62. Over meer en minder morele muziek

Posted on 28 jul 2015 in Blog, Featured, Uncategorized

62. Over meer en minder morele muziek

De vorige keer kondigde ik een kleine serie van drie artikelen aan, waarin ik zou ingaan op morele vragen rondom muziek. In de komende twee artikelen staan muziek als verslaving en muziek als teken van (on)volwassenheid op het programma. Maar vandaag gaat het over muzikale moraliteit in het algemeen en de vraag, hoe muziek meer of minder moreel kan zijn.
Mijn stelling daarbij is niet: klassieke muziek=goed, dance=slecht. Het enige wat ik wil betogen is dat muziek morele kwaliteiten kan hebben en dat er dus ook muziek is die meer, en muziek die minder moreel is. Ik weet dat ik dit niet kan bewijzen, zoals je een wiskundige stelling bewijst. Ik kan het alleen aannemelijk maken.
Veel mensen gaan er blind van uit dat alle muziek moreel gelijkwaardig is. Ik denk dat dit niet zo is. Ik hoop hen op zijn minst aan het twijfelen te zetten.

Let op: dit wordt een long read. Maar met veel muzikale voorbeelden!

Dat alle muziek, als menselijke creatie, altijd een bepaalde mate van moraliteit bezit, hoop ik afgelopen week te hebben aangetoond.
Samengevat: muziek is iets wat we horen in geluiden, niet iets wat in de geluiden zelf zit. Muziek horen is hetzelfde als muziek op een bepaalde manier begrijpen – of niet… Muziek is een ‘perspectief’ horen in geluid, is geluid interpreteren als de intentie van een subject, een eerste persoon enkelvoud – al is dat bij muziek een virtuele persoon, die niet samenvalt met componist of muzikant.
Omdat muziek een zaak van persoonlijke individualiteit is, bezit het daarom altijd al een morele dimensie.
Maar waarin zit hem dat morele nu precies?

Morele normen zijn een uitdrukking van een gemeenschap van rationele wezens die hun meningsverschillen door discussie proberen op te lossen.
Klinkt dat wat te zonnig? Natuurlijk kunnen morele overtuigingen gepaard gaan met een hoop irrationaliteit: ik kan mensen die een andere moraal aanhangen verachten en zelfs haten. Maar zelfs terroristen die mensen met een afwijkende overtuiging vermoorden, doen dat omdat hun ze hun eigen denkbeelden als redelijk(er) beschouwen – dus als iets waarvoor je argumenten kunt geven.

Morele normen zijn

– universeel (als ik handeling A goed vind, vind ik dat alle andere mensen A ook goed moeten vinden)
– een grond van handelen (als ik handeling A moreel beter vind dan B, ben ik gehouden om handeling A te doen en niet B)
– een reden om inbreuk erop te veroordelen (als ik norm A uitdraag, moet ik gedrag dat tegen A ingaat veroordelen).

De reden dat mensen onderling zulke verschillende morele normen kunnen hanteren, heeft twee redenen:

1. Morele normen komen uit verschillende bronnen. We halen morele regels uit de ‘berekening’ van rechten en plichten; uit de deugden die groeien in het maatschappelijk verkeer; uit het medegevoel met andere levende wezens; uit een gevoel van eerbied, piëteit, jegens alles wat als ‘gegeven’ wordt beschouwd.
Ik zal deze zaken verder toelichten als we aan muzikale invloed op deze bronnen toekomen.
2. Mensen gebruiken in verschillende situaties normen uit verschillende bronnen. In een romantische relatie is wederzijdse sympathie belangrijker dan rechten en plichten. Bij (modern) opvoeden tellen deugden meer dan piëteit. Anders gezegd: vriendschap werkt anders dan burgerschap, liefde anders dan een zakelijke overeenkomst.
Welke soort normen we van toepassing verklaren op welke situatie, verschilt van cultuur tot cultuur. Wij vinden bijvoorbeeld het huwelijk een zaak van romantische liefde, terwijl het in andere culturen meer een contract tussen families is. Die inschatting beïnvloedt wat bij een huwelijk als passend wordt gezien.

De rationaliteit van het vrije subject
Bij muziek spelen verschillende soorten moraal een rol. Of eigenlijk: muziek kan verschillende morele rollen spelen.
De eerste en belangrijkste bron van moraal wordt gevormd door rationele ethische overwegingen. Deze maken duidelijk dat wij allen vrije personen zijn, die verantwoordelijk zijn voor hun daden en die jegens elkaar rechten en plichten hebben. Elke persoon is evenwaardig, uniek, onvervangbaar en kan altijd alleen als doel, nooit als middel dienen.
Deze bron van moraal is de belangrijkste, omdat hij het fundament vormt waarop we de rest bouwen. Als we het er over eens zijn dat iets een recht of een plicht is, doen deugden, sympathie/antipathie en piëteit er niet meer toe. Want rechten en plichten kunnen niet worden overstemd door overwegingen als ‘is dit wel dapper?’ of ‘vind ik haar wel aardig?’
Het domein van rechten en plichten garandeert dat we als soevereine personen ons leven kunnen voeren. De vooronderstellingen die deze morele bron kenmerken, vinden we ook terug in muziek. Natuurlijk zijn er in muziek geen rechten en plichten, maar er is de voortdurende impliciete verwijzing naar een vrij subject, dat geluid als muziek hoort.
Voor een muziek-luisteraar creëert de drie-eenheid van melodie, harmonie en ritme een perspectief (‘auditief’) dat langs indirecte weg onze overtuiging sterkt dat het bij muziek, net als bij moraal, om persoonlijke individualiteit draait.
Luister eens naar dit voorbeeld:

Abstracte muziek, en toch uiterst expressief, ondanks dat het klavecimbel minder mogelijkheden biedt tot hard en zacht spelen, of het aanhouden van noten.
Expressief (‘espressivo’) betekent hier niet de uitdrukking van een bepaalde stemming of bedoeling van de componist, maar het is een uitnodiging om je in te leven – in de compositie en in de uitvoering – en een bepaalde passage of een bepaald speeltempo als juist of onjuist, ‘passend’ of ‘onpassend’ te beoordelen. Oftewel: het vraagt om een oordeel.
In zijn bescheiden manier nodigt de muziek zelfs uit tot dansen – om de muzikale beweging vergezeld te laten gaan door die van je lichaam, met weloverwogen en gecontroleerde gebaren.
Nee, op deze muziek kun je niet ‘losgaan’ of ‘slamdancen’; maar hij leent zich bij uitstek voor wat Friedrich von Schiller als kenmerkend voor beschaafd dansen zag: voor het tentoonspreiden van je eigen vrijheid, zonder de vrijheid van de ander te schaden.
Schiller bedoelde iets als dit:

In deze muziek zie je de hele ethiek van Immanuel Kant verbeeld.

Of er nu een zogenaamd Mozart-effect (in het kort: mensen kunnen na beluistering van klassieke muziek bepaalde vraagstukken beter oplossen) bestaat of niet, is het zo gewaagd om te veronderstellen dat het luisteren naar complexe muziek een oefening in rationaliteit vormt? En rationaliteit is de basis van de moraal.
Rationaliteit bevordert zelfbeheersing. Rationaliteit onderdrukt agressieve impulsen. Rationaliteit draagt zorg voor een ‘gepaste’ respons en beschermt ons tegen een ‘alles-of-niets’ reactie. En vooral: rationaliteit creëert een gemeenschap van redeneerders, van rationele mensen die met elkaar overleggen, afspraken maken, beloftes uitwisselen, garanties geven…

Hoe staat het met moderne muziek en de basis van de moraal? Bekijken we eens een voorbeeld van moderne, uiterst populaire dance: DJ Afrojack bij het festival Tomorrowland:

