116. Een moderne Ivanhoe

Posted on Sep 15, 2016 in Blog, Featured, Uncategorized

116. Een moderne Ivanhoe

Vorige keer besprak ik hoe het begrip caballarius twee verschillende, maar verwante tradities heeft gevormd: de traditie van de cavalerie en de traditie van de chevalier, de ridder. Ik memoreerde daarbij de ontwikkeling van die eerste traditie, die ertoe heeft geleid dat een tankbrigade, als het meest mobiele onderdeel van een landmacht, nu als ‘cavalerie’ kan worden bestempeld.

En hoe zit het met de andere traditie, die van de ridder, waaraan ik ook een week eerder al aandacht besteedde? Wat is het moderne equivalent van de middeleeuwse ridder? Wie is de moderne Ivanhoe?

De reikwijdte van een analogie
Wanneer we proberen vast te stellen wie moderne ridders zijn, stellen we een vraag die niet noodzakelijk één antwoord heeft. Wat we onderzoeken is niet een beperkte, proportionele analogie (2:3 :: 4:?), maar een vage, brede overeenkomst tussen personen uit verschillende tijden in verschillende situaties. Van dergelijke overeenkomsten zijn er altijd meer dan één.

Bijvoorbeeld.
Wat is het Parijs van Nederland?
Om deze vraag te beantwoorden, moeten we, zoals Douglas Hofstadter heeft getoond, eerst vaststellen wat ‘Parijs’ voor ons betekent. Betekent Parijs allereerst regeringscentrum, dan zouden we Den Haag moeten aanwijzen als de Nederlandse variant. Staat Parijs echter voor hoofdstad of cultureel centrum, dan zouden we voor Amsterdam moeten kiezen.
Waar het mij om gaat is dat er bij deze antwoorden geen ‘goed en ‘fout’ is, wel ‘passender’ en ‘mooier’.
Stel, Nederland heeft een dorpje, bijvoorbeeld in Brabant, dat Parijs heet. (Het zou kunnen, we hebben ook een Bern, Bethlehem en Bombay!) Je zou dan op de vraag: wat is het Parijs van Nederland? met alle recht kunnen antwoorden: Parijs aan de Maas.
Dit zou echter een zeer beperkt en oppervlakkig antwoord zijn, dat van de Franse zuster alleen de naam overneemt en geen van haar karakteristieke eigenschappen (al heeft het Brabantse dorpje wellicht een Rode Molen!).

Wanneer we dus, analoog  aan de bovenstaande vraag (een analogie tussen analogieën!), vragen: wie is de moderne Ivanhoe? dan moeten we eerst de essentiële eigenschappen van de oude ridder in kaart brengen.
Vorige week gebruikte ik daarvoor een opsomming van Paul Fussell:

1. Een ridder draagt een harnas en rijdt op een paard (of liever: een strijdros). Een ridder te voet is maar een halve ridder.
2. Een ridder vecht op een eerlijke manier. Weliswaar niet, ironisch genoeg, ‘met open vizier’ (dat zou het doel van de helm deels ondergraven), maar wel met gelijke wapens en op een slagveld dat geen van beide partijen een voordeel biedt. Bij een ‘riddergevecht’ denken we daarom allereerst aan het toernooiveld, waarop twee ridders met geheven lansen op elkaar afstormen.
3. Een ridder vereert vrouwen. Al spelen ze in de oorlog een onbelangrijke rol, de ridder idealiseert ze als pure maagd, onbereikbare echtgenote of te beschermen weduwe.
4. Een ridder is trouw aan zijn leider en aan diens comitatus, de groep van volgelingen die samen ten oorlog trekt. Hij offert zich graag op voor zijn leenheer of zijn krijgsmakkers.
5. Een ridder is puur – in seksuele en in hygiënische zin. Ridderlijk betekent kuis – zowel seksueel zuiver als lichamelijk schoon, gewassen, netjes.

