514. De trans en de soeverein

Posted on 8 jul 2025 in Blog, Featured

514. De trans en de soeverein

Er zijn twee groepen in onze samenleving die op het eerste gezicht niets met elkaar te maken lijken te hebben en die elkaar waarschijnlijk ook niet overlappen – ik bedoel dat waarschijnlijk geen enkel individu tot beide groepen behoort. En toch hebben de leden van deze groepen veel gemeenschappelijk.

Groep 1 bestaat uit de mensen die we ‘soevereinen’ noemen. In Nederland zijn het er enkele tienduizenden. Het zijn burgers die de autoriteit van de Nederlandse staat niet erkennen en daarom ook weigeren aan Nederlandse wetten te gehoorzamen. Ze betalen bijvoorbeeld geen belastingen of huur. Soms sturen ze de overheid een pseudo-juridische brief om zich officieel ‘uit te schrijven’ uit de Nederlandse staat. Aan de andere kant overladen ze instanties ook vaak met brieven waarin ze klagen over wettelijk toegestaan, maar in hun ogen ‘illegitiem’ gedrag van een ambtsdrager.

Groep 2 bestaat uit personen die zichzelf niet meer identificeren met hun geboortegeslacht, maar geen stappen hebben gezet om hun voorkomen aan te passen aan hun gekozen sekse. Ze hebben geen geslachtsveranderende operatie ondergaan, ze slikken geen hormonen, ze kleden zich misschien niet eens anders dan voorheen. Toch zijn ze ervan overtuigd dat ze van binnen tot een andere sekse behoren als die hun op het eerste gezicht wordt toegeschreven. Ze eisen daarom dat anderen hun zelfidentificatie accepteren en bevestigen.

Beide groepen zijn, denk ik, typerend voor onze huidige maatschappij.

Verschillen

Het is gemakkelijk te zien wat de verschillen tussen beide groepen zijn. Groep 1 staat politiek gezien aan de rechterkant, hoewel ze opvattingen gemeen hebben met linkse anarchisten. Met het populisme deelt ze een afkeer van een zogenaamde ‘elite’ die de bevolking zou onderdrukken. Deze elite is internationaal, en vertegenwoordigd in bestuur, rechterlijke macht, media en wetenschap.

Soevereinen zijn in meerderheid vrij oud, vrijwel iedereen is tussen de 40 en 60 jaar. Het zijn mensen die wantrouwend zijn ten opzichte van de heersende orde, vaak omdat ze een teleurstellende ervaring hebben gehad met instanties en zich niet gehoord voelen door de overheid.

De invloed van soevereinen op wat we de ‘horizontale’ dimensie van onze rechtsorde kunnen noemen is beperkt: soevereinen zetten zich niet af tegen andere groepen, ze gunnen of misgunnen anderen hun recht niet. Wat soevereinen willen beschadigen of vernietigen is de ‘verticale’ dimensie tussen burger en staat. Niet de open samenleving is hun vijand, maar het politieke systeem.

Groep 2 is waarschijnlijk politiek gezien wat linkser, deel van de beweging die ook wel ‘woke’ wordt genoemd. Zelf-identificerende transmensen zullen vaak ook met andere linkse thema’s bezig zijn, zoals nu Gaza, en eerder anti-racisme. Hun aantal ligt waarschijnlijk beduidend hoger dan van de soevereinen, eerder honderdduizend dan enkele tienduizenden (al zijn er volgens mij geen cijfers over hoeveel transmensen zich ‘puur’ zelfidentificeren en niet in transitie gaan). Hun leeftijd is volgens mij niet gemeten, maar van LHBTQIA-mensen in het algemeen weten we dat de meerderheid onder de 25 is.

Groep 2 bestaat niet zozeer uit mensen die zich afzetten tegen een overheid die ze niet vertrouwen, maar meer uit personen die zich willen aansluiten bij andere mensen die op hen lijken. Ze zijn daarom ook niet zo ‘verticaal’ gericht, op en tegen de overheid (al was er een initiatief voor een wet die de geslachtsvermelding in je paspoort van zelfidentificatie laat afhangen), maar meer ‘horizontaal’ op mensen en groepen in de samenleving. Groep 2 wil dat andere mensen hun recht op zelfidentificatie erkenen en ondersteunen – en voert actie om dat te bereiken.

Overeenkomsten

Er bestaan ook duidelijke overeenkomsten tussen de twee groepen, en die zien we in het punt van zelfidentificatie.