Het eerste wat opvalt is dat, hoewel het hier om elektronische dansmuziek gaat, mensen niet werkelijk dansen. Ze huppen en zwaaien wat en pas als de dj ze daartoe opzweept (“Put your fucking hands up!”) stompen ze in de lucht of springen ze op de beat. Op geen enkele wijze is dit het tonen van je eigen vrijheid, in Schillers betekenis. De track is ook geen poging van Afrojack om met de luisteraars te communiceren, maar om ze te beheersen: “Get your Afrojack T-shirts real quick!”
Deze muziek nodigt je niet uit om jezelf in een bepaald perspectief te verplaatsen. Allereerst ontbreekt een melodie, afgezien van elke uiterst saaie en simpele motiefjes die vier, acht of zestien maten herhaald worden. (De muziek werkt wel naar enkele climaxen toe, maar die worden met non-muzikale middelen gecreëerd: bijvoorbeeld door de frequentie van een sirene gestaag toe te laten nemen, of door te commanderen dat iedereen moet meespringen “when the base kicks in”.)
En omdat er vrijwel geen melodie is, hebben we eigenlijk ook geen ritme, geworteld in de lopende, rennende of dansende bewegingen van het menselijk lichaam. De beat is die van een machine die soms stokt en soms versnelt, maar grotendeels voorstampt op een manier die mensen vreemd is. Dansen op dergelijk geluid is onmogelijk – omdat elke structurering van het ritme door de melodie ontbreekt en elke beweging volkomen willekeurig is.
De menigte bij Tomorrowland beweegt wel, maar doet dat alleen in staccato ritme op de beat en vooral op de commando’s van Afrojack (voorgeprogrammeerd in de muziek). Het is duidelijk dat we hier geen ‘gemeenschap van redeneerders’ hebben – van mensen die zich in de muziek en in elkaar trachten te verplaatsen. Eerder een menigte van mensen die zich door de muziek en elkaar laat ‘aansteken’.

Sympathie en empathie
Okee, zal een danceliefhebber zeggen. Misschien vergroot dance de rationaliteit niet en is het niet op de eerste plaats een uitdrukking van vrije personen. Maar als dance een eendrachtige, begeesterde massa weet te scheppen, vormt dat dan niet een andere bron van moraal: empathie?
Helaas.
De eenheid van stemming, die we in het filmpje zien, is die van de aanstekelijke empathie van de massa. Het is deze vorm van emotionele besmetting die ons laat meelachen met de lachband van een sitcom, meehuilen bij een begrafenis, meejuichen met een stadion vol supporters of meegillen met een paniekerige menigte. Het is wat ons verleidt tot dansen op een feest of bij een concert.
Deze vorm van empathie leidt helaas niet tot moreler gedrag.
Uit psychologische onderzoeken weten we dat context alles is bij deze vorm van meevoelen. Elk van ons kan ertoe gebracht worden om in een bepaalde situatie een vermeend slachtoffer te beklagen – maar als het slachtoffer een vijand of concurrent blijkt, verandert onze empathie net zo gemakkelijk in Schadenfreude.
Echt moreel meevoelen is geen besmetting, maar de sympathie waarmee je jezelf in een ander verplaatst en vanuit zijn of haar perspectief de situatie bekijkt. Het is de verwijding van onze ‘morele cirkel’ van onszelf naar onze familie, naar vrienden, naar buren, naar bekenden, naar onbekenden – die door onze moeite om hun perspectief te delen niet langer onbekend en dus ook niet meer onbemind zijn.

Muziek die om een dergelijke respons vraagt, is bijvoorbeeld het lied “Rast” uit de cyclus “Die Winterreise” van Franz Schubert:

