511. Dagverlichting: gedeelde smart

Posted on 15 jun 2025 in Blog, Dagverlichting

511. Dagverlichting: gedeelde smart

Ga rustig zitten. Kijk eens om je heen. Hoe is het licht? Vertellen je zintuigen je hoe laat het is, welke tijd van het jaar? Wat hoor je? Verkeer of vogels? Is het lekker warm, of zit je een beetje te kleumen? Of is het eigenlijk te warm, of te vochtig?
Hoe voel je jezelf? Fit, of een beetje minnetjes? Ben je relaxt, of voel je jezelf een beetje opgejaagd?

Hier is een moment voor jezelf.

Lees eerst het volgende verhaal:

Het lichaam van Hektor – Homeros 

Koning Priamos van Troje had vijftig zoons en twaalf dochters. In de tienjarige oorlog om Troje had hij zijn meest geliefde zoons verloren: Polydoros, Mestor, Troilos en tenslotte ook de grote held Hektor, in een tweegevecht met Achilles.

Na het gevecht had Achilles het lichaam van Hektor meegenomen naar het Griekse kamp, waar hij het onteerde door het met zijn strijdwagen dertig maal rondom het graf van zijn geliefde Patroklos te slepen. Dit mishaagde de goden, en Zeus gaf Priamos de opdracht om naar Achilles te gaan en met een grote losprijs het lichaam van zijn zoon vrij te kopen.

Hermes, god van handelaars en bedriegers, vermomde zich als schildknaap van Achilles en leidde Priamos veilig door het Griekse kamp. Hij toverde de schildwachten in slaap, schoof alle grendels aan de kant en vertelde de koning hoe hij Achilles tot genade moest bewegen: “Ga binnen in de tent, omvat Achilles’ knieën en roep zijn vader in herinnering en zijn lieve moeder, ook zijn zoon, zodat zijn hart geroerd wordt.”

Priamos wist onbemerkt binnen te komen, liep toe op Achilles en viel voor de held neer. Hij omklemde zijn knieën en kuste zijn krachtige handen, die al zoveel van zijn zonen gedood hadden. Smekend sprak Priamos: “Denk aan uw eigen vader, zoon van Peleus. Zoals ook ik staat hij op de droeve drempel van grijsheid. Niet onmogelijk is het dat ook hem naburige stammen bedreigen en hij nergens meer toevlucht vindt. Maar hoort hij dat u nog leeft, dan verheugt zich zijn hart en hoopt hij elke dag op uw veilige terugkeer uit Troje. Mij echter trof het donkerste noodlot, want van heel Troje had ik de edelste zonen, en niemand van hun bleef in leven. Vijftig bezat ik er op de dag dat de Grieken naar Troje kwamen, en van allen heeft de woedende god van de oorlog de leden verlamd. En hem, die mijn oogappel was, die heel alleen de stad beschermde, hebt u geveld: Hektor de held. Om hem ben ik naar de schepen gekomen, met rijke geschenken, die hem vrij moeten kopen. Achilles, eerbiedig de goden, heb medelijden met mij, denkend aan uw vader. Des te meer medelijden verdien ik, omdat ik over mij verkrijg, waartoe nog geen ander man ter wereld zich heeft kunnen dwingen: de handen te kussen, die mijn zoon vermoordden.”

Achilles nam de hand van de grijsaard en schoof hem zacht van zich. Beiden waren vol droeve gedachten: Priamos schreiende om Hektor, terwijl Achilles dacht aan zijn eigen vader en weende om Patroklos.

Toen sprong Achilles op en hielp de koning opstaan. Hij zei: “o diep ongelukkige stakker, wat hebt u al niet moeten lijden! Wat een waagstuk om alleen naar de schepen van de Grieken te gaan en de man onder ogen te komen, die zoveel van uw zonen gedood heeft! Werkelijk, uw hart is van ijzer! Kom, neemt plaats naast mij en laten we ophouden met ons gejammer. De goden hebben nu eenmaal voor ons ellendige mensen het zo beschikt dat wij altijd smarten lijden; alleen zijzelf zijn zonder zorgen. Maar draag het geduldig en staak het eindeloze getreur. U wekt ermee uw zoon niet tot leven.”

Vervolgens sprong Achilles zijn tent uit en gaf opdracht het lichaam van Hektor in een onderkleed en witte mantel te kleden, nadat dienstmaagden het gewassen en met olie gezalfd hadden. Daarop legde Achilles het zelf op de baar, die door zijn makkers op Priamos’ wagen werd getild.

Tot het krieken van de dag onthaalde Achilles zijn gast op een vorstelijk maal. Hij liet voor beiden een bed bereiden en zo sliepen allen, bedwelmd door de zoetheid van de slaap. Alleen Hermes bleef wakker, overwegende hoe hij Priamos tot buiten het kamp van de Grieken zou brengen.

Lees daarna dit gedicht:

Staakt-het-vuren - Michael Longley

I
Herinnerd aan zijn vader en tot tranen geroerd
nam Achilles hem bij de hand en duwde de oude koning
zachtjes weg, maar Priamos rolde zich op aan zijn voeten en
huilde met hem tot hun verdriet het gebouw vulde.

II
Terwijl hij Hektors lichaam in zijn armen nam verzekerde Achilles
zich ervan dat het gewassen was en liet het, voor de oude koning,
in uniform neerleggen, zodat Priamos het bij het ochtendgloren,
ingepakt als een geschenk, naar Troje kon dragen.

III
Toen ze samen hadden gegeten, behaagde het hen beiden
om elkaars schoonheid te bekijken, zoals geliefden doen,
Achilles gebouwd als een god, Priamos nog steeds knap
en vol van conversatie, hij die eerder had gezucht:

IV
'Ik ga op mijn knieën en doe wat gedaan moet worden
en kus de hand van Achilles, de moordenaar van mijn zoon.'

Luister tenslotte naar de volgende muziek: