517. Hoe humor werkt

Posted on 5 aug 2025 in Blog, Featured

517. Hoe humor werkt

In het vorige artikel betoogde ik dat gevoel voor humor beter kan worden getypeerd als het waarnemen van humor in een bepaalde situatie, dus als een zintuig. Vandaag wil ik de werking van dat zintuig toelichten.

Laten we niet beginnen met een stukje van mijn (begin van een) theorie, maar met iets wat algemeen als grappig wordt gezien – en ons afvragen: waarom is dit grappig?

Onderstaande scene is een van de beroemdste scenes uit de Britse serie Fawlty Towers uit de jaren zeventig. Na vijftig jaar mag het gerust een klassieker worden genoemd. Zeg tegen iemand van mijn leeftijd ‘Don’t mention the war’ en gegarandeerd dat hij of zij weet waar je het over hebt.

Een kleine inleiding om de scene beter te begrijpen: John Cleese speelt hoteleigenaar Basil Fawlty, die in deze aflevering een hersenschudding heeft opgelopen. Eigenlijk moet hij in het ziekenhuis het bed houden, maar hij is teruggekeerd naar het hotel omdat hij denkt dat zijn personeel niet zonder hem kan. Zijn hersenschudding maakt hem op een bepaalde manier ongeremd, waardoor hij bij de ontvangst van Duitse gasten voortdurend over de Tweede Wereldoorlog begint, ondanks de zelfopgelegde regel ‘Don’t mention the war’.


In deze restaurantscene zien we dat in ongeveer elke regel een grap wordt gemaakt. Als je het scenario doorleest kun je er in drie pagina’s wel zo’n veertig tellen. Van flauwe woordgrappen (“the plaice is grilled”, ‘Rosemary’ als naam van een kruid en een persoon, Eva Prawn, ‘herring’ als samentrekking van ‘Hermann Goering’, “hors ‘oeuvres vich must be obeyed”, ‘Colditz salad’) tot absurde non sequiturs (“When you said prawn I thought you said war.”); met onnodige uitwijdingen die zichzelf tegenspreken (“Oh, the war! Oh yes, completely slipped my mind, yes, I’d forgotten all about it. Hitler, Himmler, and all that lot, oh yes, completely forgotten it.”) en misverstanden (“Will you stop talking about the war?” “Me? You started it!” “We did not start it.” “Yes you did, you invaded Poland.”). Plus dat Basil aan de ene kant overdreven amicaal doet (“We are all friends now, eh?”) en aan de andere kant zijn gasten beledigt (“You stupid Kraut!” “You have absolutely no sense of humor”). Verder doet hij dingen die totaal ongepast zijn, zoals een Duits accent imiteren, een oorlogsmop vertellen en het uitbeelden van Hitler en een marcherende Duitse soldaat. En het geheel eindigt in een complete ruzie: “This is not funny!” “Who won the bloody war, anyway!”

Laten we deze grappen ontleden, om te kijken waarom we erom lachen.

De eerste twee grappen zijn woordspelingen die Basil tot associaties prikkelen. Bij de informatie “the plaice is grilled” (de schol is gegrild) denkt hij “The place is grilled” (de ruimte is warm) en oppert een raam te openen. Als hij heeft gezegd dat het kalfsvlees is bereid met ‘rosemary’ (rozemarijn) denkt hij aan een bekende die Rosemary heet en naar Canada is verhuisd.

Beide keren zijn Basils associaties een manier om de werkelijkheid op een andere manier te zien, een vis als een plek, een kruid als een vrouw – verschillende perspectieven verbonden door gemeenschappelijke klanken. Het zijn niet erg grappige associaties, omdat de overeenkomst in klank niets nieuws zegt over de verbonden items, behalve dan dat ze hetzelfde klinken. En dat is niet heel interessant.

Deze associaties dringen zich willekeurig op, maar een volgende woordgrap wordt door Basil zelf gemaakt, opzettelijk. Hij benadrukt dat een stuk kalfsvlees (veal) ‘veally good’ is, een samentrekking van veal en really good die tegelijk verwijst naar een buitenlands accent in de Engelse uitspraak. Eerder een Aziatisch dan een Duits accent, maar goed. (Chinezen worden geacht geen r te kunnen zeggen, Duitsers zeggen een v waar een w hoort.)

Naar mijn mening is dit al een stuk grappiger, omdat er een aantal elementen in verwerkt zitten, niet alleen een overeenkomst in hoe iets klinkt. De ea-klank maakt de verwisseling van veal en real mogelijk, wat op een bepaalde manier tot een elegante – en logische – samentrekking leidt. Plus die verwijzing naar buitenlandse accenten, die je als een flauw cliché kunt horen, maar ook als een opzettelijke verwijzing naar een racistisch vooroordeel. Die verknoping van verschillende betekenissen maakt de opmerking grappig.