Elk woord, elke noot in dit lied nodigt uit om je in de ik-persoon in te leven en te begrijpen wat hij doorstaat. Over rust gaat het lied, maar eigenlijk vooral over geestelijke onrust, die door lichamelijke inspanning moet worden bezworen en die terugkeert wanneer het lijf tot stilstand komt. En terwijl we de muziek en de tekst volgen in hun heen en weer gaan tussen rust en onrust, tussen lichtheid en zwaarte, tussen zacht en hard, tussen stilte en storm, krijgen we ook door dat er een oorzaak voor die onrust moet zijn. En omdat wij mensen zijn die zelf onrust hebben ervaren, weten we dat aan die onrust een tekort ten grondslag moet liggen. Iets wat ontbreekt. Iets wat er nog niet, of iets wat het er niet méér is.
We voelen dat het hier om een verlangen gaat, of om een verlies.
Maar Schubert doet meer: in dit lied en in de hele liederencyclus laat hij ons voelen dat het verliezen van een geliefde iets is dat bij het mensenleven hoort, dat het onvermijdelijk is, en tragisch, maar op een bepaalde manier ook mooi. En op deze manier worden we verbonden, niet alleen met de zwerver van de ‘Winterreise’, maar met alle mensen. En hij bewerkstelligt dit zonder sentimentaliteit, zonder onwaarachtigheid, zonder kitsch – zodat we voelen dat het waar is.

Vergelijk Schubert eens met de volgende hit van de Zweedse producer Avicii, die ruwweg dezelfde gevoelens behandelt:

De hoofdpersoon, wachtend op liefde, doorloopt hier dezelfde gemoedszwenkingen als Schuberts held:

Mondag left me broken
Tuesday I was through with hoping

maar gelukkig:

Thank the stars it’s Friday
I’m burning like a fire gone wild on Saturday

Op Youtube, waar het nummer door bijna 29 miljoen mensen is bekeken, wemelt het van commentaren waarin de schrijvers zeggen hoe deze video hen ontroerd heeft. Velen bekennen te hebben gehuild. De algehele teneur is dat het hier een geweldig liedje en een prachtige clip betreft. Voor zover ik heb gezien, stelt niemand het valse sentiment aan de orde, of de onzinnige tekst (er zijn zelfs Franse suggesties dat dit liedje in de Engelse les gebruikt moet worden!), of de armzalige melodie.

Wat mij persoonlijk aan de Avicii-clip stoort, is niet zozeer het eentonige ritme, de clichématige tekst of de eentonige melodie en harmonie: het is vooral het totale gebrek aan waarachtigheid. Als ik naar dit nummer luister, geloof ik geen moment dat de producer of zanger een gebroken hart heeft en op liefde wacht, en al helemaal niet dat hij gelooft in de alles-goedmakende kracht van liefde. Wat ik hoor is iemand die na het weekend een dip heeft en weer opleeft naarmate het volgende weekend in zicht komt. Op vrijdag en zaterdag is hij weer happy en op zondag heeft hij een kater omdat het uitgaansleven niet gebracht heeft wat hij ervan verwachtte.
Als ik het zo positief mogelijk duid, denk ik aan iemand die na het weekend beseft dat de jacht op plezier niet de werkelijke liefde heeft gebracht waar hij eigenlijk op hoopte. Als ik negatiever ben, denk ik dat het over zijn teleurstelling gaat in het weekend niet ‘gescoord’ te hebben.

De tweede lezing wint aan waarschijnlijkheid, omdat de ik-persoon duidelijk niets van liefde weet en zich in positief klinkende, maar niets betekenende kreten verliest

For every tyrant a tear for the vulnerable
In every lost soul the bones of an miracle

en

If there’s love in this life we’re unstoppable
No we can’t be defeated

Tegen al degenen die hierdoor geraakt worden wil ik zeggen: het spijt me, maar liefde is niet alles wat we nodig hebben; het laat de wereld niet ronddraaien; het doet niet elk obstakel verdwijnen. En degenen die van liefde dromen, kunnen wel degelijk bedrogen uitkomen.
Dat toegeven is niet, zoals Avicii zingt, ‘blind en cynisch’, maar realistisch en wijs.