Okee. Uitgaande van deze kwaliteiten, wie is dan de moderne ridder? Wie rijdt en vecht te paard, op faire (‘ridderlijke’) wijze, vereert vrouwen, is trouw aan leider en strijdmakkers en zuiver in alle betekenissen van het woord?
Eerlijk gezegd schiet mij uit het huidige tijdsgewricht niemand te binnen. Geen soldaat (moderne oorlogvoering wijkt teveel af van de middeleeuwse), geen sporter (die hebben slechts zelden met paarden te maken en – als sporter – niets met vrouwen); geen dichter, politicus, schilder of zakenman.

Het moge duidelijk zijn: om een moderne ridder te vinden moeten we één of meer van de ridderlijke kwaliteiten minder letterlijk nemen – of misschien zelfs wel helemaal laten vallen.
Levert dat iets op?
Laten we bijvoorbeeld kijken naar het equivalent dat Fussell zelf noemt: de piloot van een gevechtsvliegtuig, zoals de legendarische Manfred von Richtofen (Eerste Wereldoorlog) of de fictieve Pete ‘Maverick’ Mitchell (de held in de Tom Cruise-film Top Gun). Hoe overtuigend is deze parallel?

1. Richtofen en ‘Maverick’ rijden niet in een harnas op een paard, maar vechten wel individueel in een machine die elementen van wapenrusting en paard deelt. En ook hier geldt: een piloot zonder zijn vliegtuig is geen echte piloot meer.
2. Een gevechtspiloot treedt zijn tegenstander niet tegemoet in een toernooiveld-achtige setting, maar wel in constellaties die aan de slagveld-ontmoetingen van ridders doen denken. En omdat het winnen van een luchtgevecht voor een groot deel een zaak van vaardigheid is en geluk maar een kleine rol speelt, kun je best wel spreken van een ‘faire strijd’. Mits de vliegtuigen evenwaardig zijn, natuurlijk.
3. Ik heb niets kunnen vinden over het liefdesleven van de Rode Baron, maar in de seksuele moraal van de Pruisische Junkers kunnen we wel een erfenis van het middeleeuwse vrouwenideaal terugvinden (zie het boek Männerphantasien van Klaus Theweleit). Bij Maverick ligt het wat gecompliceerder, zoals blijkt uit de volgende clip:

Het brengen van een serenade heeft middeleeuwse associaties, maar het afsluiten van een weddenschap om sex te hebben in de kroeg doet niet erg denken aan het ridderideaal (misschien wel aan de werkelijkheid).
4. Zowel Richtofen en Maverick zijn loyaal, maar de Duitser meer dan de Amerikaan. Richtofen deed niets wat buiten het boekje viel, terwijl een groot deel van Top Guns plot wordt gedreven door Mavericks eigenzinnigheid (daarom wordt hij ook ‘Maverick’ genoemd – Engels voor ‘non-conformist’).
5. De zuiverheid van ‘Junker’ Freiherr von Richtofen, rechtstreeks overgenomen van oude ridderidealen, wordt niet weerspiegeld in de zuiverheid van Maverick.
Als voorbeeld wil ik alleen de volleybal-scene tonen:

Dus. Samengevat. Hoe spiegelen ridder en gevechtspiloot elkaar, als we ze op vijf essentiële punten vergelijken? Ik zou zeggen dat de ‘match’ best goed is, vooral bij Von Richtofen. Hij kan aanspraak maken op de titel ‘moderne Ivanhoe’.
En toch. Als gevechtspiloten de moderne ridders zijn, waarom zijn er dan niet honderden films en duizenden boeken over hen, om onze honger naar moderne ridders te stillen? Kennelijk kunnen piloten, hoewel de interne structuur van het begrip ‘jachtpiloot’ veel overeenkomsten vertoont met dat van ‘ridder, niet de functie van ridders in onze fantasie vervullen.

