118. Gastblog: uit de correspondentie van een bederver

Posted on Sep 29, 2016 in Bederver, Blog, Featured, gastblog

118. Gastblog: uit de correspondentie van een bederver

Beste Druipzwans,

Proficiat met je relletje over het Green Happiness-dieet. Het blijkt weer een feilloos recept voor herrie: je haalt mensen uit hun internet-bubbel en brengt ze via oude media in aanraking met mensen uit andere bubbels. Even schudden, kaboem!
Daarmee wil ik trouwens niets afdoen aan je vakwerk. Er zijn duizenden mafketels op internet en honderden idiote voedingsgoeroes – om daar de meest controversiële uit te selecteren vergt het nodige fingerspitzengefühl. Het helpt natuurlijk als mensen de aandacht trekken met een goede oneliner als “een ei is de menstruatie van een kip”. Is het echt waar dat jij ze dat niet eens hebt ingefluisterd, maar dat ze daar zelf mee kwamen?

Het is mooi om te zien hoe voedsel door de eeuwen heen een splijtzwam tussen mensen is geweest. Ooit hebben we bedacht dat religieuze spijswetten heel goed kunnen dienen om mensen van elkaar af te scheiden en groepen tegen elkaar op te zetten. Mensen die varkens als ‘onrein’ beschouwen kunnen immers moeilijk een gezellige maaltijd delen met mensen die onbekommerd in een karbonaadje happen. En mensen voor wie een ei de menstruatie van een kip is, kijken met afgrijzen naar iemand die een omelet nuttigt.
Deze tactiek werpt nog steeds zijn vruchten af – as we speak worden koeien-eters in India aangevallen door koeien-vereerders. Toch is het fenomeen spijswet over zijn hoogtepunt heen, omdat mensen, wanneer ze even nadenken, niet kunnen legitimeren dat een bepaald soort voedsel ‘taboe’ is – en mensen denken helaas steeds meer na over dat soort dingen. Daarbij is in grote delen van de samenleving de georganiseerde religie op zijn retour en ontbreek het aan autoriteiten om bepaalde soorten voedsel voor te schrijven of te verbieden.

Gelukkig kwam onze collega Randschuim op het idee om dit nadenken over voedsel in ons voordeel aan te wenden en er een soort theologie van te maken. Eten als godsdienst en voedingsleer als theologie – toen hij het dertig jaar geleden in een vergadering voorstelde werd er hard om gelachen, ook door mij, maar nu moet ik knarsetandend toegeven dat hij het bij het rechte eind had.

Iedereen eet en iedereen die niet gezond eet, wordt ziek. Dat biedt al enorm veel aanknopingspunten voor betweterij en gesteggel, omdat mensen maar een vaag idee hebben wat gezonde en ongezonde voeding is. Bovendien betekent eten in een menselijke context altijd iets – het is nooit alleen maar voeding, het zegt iets over wie je bent. Je bent een matig iemand of een gulzigaard, een vegetariër of vleeseter, een foodie of een eter van junkfood. Je bent een creatieve kok of een luie opwarmer van kant-en-klaar maaltijden. Je beperkt je tot lokale producten of koopt aardbeien die van de andere kant van de wereld komen.
De betekenis die voeding voor mensen heeft, maakt ze ook extreem gevoelig voor iedereen die anders tegen voeding aankijkt.

Randschuim bedacht geloof ik ook als eerste dat je het adagium ‘ wie niet gezond eet, wordt ziek’ kunt omdraaien en dat je mensen kunt laten geloven in ‘wie ziek is, eet niet gezond’.
Dat was een meesterzet.
Je zadelt hiermee namelijk heel veel zieke mensen op met een onnodig schuldgevoel – en tegelijk verleid je gezonde mensen tot ongefundeerde trots. Beide groepen denken ten onrechte ‘ik heb het zelf gedaan’ – waarbij de gezonden ook nog eens neerkijken op de zieken, en de zieken wraakgevoelens gaan koesteren jegens de gezonde betweters die hen met hun ‘slechte’ eetgewoonten confronteren.
Win-win. Voor ons dan. Voor henzelf is het verlies-verlies.

Ik geloof dat we nog maar aan het begin staan van de voedsel-bederf-revolutie. Relletjes als rondom Green Happiness maken duidelijk dat hier een grote toekomst is voor fanatisme. Nu is een bepaalde voedingstrend nog een kwestie van persoonlijke smaak en ‘hoe je je voelt’.
Dat moet veranderen.
Voedsel moet een kwestie van moraal worden.

Soms droom ik van een maatschappij waarin vegetariërs niet alleen andere keuzes maken dan vleeseters, maar waarin de ene groep door de andere vervolgd wordt. Wie door wie, dat doet er niet toe. Ik droom van een wereld waarin een vleeseter een slecht mens is, een zondaar, een ketter. Ik droom van een wereld waarin er voedsel ‘apartheid’ bestaat, waarin er demonstraties zijn van “Animal Lives Matter”, waarin bepaalde soorten voedsel illegaal worden.
Ik heb een droom.

Misschien voel ik me zo bij het voedselbederf betrokken omdat eten en voedsel de beste menselijke metaforen zijn voor wat wij bedervers doen – en wat mensen voor ons zijn.
Wij zijn niet zo maar machten van vernietiging en wanorde – een soort personificatie van entropie. Wij zijn iets veel verschrikkelijkers.
Wij zijn honger.
Waren we alleen een vernietigende kracht, dan zou ons werk op een gegeven moment voltooid zijn, zoals in een volledig willekeurig of wanordelijk universum geen rol meer zou zijn weggelegd voor entropie.
Een dergelijke verzadiging is voor ons ondenkbaar. Wij streven weliswaar naar destructie, maar we weten dat die destructie een grens moet hebben. Anders was er niets meer te vernietigen en zouden wij niet meer kunnen bestaan.
Maar hoewel we weten dat er altijd een evenwicht moet zijn tussen orde en wanorde, of, zoals wij het noemen, tussen bloei en bederf, toch kunnen wij niet anders dan met hatende honger naar elke vorm van bloei kijken.
Bij elke vorm van bloei denken we: laat me dat verorberen. Maar tegelijk weten we dat dat niet kan en dat we ons moeten matigen. Dat we onze honger moeten uithongeren – waardoor die honger nog sterker wordt, nog gulziger, nog hongeriger. Tot uiteindelijk elke vorm van bloei, maar ook elke vorm van bederf, slechts een gehuil van onmacht in ons losmaakt.

Maar waar was ik gebleven?
O ja, ik had het over de potentie van voedselfanatisme.
Die potentie, dat wil ik nog toevoegen, is een dubbele: niet alleen kan het denken en spreken over voeding een draaikolk, een tornado van alles opzuigend fanatisme worden – het kan ook de aandacht afleiden van andere zaken die tot werkelijke bloei, niet alleen tot alles verstikkende groei kunnen leiden: kunst, wetenschap, religie, filosofie, politiek.
Een samenleving die als motto heeft: je bent wat je eet, heeft hogere maatstaven uit het oog verloren en heeft een grote stap gezet naar een hongerige samenleving.
En daar willen we toch heen, samen.

Ik zei het al: ik heb een droom.

Als altijd, je begerige

Ratzweer