Van liedjes als “Waiting for Love” leren we niets, omdat het geen kunst is, maar kitsch. Milan Kundera heeft kitsch eens omschreven als het esthetische ideaal waarin het bestaan van minder mooie zaken wordt ontkend. Dit hoort bij een wereldbeeld dat zegt: we leven in de beste van alle mogelijke werelden. Alle menschen werden Brüder.  Love is all you need.
Kitsch is de uitdrukkingsvorm waarin we elkaar duidelijk maken dit wereldbeeld te delen. Kitsch is altijd een gedeeld gevoel, zegt Kundera, en het is een bewust delen van dat gevoel.
Kitsch doet twee tranen over onze wangen glijden. De eerste traan betekent: kijk eens, hoe ontroerend die hond en zijn soldatenbaas samen zijn. De tweede traan: kijk ons eens geroerd zijn, met z’n allen, door die soldaat en zijn hond.

Kitsch is niet voorbehouden aan popmuziek, natuurlijk. De “Lieder eines fahrenden Gesellen” van Gustav Mahler handelen over ongeveer dezelfde motieven als Schuberts “Winterreise” – en ze bevatten veel prachtige muziek. En toch doet de zelfbewuste sentimentaliteit van Mahler – ‘kijk mij eens aangedaan zijn’ – afbreuk aan de waarachtigheid en de universaliteit van zijn werk.
Wat Mahlers werk voor een groot deel, maar niet helemaal, ‘verlost’, is de muzikale kwaliteit ervan, waarin melodie, ritme en harmonie volledig passen bij de gedachten en gevoelens die de poëzie oproepen. Dat is bij Avicii niet het geval. Melodie noch harmonie van “Waiting for Love” laten het toe dat ik mij in de ziel van de muziek, in haar muzikale ‘subject’ verplaats. Niet omdat ze zo simpel zijn, maar omdat ze niet passen bij het idee achter het lied. En dat geldt nog sterker voor het ritme, dat in zijn reductie tot een ‘beat’ niets van verlangen of tekort, vondst of verlossing uitdrukt.

Muzikale deugden
In het vorige deel zijn al termen gevallen als ‘waarachtigheid’, ‘sentimentaliteit’ en ‘geloofwaardigheid’. Zij staan voor deugden die we graag binnen en buiten muziek willen vinden.
Wat zijn deugden? Deugden zijn de eigenschappen die sociaal verkeer mogelijk maken en bevorderen. Trouw zijn aan je woord; moedig zijn bij gevaar. Jezelf vergevingsgezind tonen wanneer iemand je wat aandoet; edelmoedig, wanneer iemand je hulp nodig heeft.
Hoewel deugden tot op zekere hoogte in en uit de mode kunnen raken, zijn de essentiële eigenschappen waarop een samenleving drijft vrij constant, dwars door culturen en tijdperken heen. De klassieke deugden van moed, voorzichtigheid, wijsheid en matigheid zijn nog steeds ‘kerncompetenties’ van menselijkheid, net als Christelijke naastenliefde en loyaliteit aan je stam (familie, team, organisatie).

Wat zijn muzikale deugden? Allereerst natuurlijk de hoogste artistieke deugd van waarachtigheid, die we al genoemd hebben. Maar muziek kan ook andere deugden bevatten, al zal het altijd een kwestie van smaak en gevoel blijven of we die deugd in een bepaald stuk ook horen.
Een voorbeeld.
In Samuel Barbers ‘Adagio for Strings’ meen ik een vorm van edelmoed te horen, van een nobel streven om de luisteraar te verheffen via een reeks van muzikale stappen. Luister naar de steeds herhalende reeks drie vooruit-twee terug in Bes mineur: als het beklimmen van een steile berg waar we om de paar maten adem moeten halen en even pauzeren, om dan weer verder te gaan en net weer iets hoger uit te komen, tot we eindelijk op de veilige rots van de tonica, Bes, belanden. En dan blijkt die veilige rots ook weer wankel, omdat Bes tegelijk weer de dominant is in een andere toonsoort, Es mineur, zodat we onszelf ook op ons plateau weer moeizaam in evenwicht houden.

