ‘grappig’ bestaan dan in moppen, en in cabaret een ander dan in strips.
Evengoed. In de afgelopen twee artikelen hebben we gezien dat humor hetzelfde functioneert in sketches/scenes en in moppen die door een verteller voorgedragen worden. Kortweg: in grappen worden regels geschonden en daardoor wordt ons ineens duidelijk dat die regels bestonden, al waren we ons daar eerder niet van bewust.
Visueel
Hoe zit het met visuele humor? Kunnen we in een spotprent of een korte strip ook die regels ontwaren, die door hun schending naar voren komen?
Let’s see.
Ik begin met een korte strip, omdat er daar de meeste ruimte bestaat om regels te behandelen (en met voeten te treden). Het gaat om een strip van Peter de Wit, uit zijn onvolprezen oeuvre over psychiater Sigmund:

We zien een spreekkamer van een psychiater. Er wordt geklopt en een man, gekleed als Napoleon Bonaparte, komt binnen. Psychiater Sigmund zegt: “Ja, dat moest een keer gebeuren.”
Hier wordt gerefereerd aan een cliché: er bestaan veel mensen met waanvoorstellingen die zich met beroemde mensen identificeren – en omdat Napoleon een van de beroemdste figuren uit de wereldgeschiedenis is (naar verluid zijn er rond 200.000 boeken over hem gepubliceerd), ‘kiezen’ veel lijders aan waanbeelden voor de Corsicaan.
De meesten van ons kennen dit cliché , dat de clou van de grap vormt. Maar er worden in drie plaatjes meer regels aan de orde gesteld.
Er is de regel dat je, wanneer iemand in het kostuum van Napoleon je spreekkamer binnentreedt, je verrast bent. Maar Sigmund reageert laconiek door op te merken dat deze gebeurtenis (gezien het aantal patiënten dat zichzelf als Napoleon beschouwt) niet kon uitblijven. Hij overtreedt daarmee de regel dat je bij een absurde gebeurtenis geacht wordt geschokt te zijn. En er is de regel dat iemand niet als Napoleon rond kan lopen en als een normale patiënt de wachtkamer van een psychiater kan bereiken zonder dat er reacties komen, wellicht alarm wordt geslagen. Dat zo iemand gewoon wacht en netjes drie keer klopt om te worden binnengelaten: dat impliceert een ‘gewoon’ volgen van de omgangsregels in een praktijk – in een zeer ongewone situatie.
In een bestek van drie plaatjes en de enkele seconden die het kost ze te bekijken, heeft Peter de Wit een handvol regels gesuggereerd, door ze met voeten te treden. Het is duidelijk dat in dit kleine bestek dezelfde techniek wordt gebruikt als in een uitgebreide verbale mop of een scene van drie minuten.
Okee, zul je zeggen. Maar dit is een strip die een kleine scene weergeeft, als het ware een dramatische scene van 5-10 seconden. Hoe zit het met een enkelvoudig plaatje, waarin de hele grap verder gecomprimeerd wordt?
Iets zoals dit:

Fokke en Sukke zijn net zo’n monumenten in krantenstrip-land als Sigmund. De schepping van John Reid, Bastiaan Geleijnse en Jean-Marc van Tol heeft in tegenstelling tot Sigmund een vaste vorm, waarvan nooit wordt afgeweken. Er is een kop met de namen van de kanarie en eend, een ondertitel waarin het onderwerp van de grap wordt genoemd en een plaatje waarin de vrienden te zien zijn terwijl ze meestal allebei teksten uitspreken.
Bovenstaande cartoon zou je kunnen ook kunnen uitspinnen tot drie plaatjes, zoals bij Sigmund. Dan zou in het eerste plaatje duidelijk worden dat Fokke en Sukke hun eigen Wikipedia-pagina aan het bewerken zijn, in het tweede plaatje zou Fokke sprekend worden opgevoerd, in het derde plaatje Sukke, met de clou. Voor de grap zou dat niet veel uitmaken, maar ik vind het persoonlijk leuker in de huidige vorm, omdat de compactheid de uitdaging voor de lezer groter maakt – er valt meer te puzzelen, meer uit te vogelen op een kleiner oppervlak.
Bovenstaande grap wordt ingeleid door de kop (met onderkop) ‘Fokke en Sukke sjoemelen ook wel eens met hun wiki). Dit deel breekt een regel en doet dat tegelijk niet: het is, zoals wij weten, niet de bedoeling dat je jouw eigen Wikipedia-pagina verandert en daar dingen op zet die jou beter doen uitkomen. Maar die regel wordt door Reid, Geleijnse en Van Tol in zekere gehandhaafd doordat ze het hebben over ‘sjoemelen’ – een aanwijzing dat de vrienden zich met iets afkeurenswaardigs bezighouden. Hier is de grap dus nog niet begonnen, maar wordt die alleen voorbereid. Hij krijgt al meer handen en voeten door Fokke’s uitspraak – die duidelijk voorleest wat hij typt – dat F & S zo populair zijn. Hier verstoot Fokke tegen de algemene regel dat je niet mag opscheppen, los of dat op Wikipedia of in het echte leven gebeurt. En met Sukke’s afronding ‘…door hun fenomenale prestaties in bed’ krijgen we een waterval aan geschonden regels: dat je niet opschept over je bedprestaties, dat ‘fenomenaal’ waarschijnlijk een schromelijke overdrijving is, dat een online-encyclopedie niet geschikt is om over sex te praten. Plus dat dit bevestigt wat we al van F & S weten: dat het twee geile, arrogante macho’s zijn – wat ook weer tegen een hoop regels verstoot.
Een enkel plaatje en opnieuw een handvol regels waarnaar indirect wordt verwezen, door ze te overtreden.
Absurd
Maar. Als we naar deze twee voorbeelden kijken, zien we twee situaties ‘uit het dagelijks leven’ (hoe bijzonder ze ook zijn). Hoe zit het met meer absurde humor, die ogenschijnlijk tegen alle regels ingaat en daarom geheel buiten het gewonen leven lijkt te vallen?
Laten we daar een voorbeeld van bekijken.
Ik ben persoonlijk een grote fan van Volkskrant-cartoonist Gummbah (echte naam Gertjan van Leeuwen), die misschien wel net zoveel haters als liefhebbers heeft. Maar ik hoor dus bij de laatste groep. Zijn werk is meestal niet satirisch en drijft niet op verwijzingen naar de actualiteit of het (bijna) gewone leven. In Gummbahs wereld is niets gewoon.
Bijvoorbeeld:

Wat is hier leuk aan? (En ik vind de grap heel leuk.) Ik zou opnieuw willen betogen: het schenden van een paar onuitgesproken regels, waarvan we ons daardoor bewust worden.
Wat zien we? Twee mannen staan bij een kunstwerk, in een museum of kunstgalerij. het kunstwerk bestaat uit twee delen die allebei ‘vormloos’ genoemd mogen worden, in die zin dat ze niet naar een bekende, bestaande vorm verwijzen. Het ene deel is groen, het andere bruin. Ook die kleuren roepen niets op, tenminste niet in deze setting (de delen lijken geen verbeelding van boomstam en kroon, bijvoorbeeld). Ondanks de ogenschijnlijke betekenisloosheid van het geheel zegt de ene man tegen de andere: “Dit is exact wat Jezus bedoelde!”
De regel die hier overschreden wordt, is dat het kunstwerk zich in het geheel niet leent voor interpretatie, laat staan de uiterst specifieke uitleg die de lange man eraan geeft. Als lezer/kijker zit je nagenoeg in een leegte te tasten als je probeert om de uitspraak te begrijpen. Wat is de link tussen Jezus en dit werk? Ogenschijnlijk niets. Maar de cartoon stelt dat die er wel is, dat de link zelfs heel nauwkeurig expliciet kan worden gemaakt. De grammatica van de situatie zegt dat er een verband is en dat je dat zou kunnen leggen als je de benodigde kennis bezit. Maar wat zou die kennis kunnen zijn? Je komt er niet uit.
Deze hopeloze situatie in een flits doorzien, dat geeft humor aan de prent. Stiekem wist je toch allerlei regels die hier geïmpliceerd worden en worden overtreden. Je weet dat het onzin is en toch ga je mee in de eis die aan de lezer wordt gesteld, om te doen alsof jet geen onzin is.
Heerlijk. En niet alleen omdat ook dit voorbeeld weer onze theorie bevestigt.
Ohne Worte
Een laatste geval. En twijfelaar zou kunnen inbrengen dat bij de bovenstaande voorbeelden steeds woorden worden gebruikt die de regels – en hun uitzonderingen – suggereren. Werkt het model ook bij tekeningen zonder begeleidende tekst?
Zie zelf:

Siegfried Woldhek maakt hier zonder woorden duidelijk dat de presidenten van de VS en Rusland samen op een bepaalde manier een en dezelfde persoon zijn – en dat de dominante rol in deze chimaera-achtige combinatie bij Poetin ligt. Trump vormt in deze coalitie het achtereind van het paard, als het ware. Zijn uitlatingen zijn te begrijpen als winden uit het achterste van Poetin.
Ik zou een lang betoog willen houden over de genialiteit van deze tekening, die ongetwijfeld prijzen gaat winnen (tenzij Mark Rutte en Dick Schoof het trachten tegen te houden). Maar ik laat de exercitie aan de lezer. Ik denk (en dat geldt ook voor de andere voorbeelden) dat een uitputtende analyse wel een dozijn regels (en hun overtredingen) kan opsommen. Zonder dat er een woord nodig is.
Alleen een denkbeeldige wind.