Leden van groep 2 zeggen: ik voel me een man, of een vrouw – en dus ben ik het ook. Leden van groep 1 zeggen: ik wil geen burger van deze staat meer zijn – en dus ben ik het ook niet meer. Beide groepen spreken alsof hun verklaring zelf de werkelijkheid vormgeeft, in wat taalfilosoof J.L. Austin een speech act (taaldaad) heeft genoemd – het klassieke voorbeeld is “ik verklaar deze vergadering voor geopend”.

De vraag is echter of iedereen zich de macht kan toe-eigenen om op een zelfgekozen moment en een zelfgekozen plek een taaldaad ’te stellen’. Ik kan bijvoorbeeld best naar de Tweede Kamer gaan en daar een vergadering voor geopend verklaren, maar omdat ik geen kamervoorzitter ben zal daar niemand naar luisteren.

Taaldaden veronderstellen een gehele omgeving van rechten, gewoonten, functies… Alleen een ambtenaar van de burgerlijke stand kan ons ‘getrouwd’ verklaren, en dan nog alleen in een bijzondere ceremonie op een bijzondere plek, niet in een informele setting.

Is iemands identiteit, iemands seksuele of nationale identiteit, zo’n bijzondere plek met een bijzondere bevoegdheid voor degene die het betreft? Kan een trans of een soeverein zelf zowel functionaris als burger zijn? Tegelijk subject en object van de taaldaad?

Groepen 1 en 2 zeggen ja.

Ik zeg nee.

Tegenspraak

Dat beide groepen eigenlijk zelf niet in hun almacht geloven, blijkt uit de praktijk van hoe ze hun claim indienen.

Soevereinen sturen vaak een officieel uitziende brief die ze van het internet geplukt hebben om zich bij een bepaalde instantie uit te schrijven. Of ze beroepen zich bij hun weigeringen op bepaalde wetten die volgens hen van toepassing zijn. Ze hebben dus wel het idee dat er een legitieme en illegitieme manier is om je af te melden als staatsburger, en die manier moet eerder zijn vastgesteld door een legitiem gezag. Waar ze de mist ingaan is de aanname dat zijzelf die legitieme procedure kunnen vaststellen, niet de wetgevende macht die de wet invoert en de rechtbank die hem interpreteert. Ze huldigen de misvatting dat ze zichzelf tot ‘sheriff’ of ‘vredesofficier’ kunnen benoemen en dat dit dan een echte functie is die hen bepaalde bevoegdheden geeft. Zo werkt het echter niet.

Of je erkent geen enkele wet, zoals een anarchist, en je gaat volledig je eigen gang, gesanctioneerd alleen door je ‘natuurrecht’ als menselijk individu. Of je beroept je op regels en wetten, maar dan moeten die ook door erkende instanties zijn vastgesteld en erkend. Niet alleen door jou en je vrienden.

Eenzelfde tegenspraak zien we bij mensen die hun geslacht zelf willen bepalen. Aan de ene kant postuleren zij dat alleen hun eigen gevoel ertoe doet, dat hun seksuele identiteit louter iets is van hun diepste innerlijke overtuiging – maar aan ze andere kant willen ze dat andere mensen die overtuiging bevestigen!

Opnieuw is het van tweeën een: of seksuele identiteit is puur een zaak van jezelf en heeft niets te maken met hoe anderen er over denken; of het oordeel van anderen doet ertoe, maar dan kun je hen niet reduceren tot stempelmachines die jouw oordeel moeten bevestigen. Je kun niet zeggen: alleen wat ik voel is bepalend, maar anderen moeten wel instemmen met wat ik voel.

Soevereinen weten eigenlijk wel dat als er zoiets bestaat als ‘je uitschrijven bij de Nederlandse staat’, dat er dan een officieel proces moet zijn om dat te doen en dat je dit moet aanvragen bij diezelfde staat. Je kunt het niet eigenmachtig besluiten en met een beroep op zelfverzonnen regels, buiten wetgever en rechtbank om, verklaren. Net zomin kun je helemaal zelf uitmaken hoe anderen jou zien en tegemoet treden: als je met penis en baard, wellicht in mannelijke kledij, door de wereld gaat, kun je niet van anderen verlangen dat die je (onmiddellijk) als vrouw tegemoet treden.