Dus de moderne Ivanhoe is…
Als we kijken naar de populaire cultuur van de laatste eeuwen, is er slechts één figuur die een vergelijkbare rol speelt en die ook even populair is.
De cowboy.

Cowboys spelen volgens mij in de Amerikaanse geschiedenis grotendeels dezelfde rol als ridders in de Europese. Niet in de ‘werkelijke’ historie, maar in de fictieve. En omdat de Amerikaanse populaire cultuur de onze sterk beïnvloedt, zijn cowboys ook onze helden geworden.

Dit wil dus zeggen dat zowel ridders als cowboys grotendeels romantische weergaven van een veel minder romantische werkelijkheid zijn; dat ze een Gouden Tijd oproepen en daarom ook vooral in literatuur en beeldende kunst (en film) vereeuwigd werden toen hun hoogtijdagen al voorbij waren. De escapistische fantasieën van de ridderromans ontstonden in de vijftiende eeuw, toen er weinig echte ridders meer waren en ze geen rol van betekenis meer speelden in oorlog en politiek. De cowboy-novellen in goedkope uitgaven namen vlucht nadat het vrije open land in het Westen van de VS was verdwenen en cowboys, als begeleiders van grote kuddes, nauwelijks nog voorkwamen. (In de meeste cowboy-literatuur komen dan ook geen koeien voor!)

Zijn er behalve externe parallelen (van vervulde rollen) ook interne overeenkomsten tussen ridder en cowboy? Hoe scoort de cowboy op Fussels vijf maatstaven?
1. De cowboy is net zo aan zijn paard gebonden als een ridder, dunkt me.
2. Een cowboy vecht fair, volgens een code die zegt dat je iemand nooit in de rug schiet. Het equivalent van

vinden we in

3. Een cowboy vereert zijn moeder (de ‘gehuifde’ pioniersvrouw) en de hoer met het gouden hart – Maria en Maria Magdalena, in christelijke riddertermen.
4. Een cowboy is een opportunist en trouw aan degene die hem het meeste betaalt. Dit is een duidelijke overeenkomst met echte en een duidelijk verschil met fictieve ridders.
5. Een cowboy is niet zuiver in de zin van gewassen (hij gaat pas in bad als hij de kudde heeft afgeleverd) maar wel in de zin van onbedorven, puur, natuurlijk.

Opnieuw geen volmaakte overeenstemming, maar dat is normaal bij twee complexe begrippen. Om de overeenkomst overeind te houden moeten we een enkel puntje negeren of vertalen, maar in het algemeen matchen ridder en cowboy goed. Je zou dus kunnen zeggen dat ‘Shane’ of ‘Butch Cassidy’ de moderne ridders zijn, of dat moderne ridders lijken op John Wayne en Clint Eastwood.

Maar wacht eens even…
Cowboys zijn negentiende-eeuwse figuren – weliswaar redelijk modern maar niet echt actueel. Is er echt geen recenter voorbeeld van ridderlijkheid?

Helaas, ik weet er geen. En als we kijken naar hoe tegenwoordig het begrip ‘ridderlijk’ functioneert, mag ons dat eigenlijk niet verbazen. ‘Ridderlijk’ betekent immers nu zoveel als ‘galant’ – een term die alleen in de omgang van een man met een vrouw een rol speelt. Zoals ‘de ridder op het witte paard’ in de huidige tijd staat voor een man die een vrouw ‘redt’ van haar eenzame, liefdeloze leven.
Ridders bestaan tegenwoordig alleen nog in damesromannetjes.

(N.B. Merk op hoe ‘de ridder op het witte paard’ – bijvoorbeeld in het al bijna klassieke voorbeeld van Bridget Jones – geen harnas en paard heeft, niet vecht, vrouwen niet vereert, niet trouw is aan ‘baas’ en collega’s en niet zuiver is. En toch is het een ridder op een wit paard! Dat geeft wel aan hoe vloeiend en creatief wij met analogieën omgaan.)