513. Dodelijk verlies

Posted on 2 jul 2025 in Blog, Featured

513. Dodelijk verlies

Zoals ik eerder heb betoogd, ontstaan tragedies uit melodramatische plots, waarbij de logische fout van de hoofdpersoon, de hamartia, niet op tijd wordt ingezien en gecorrigeerd. Aangezien er vijf melodramatische soorten plots zijn, zijn er ook vijf soorten hamartia.

De Vijf plots zijn Het Monster Overwinnen, Vodden Tot Vermogen, Queeste, Reis en Terugkeer, Verlossing. De bijbehorende hamartiae zijn

  • de tegenstander is een monster
  • succes is gelijk aan geluk
  • het doel heiligt de middelen
  • je kunt terug naar vroeger
  • er zijn definitieve oplossingen

In de afgelopen maanden ben ik begonnen met mijn analyse van de 33 overgebleven Griekse tragedies, om te zien of mijn hypothese, dat elke dood aan een van deze vijf fouten geweten kan worden, overeind blijft.

Na de Oresteia-trilogie van Aischylos, met tragische hoofdrollen voor Agamemnon en Klytaimestra (Kassandra behandel ik later), wil ik nu een stuk van Sofokles bekijken: de Aias (ik schrijf het nadrukkelijk niet in de Latijnse vorm van Ajax, dan denken we steeds aan de voetbalclub of de brandslanghaspel).

Schutsmuur

Aias was een van de beroemdste helden van de Trojaanse oorlog. Hij was beroemd om zijn statuur en zijn kracht. Algemeen stond hij bekend als de beste Griekse krijger na Achilles, als de ‘schutsmuur’ van de Grieken die hen meerdere malen van de ondergang redde.

Wat hem overkomt, wordt in het begin van het stuk het best door Aias zelf verwoord:

Indien Achilles leefde en hij moest
zijn wapenen toekennen aan iemand
als prijs voor heldenmoed, geen andere
dan ik had die gekregen. Maar de Atriden
hebben die thans aan een doortrapte schurk
verkwanseld en mijn daden genegeerd!
Nee, was mijn oog en mijn gestoorde geest
niet uit het spoor geraakt, nooit hadden zij
zulk oordeel nog voor anderen geveld!
Maar de godin, die onvermurwbaar kijkt
met haar Gorgonenoog, Athene, heeft,
toen ik mijn arm reeds tegen hen verhief,
zo’n dolle waanzin in mijn geest gestort,
dat ik mijn handen doopte in schapenbloed.
Nu lachen zij, omdat zij aan mijn greep
ontkwamen – zij het ook ondanks mijzelf.
Doch als een god de geest verwart, ontkomt
ook hij die zwak is aan de sterkere.

In het kort: na de dood van Achilles wilden Aias en Odysseus beide diens wapenrusting; legeraanvoerders Agamemnon en Menelaos, de Atriden (zonen van Atreus), gaven de wapens aan Odysseus, waarop Aias besloot hen allen te vermoorden. Godin Athene sloeg hem echter met waanzin, zodat hij in laats van zijn vijanden een kudde schapen ombracht.

Waarom doet Athene dit? In het verloop van het stuk geeft ziener Kalchas antwoord op deze vraag. Aias heeft zich schuldig gemaakt aan de klassieke overmoed of hybris, het veronachtzamen van goden en hun grenzen. Kalchas noemt twee voorbeelden. Allereerst slaat de held de waarschuwing van zijn vader Telamon om roem na te streven met de goden, in de wind:

Met gods hulp, vader, haalt een man-van-niets
de zege. Ik, ik maak mij sterk die roem
ook zonder godenhulp naar mij te halen!

En op een later moment wijst hij Athene in een veldslag terecht:

Godin, stel u naast de andere Grieken op.
Waar ik zal staan, wordt nooit het front doorbroken!

Met andere woorden: ga daar maar staan, meisje, ik zal wel zorgen dat je niets overkomt.