Hou vol, hou vol, zegt deze muziek tegen mij – geef mij je hand, ik zal helpen, ik zal je beschermen en bewaren. Nee, een mensenleven is geen lichte en gemakkelijke zaak, maar samen kunnen we ons er doorheen slaan.
Het schijnt dat deze muziek vaak op uitvaarten wordt gespeeld, en geen wonder. Iets troostenders valt bijna niet te bedenken.

Beluister nu eens wat een dj als Tiësto met dit thema doet:

Niet dat de interpretatie van Tiësto onmuzikaal is. Verre van. Maar elke deugd is wel uit het stuk verwijderd. Hier wordt niemand meer geholpen om een berg te beklimmen. Dit is geen muziek die omhoog kijkt en je aanmoedigt om de volgende stap te zetten, maar muziek die van boven naar beneden kijkt en zegt: ik hoor hier en jullie horen daar. Het is ‘Zarathustra’-muziek geworden, muziek van een halfgod op een bergtop. En halfgoden horen niet bij de samenleving en hoeven niet deugdzaam te zijn.

Ik zal niet alle kardinale deugden langsgaan om voorbeelden van aanwezigheid om afwezigheid van die deugd in muziek te vinden. Wel wil ik een paragraaf wijden aan een noodzakelijke voorwaarde voor het verwerven van deugden: oefening.
Niemand is van nature wijs of liefdevol, je leert dat door het voorbeeld van anderen te volgen en jezelf erin te oefenen.
Oefening vergt inspanning. Waar geen enkele inspanning gevraagd wordt om van iets te genieten, train je je noodzakelijke wilskracht niet.
Als je even terugdenkt aan de track van Avicii: de melodie van het refrein vult bijna de volledige lengte. Het bestaat uit twee keer vier regels die dezelfde melodie hebben. Deze wordt dus twee keer twee gezongen en daarna zeven keer, bijna ongewijzigd, instrumentaal herhaald. Dat is elf keer hetzelfde loopje- geen wonder dat het in je hoofd blijft zitten!
In zijn instant bevrediging van je melodische behoeften, traint dit liedje je hersenen niet. Je hoeft geen enkele moeite te doen om het thema te horen en te herkennen – integendeel, Avicii zet het bij elke herhaling vetter aan, om het je zo gemakkelijk mogelijk te maken en je zo veel mogelijk te verzadigen.

Vergelijk die aanpak eens met de melodie in het eerste deel van Mozarts symfonie in G mineur. Zeker geen moeilijke melodie en hij wordt ook vaak genoeg herhaald. Maar Mozart doet meer dan herhalen en stemmen verdubbelen. Hij trekt de melodie uiteen in elementen, om die op verschillende manieren weer samen te voegen. Hij speelt met toonaarden. Hij verstopt de melodie ‘onderin’ in de cello’s, of ‘middenin’ de orkestklank in de houtblazers. Hij zet er andere stemmen tegenover. Zo maakt hij het moeilijker om de hoofdmelodie te volgen – wat een des te grotere beloning oplevert wanneer hij ons op zijn tijd een letterlijke herhaling gunt. Het is dan alsof je een spier, die je lange tijd hebt moeten aanspannen, weer los mag laten:

Deze muziek dwingt je om je behoeftebevrediging uit te stellen. Ze laat je jezelf inspannen. Daarmee traint Mozart je wilskracht, iets wat noodzakelijk is – voor zelfbeheersing en om deugden op te bouwen.
Het is daarmee natuurlijk niet gezegd dat muziek als die van Avicii immoreel is. Maar ze helpt je ook niet om moreel te zijn – ondanks de sentimentaliteit.