Nathalie Heinrich (Wat Onze Identiteit Niet Is) heeft geanalyseerd dat onze identiteit niet eendimensionaal is (wat voel ik) en zelfs niet tweedimensionaal (wat voel ik en hoe noem ik mij). Identiteit is driedimensionaal: wat voel ik, hoe noem ik mij en hoe zien/noemen anderen mij. Het is en zelfpreceptie en presentatie en toeschrijving.

Bij onze ervaring, bij onze ‘uitoefening’ van identiteit proberen we deze drie dimensies met elkaar in overeenstemming te brengen. Het is niet voldoende om iets te voelen of te willen, het is ook niet voldoende om die wil of dat gevoel aan anderen mede te delen. We moeten kijken of anderen – uit eigen wil – met ons instemmen.

Eigenlijk is dit vanzelfsprekend, en weten groep 1 en 2 dit ook wel. Ik denk dat ze daarom vaak gefrustreerd en kwaad zijn en dat ze zich verliezen in gedetailleerde, verzonnen mythologieën, als gelijktijdige uitlaatklep, ontkenning en troost.

De belangrijkste mythe van beide groepen is daarbij opmerkelijk eender. Volgens soevereinen worden we geboren als vrije personen, maar wordt er vervolgens een dwingende, administratieve ’tweelingidentiteit’ gecreëerd.

Wanneer pasgeborenen worden aangegeven bij de burgerlijke stand wordt naast de van nature vrije ‘mens’ in het geheim de juridische constructie ‘persoon’ opgetuigd, ook wel een ‘stroman’ genoemd. Daarmee legt de overheid de bevolking als ‘persoon’ allerlei regels en belastingen op, terwijl de vrije mens zich daar eigenlijk niets van aan zou hoeven te trekken. Het hele streven van de soevereinen bestaat eruit de persoon op te heffen en als mens verder te leven. Wanneer dat volgens hen door allerlei uitschrijvingen en afmeldingen lukt, wordt de mens immuun voor boetes en dwangsommen die aan de ‘persoon’ zijn geadresseerd. (Met de rug naar de samenleving, een analyse van de soevereinenbeweging in Nederland)

Is dit niet bijna exact hetzelfde als de overtuiging dat we als geslachtloze personen worden geboren, maar dat ons bij de geboorte door de dokter een ‘geslacht’ wordt toegewezen, dat door inschrijving bij de burgerlijke stand wordt bekrachtigd? En bestaat het streven van veel T- en Q-mensen er niet uit om dat toegewezen geslacht op te heffen en en als geslachtsloze, of als zelfgekozen man/vrouw verder te leven?

Onmogelijk

Dat deze twee groepen sinds enkele jaren bestaan en aan het groeien zijn, dat de trans en de soeverein twee van de heersende ’typen’ in onze openbaarheid zijn geworden – dat zegt iets over onze maatschappij. Dat zegt zelfs veel.

Hoewel ze aan tegenovergestelde uitersten van het politieke spectrum zitten, delen (zelfidentificerende) trans-mensen en soevereinen een moraal van absolute zekerheid, van totale overtuiging in de eigen waarheid. Ze negeren algemene, intersubjectieve, maatschappelijke maatstaven. Ze ontkennen algemene regels of weigeren tenminste daaraan te voldoen. Daartegenover stellen ze de concrete werkelijkheid van het individu, diens gevoelens en overtuigingen.

Die werkelijkheid is echter een illusie. En een recept voor een ramp.

Ten eerste is elke werkelijkheid altijd al gedeeld en algemeen – er bestaat, zoals Ludwig Wittgenstein heeft aangetoond, geen pure privé-inhoud van onze geest of ons hart. En wij alleen spelen samen dezelfde ’taalspelen’, met gemeenschappelijke regels. Ook bij taaldaden.

Ten tweede is een werkelijkheid waarin ieder alleen voor zijn eigen waarheid gaat en het eigen wereldbeeld door wil zetten, een strijd van allen tegen allen, zoals Thomas Hobbes die voor ogen had. Een toestand van oorlog.

Dus. Ook al is een soeverein volkomen vreedzaam. En al probeert een trans niemand te ‘cancelen’. Het loutere verlangen om de werkelijkheid alleen naar eigen inzicht vorm te geven is al ondermijnend, helemaal als er clubjes worden gevormd die zich tegen andere clubjes, of tegen de overheid, keren.

En het is innerlijk tegenstrijdig, en een onmogelijk ideaal.