Geen wonder dat Athene het tot haar doel maakt Aias te vernietigen. Niets maakt Griekse goden bozer dan een dergelijke overmoed, een opzettelijke loochening of vernedering van de goden.

Hybris is oorzaak nummer 1 waarom het in tragedies slecht afloopt. (Ook bij Agamemnon en Klytaimestra, trouwens.) Betekent dit echter dat mijn hypothese is weerlegd – dat hybris hier de vijf hamartiae overtroeft, of in zich verenigt?

Nee.

Wat hybris bewerkstelligt is dat de goden een rampzalig einde sanctioneren – dat ze degenen die ze misprijzen, aan hun gruwelijke lot overlaten, net zoals ze hun lievelingen de hand boven het hoofd houden. De goden doden echter de helden niet zelf, dat doen hun vijanden, of de protagonisten zelf, met eigen hand. En allen handelen daarbij gedreven door Aristoteles’ hamartia.

In het zwaard

Wanneer Aias de kudde heeft vermoord (en de herders, maar daar wijt Sofokles niet veel regels aan!), voelt hij zich vernederd. Hij weet zeker dat de Atriden en Odysseus hem uitlachen en dat de wereld hem veracht. Hij weegt zijn opties. Teruggaan naar het eiland Salamis en zijn vader Telamon, zonder buit en glorie: ondenkbaar. Zijn woede en frustratie verbijten en weer voor de Grieken gaan vechten: nog ondenkbaarder.

Er lijkt geen andere mogelijkheid te bestaan dan zich in het zwaard te storten. Zijn vrouw Tekmessa smeekt hem hier van af te zien: wat zal er met haar gebeuren, met hun zoon Eurydakes? Ze zullen op zijn minst in slavernij belanden. Om haar betoog kracht bij te zetten laat ze hun zoon brengen en bij Aias op schoot zetten. Ook het koor, de matrozen en soldaten van Salamis, roepen Aias op van zijn zelfmoord af te zien.

Even lijkt de held van zijn voornemen terug te keren. Hij belooft zich te baden om de schuld af te leggen en het dodelijke zwaard op een geheime plek te begraven. Het koor jubelt: Aias laat zijn wrok jegens de Atriden varen. Maar de twijfel blijkt een voorwendsel. Aias verdwijnt uit zijn tent, spoedt zich naar een stille plek en werpt zich in zijn zwaard.

Hij wordt gevonden door zijn vrouw, die zijn broer Teukros inlicht. Teukros wil zijn broer begraven, maar de naar het lijk gehaaste Menelaos verbiedt dit. Aias was een vijand van het Griekse leger zegt hij – werp hem op een duin en laat de zeevogels hem opeten. Koning Agamemnon ondersteunt dit verbod, maar Odysseus weet hem ervan te overtuigen dat Aias een gepaste begrafenis verdient. Groots waren de daden van de schutsmuur der Grieken, hij verdient een waardige uitvaart.

En zo geschiedt.

Succes is geluk

Wat is nu de hamartia van Aias? Daarvoor moeten we naar de Griekse begrippen van roem en strijd kijken.

Ik heb eerder op deze plek over het oude begrip kleos geschreven. Roem werd bij de Grieken aangeduid met dit woord, dat altijd ook, zou je kunnen zeggen, een ‘akoestische’ component had. Kleos betekende dat mensen over je spraken of over je zongen. Dat kon overigens positief of negatief zijn, kleos stond voor zowel beroemd als berucht. Ook de persoon over wie geroddeld wordt heeft kleos.

Wat Griekse helden, zeker van Homeros tot Plato, wilden was een BG (Bekende Griek) zijn – ze wilden bezongen worden om zo niet in de vergetelheid te raken. 

Roem verwierf je in een strijd, waarin je diende te zegevieren. De Grieken hadden niets op met verliezers en meedoen was voor hen beslist niet belangrijker dan winnen.

Winnen was alles voor de Grieken – daarom waren er lauwerkransen voor de winnaars en geen prijs voor nummer twee en drie. Sterker nog, verliezen was een schande. In zijn achtste epinikion (zege-ode) voor Olympische winnaars (Ol. VIII) schrijft Pindaros wat verliezers wacht:

de gehate thuiskomst, de onterende tong,
het geheime paadje
.