Piëteit
De laatste morele bron die ik wil verkennen is die van piëteit. Dit mooie oude woord komt van het Latijnse pietas. Ik wil ermee uitdrukken dat er nog meer morele overwegingen zijn dan die van rechten en plichten, van meevoelen en van de afspraken die we in het dagelijks verkeer maken. Soms hebben we ook morele verplichtingen die we niet uit vrije wil zijn aangegaan, die geen kwestie van evenwicht en ruilhandel zijn en die we niet uit medelijden op ons nemen – maar die we hebben meegekregen, simpelweg omdat we het kind van onze ouders, van een bepaald land, en van deze aarde zijn.
Het meest prangende voorbeeld van piëteit is de manier waarop we met doden omgaan. Doden hebben geen ‘rechten’, we voelen niet met hen mee en ze zijn geen contractuele partners. En toch voelt iedereen dat we hen respect verschuldigd zijn; dat je iemands laatste wens niet kunt negeren; dat een dood lichaam op een bepaalde manier ‘heilig’ is.
Dat gevoel, dat we tegenover gestorvenen ervaren, is piëteit. En het is de basis van een belangrijk deel van onze moraal.
Piëteit beïnvloedt de wijze waarop we met leven en dood omgaan, maar ook met geluid en stilte. Stel, je bent in een stille ruimte, of dat nu een kerk is of de stiltecoupé van een trein, en plotseling gaat je telefoon. Wanneer je jezelf hierdoor opgelaten voelt, komt dat door piëteit. Door het gevoel, dat je een bepaalde situatie niet mag verstoren.
Hetzelfde gevoel leidt er – idealiter – ook toe dat je geen rommel weggooit in een schone omgeving, bijvoorbeeld dat je een strand of bos niet ‘ontheiligt’ met plastic afval.

Is er piëteitsvolle muziek? Hopen.
Natuurlijk is er heel veel religieuze muziek waarvan de eerbied afdruipt, maar ik zou ook een adagio van Bruckner kunnen laten horen, of een fuga van Bach. Ik kies voor een stukje strijkkwartet van Beethoven om twee redenen:
1. De bescheiden omvang van 7.28 minuten.
2. Het gevoel dat ik bij deze muziek krijg, dat zij er altijd al geweest en altijd zal zijn, dat zij als stuk muziek een individualiteit heeft die niet samenvalt met de uitvoering of de beluistering, maar op een bepaalde manier daarvan gescheiden is, tijdloos, eeuwig…

Deze muziek kan overal en altijd beluisterd worden, zonder dat het afbreuk doet aan het gewijde karakter van een plek, een tijdstip, een gebeurtenis. Deze muziek voegt zich naar zijn omgeving en naar de luisteraar.
Dat geldt zeker niet voor veel vormen van dance, die enorm kunnen storen omdat ze dwars door alles heengaan. Muziek als het onderstaande “Hey Mama” van David Guetta past zich niet aan, erkent geen verplichtingen jegens anderen. Je kunt je geen tijdstip en plaats voorstellen waar dit nummer zich in laat voegen: niet in een bos, niet op het strand; niet in een park, niet in een café; niet bij een uitvaart, niet bij een verjaardag. Zoals de clip laat zien, is dit muziek die het best in een woestijn gespeeld kan worden, in een Mad Max-wereld waarin alleen het recht van de sterkste geldt.

Let wel, ik ontken niet dat het op een bepaalde manier meeslepend is, en een uiterst clevere stapeling van clichés. Mijn punt is alleen dat dergelijke muziek over zijn omgeving en zelfs zijn luisteraars heenwalst, zonder er rekening mee te houden.
Dit is muziek die past in straatcultuur, die aandacht en respect eist, zonder het zelf eerst te geven.
Wanneer je dergelijke muziek draait waar hij niet past – en dat is eigenlijk elke omgeving buiten een dansclub – ontheiligt zij deze omgeving.

Tenslotte
Ik hoop dat ik, na bijna vierduizend woorden en tien muzikale fragmenten, mijn doel heb bereikt en mensen ervan overtuigd zijn dat muziek morele impact heeft. Als dat niet is gelukt, heb ik nog één ijzer in het vuur. Een stuk muziek dat naar mijn mening

– de morele waarde van een persoon uitdrukt
– medegevoel uit een steen kan persen
– een voorbeeld is van deugdzaamheid
– eerbied voor de hele schepping ademt.

Luister zelf maar.

Volgende keer: muziek als verslaving.