Hier komen we bij een eerste aanzet tot een theorie van de humor, denk ik. Wat ‘veally good’ (een beetje) grappig maakt is wat er impliciet in schuilt, maar door de spreker niet expliciet wordt gemaakt. Degene die de humor opmerkt hoort al die betekenissen erin, in een flits. Op een of andere manier zit hem de grap in die eerst verborgen, maar nu aan het licht gekomen, betekenissen, die dubbele en driedubbele bodems.

In mijn beleving is veally good minstens vier keer zo leuk als plaice-place, omdat het feit dat de ai en a daar hetzelfde worden uitgesproken maar 1 nieuwe ontdekking brengt – en geen interessante. De bewuste grap signaleert niet alleen de homofonie, maar trekt twee woorden samen, twee betekenissen (‘kalf’ en ‘echt’), plus dat er naar een accent wordt verwezen (en misschien ook nog wel een ironische verwijzing naar vooroordelen bedoeld is). En ik denk dat het loutere feit dat Basil deze grap expres maakt, dat die hem niet overkomt maar dat hij hem zo bedoelt, ook aan de humor bijdraagt. Als iemand bewust een grap maakt, als de humor intentioneel is, en als wij die intentie ontwaren, dan maakt dat het geheel ook extra grappig, denk ik. Het is alsof iemand een verborgen boodschap uitspreekt en wij die boodschap ontcijferen, zodat we samen in een verbondje zitten, wink wink.

De twee hoofdlijnen van deze scene zijn dat Basil weet dat hij het niet over de oorlog moet hebben, maar dat juist dit verbod hem tot overschrijding ervan prikkelt. En dat hij tot steeds extremere woorden en daden over gaat, dat er een enorme escalatie in zijn gedrag zit, dat steeds verder afwijkt van wat een nette hotelmanager wordt geacht te doen. (En niemand speelt escalatie zo overtuigend als John Cleese.)

De humor zit hem steeds in het samen optreden van zaken die eigenlijk niet bij elkaar horen: van het onderdrukken van oorlogsverwijzingen met de steeds uitbundiger referenties aan WO II; de burgerlijke rol van de hoteleigenaar in zijn nette pak met het immense hoofdverband; de Engelsman die zijn ‘vrienden’ van het continent en EU verwelkomt, gecombineerd met de traditionele, moffen-hatende Brit; de clichématige en onschuldige imitatie van Jimmy Cagney samen met de aanstootgevende uitbeelding van Hitler (merk ook op dat Cleese, met snor, een vinger op zijn bovenlip legt om Hitlers snor te imiteren); de ingetogen volwassene die een uitzinnige manier van lopen/marcheren vertoont. En elke overtreding laat ons op een indirecte manier de regel zien die met voeten wordt getreden – toont ons de werkelijkheid, maar op een bepaalde manier gereflecteerd. In een lachspiegel.

Humor draait altijd om regels, codes, conventies – om hoe de wereld er normaliter uitziet, hoe die er geacht wordt uit te zien. Maar humor noemt die regel niet en somt de codes niet op. Humor toont ons een wereld waarin de conventie wordt gebroken – en daardoor zichtbaar wordt gemaakt.

Een scene als de bovenstaande maakt ons ervan bewust dat elke situatie vol zit met aannames – van hoe de wereld werkt en hoe mensen zich horen te gedragen. Als hoteleigenaar met gasten, als Engelsman met Duitsers, als volwassene met andere volwassenen, moet Basil aan al die conventies voldoen. En omdat wij, de toeschouwers, die regels impliciet kennen, kunnen we waarnemen hoe ze gebroken worden.

Overigens: het is een sterk element dat Basil dit alles onder invloed van een hersenschudding doet, dat hij zijn lompe gedrag zonder die kwetsuur nooit in zijn hoofd zou halen. Stel dat Basil in de deze aflevering, of in de hele tv-serie, een verstokte hater van buitenlanders zou spelen, of iemand die een hekel heeft aan Duitsers en het altijd over de oorlog heeft. Sommige grappen en beledigingen zouden dan nog steeds werken, maar het zou al gauw flauw worden, omdat vreemdelingenhaat geen interessant motief is. Het feit dat de gekwetste Basil zichzelf niet is, geeft het geheel een dubbele bodem, vooral omdat we eruit leren dat Basil waarschijnlijk, onder zijn normaal beleefde, kruiperige uiterlijk, een afkeer heeft van al zijn gasten, vooral van buitenlanders en misschien wel van alle Duitsers. Dat hij dit doorgaans zou trachten te verbergen maar er nu onwillekeurig voor uit komt, maakt alles extra grappig.

Met recht een klassieker.

Maar. Dit is slechts een enkel voorbeeld, weliswaar wereldberoemd, maar toch. Geldt de analyse van deze scene ook voor andere genres van humor, en voor humor van alle niveaus? We hebben immers zoveel soorten grappen – slapstick, limericks, cabaret, sitcoms, kluchten, moppen, satire, columns, stripjes, stand up, satire, nep-drollen, spotprenten, het is teveel om op te noemen.

Is er in al die soorten humor sprake van regels, codes die indirect worden getoond – door het breken ervan?

Dat zullen we volgend keer zien, als we voorbeelden van verschillende genres bekijken!