Het Griekse woord voor strijd was agon, een woord dat nog andere betekenissen heeft: worsteling, gevaar, angst. (Die laatste connotaties komen terug in onze moderne woord agonie.) Agon was alles voor de Grieken, of beter: winnen in een agon was alles. We zien hier een variant van het melodramatische frame Vodden Tot Vermogen, vooral een reductie van alles tot winnen, tot succes.

Als buitengewoon krachtige krijger was Aias ongetwijfeld opgegroeid met dit idee, dat bij hem nog versterkt was door een lange reeks van overwinningen. In de Ilias wordt hij niet een keer verslagen, zelfs niet door helden als Paris of Hektor (een gevecht met Hektor loopt op een remise uit, waarna ze elkaar geschenken geven: Aias een gordel aan Hektor, die een zwaard aan Aias).

Aias is een winnaar pur sang, een man met enorm veel kleos, in de ogen van hemzelf en van anderen. Tot Odysseus hem aftroeft bij strijd om Achilles’ erfenis.

Wat een dergelijk niet aflatende strijd betekent, leren we niet alleen uit oorlog en sport, maar ook uit omgevingen waar alles om winnen draait: die van topmanagers. De drang om steeds meer te krijgen en altijd meer te hebben dan de ander is al vaak beschreven, inclusief de gevolgen van deze monomanie. Zoals door Kilian Wawoe, een organisatie-psycholoog en bankier van ABN-Amro die onderzoek deed bij zijn eigen bank:

Onderzoekers van de universiteit van Bonn stelden vast dat een stijging van het salaris de beloningscentra in de hersenen stimuleert. Mensen reageren euforisch op een hoger salaris: er werd een hoge activiteit gemeten in de beloningscentra van de hersenen, die ook actief worden bij verslavingsgedrag.

En

Hoogmoed komt voor de val. Uit verschillende onderzoeken is gebleken dat vooral managers aan de top van een organisatie aan narcisme gaan lijden. Niemand durft ze tegen te spreken, zelfs niet als ze te veel risico’s nemen. Mensen die in het casino vaak goed gokken, krijgen het idee dat ze onoverwinnelijk zijn. Topmensen uit het bedrijfsleven verzamelen mensen om zich heen die hen in dat beeld bevestigen. (Kilian Wawoe, Bonus)

Dus. Winnen wordt verslavend. Winnen maakt je blind voor risico’s en je kunt tegenspraak steeds slechter verdragen.

Dat is het beeld van moderne topmanagers, en dat is het beeld van Aias. Succes is alles en als je geen succes hebt, is het leven niet meer de moeite waard.

Dat is de hamartia die Aias fataal wordt.

Hij koestert ook nog een andere hamartia overigens, die hier niet meteen dodelijk is, maar ook niet helpt: namelijk de overtuiging dat Odysseus een monster is, het monster dat ten koste van alles moet worden overwonnen. In Aias’ woorden: ‘doortrapte schurk’, ‘aarts-spion’, ‘eeuwig werktuig van alles boosheid’, ‘flemer’, ‘afschuwelijke boef’, de ‘meest doortrapte spitsboef van het leger’.

Odysseus, daarentegen, noemt Aias ‘een vijand, maar toch een edel mens’. En het is Odysseus, zoals gezegd, die Aias een passende begrafenis bezorgt.

Toch niet zo’n monster.

Beide hamartiae hangen natuurlijk wel samen. Als je tegen een monster vecht, dan is verliezen altijd dodelijk: bij een witte haai of een vampier hoef je niet te rekenen op genade. Strijden is dan inderdaad een zaak van leven of dood, en succes is alles.

Je kunt je echter afvragen of het verlies van een wapenrusting en een door de goden veroorzaakte waan geen andere dier dan die van de zelfmoord openlaat. Zeker wanneer je daar ook je vrouw, je zoon, je broer en je vader mee treft.

Ik zou zeggen: nee.

.