154. De grap van Oedipus

Posted on Jun 28, 2017 in Blog, Featured, Uncategorized

154. De grap van Oedipus

Vorige week besprak gastblogger Aristoteles de tv-serie Game of Thrones vanuit het oogpunt van zijn Poetica. Hij signaleerde daarbij dat GoT tegelijk een epos en een tragedie is. En hij lichtte de belangrijkste tragische elementen in GoT toe: het foute oordeel/de karakterfout, de wending in de plot, het verworven inzicht.

Wanneer wij in onze tijd iets ‘tragisch’ noemen, hebben we meestal niet een structuur van bepaalde elementen op het oog, zoals Aristoteles. We gebruiken ‘tragisch’ vaak voor ‘heel erg’ of ‘rampzalig’. We hebben het bijvoorbeeld over een ‘tragisch ongeluk’.
De meeste denkers over tragedie en tragiek zouden dat gebruik afkeuren; ze zouden zeggen dat je ‘tragisch’ van zijn betekenis ontdoet door elke vorm van lijden als zodanig te bestempelen.
‘Tragisch’ duidt in de geschiedenis van de filosofie en de literatuur op een combinatie van bepaalde elementen. In de definitie van Aristoteles: tragedie is de nabootsing van een nobele handeling, gericht op het opwekken van erbarmen en ontzetting. De plot van een tragedie draait om conflict, een plotselinge verandering en een hierdoor verkregen inzicht.

Tragedie als grap
Wat mij altijd heeft getroffen in Aristoteles’ schets van de tragische plot, is dat dit ook de omschrijving van een grap zou kunnen zijn.
Ook in een grap gaat het om een conflict, namelijk het conflict tussen twee mogelijke interpretaties van een bepaalde situatie. Die bestaan een tijdje – potentieel – naast elkaar tot een plotselinge verandering duidelijk maakt welke interpretatie voorrang heeft. Dit inzicht is de clou van de grap.

Bijvoorbeeld:
“Heteroseksualiteit is niet normaal, het komt alleen veel voor.” (Dorothy Parker)
Wanneer we deze gedachtengang volgen, verwachten we in het tweede deel van de zin iets te horen wat de ‘abnormaliteit’ van hetero zou aantonen (in weerwil van het feit dat heteroseksualiteit in onze samenleving ‘de norm’ is). In plaats daarvan realiseren we ons ineens dat ‘normaal’ zowel een norm als een stand van zaken uitdrukt, en dat hier de verhouding tussen beide anders wordt weergegeven dan dat we gewend zijn (net als de verhouding tussen hetero- en homoseksualiteit). En dit gebeurd in een flits.

Humor is het plotseling bij elkaar brengen van twee verklaringen, twee structuren, twee sets van regels. Het is de regel bevestigen door een uitzondering te noemen. Het is wat ik eerder in termen van Wittgensteins begrip grammatica heb beschreven: een grap maken is het indirect tonen van de structuur in een bepaalde situatie (je zou nog kunnen toevoegen: op een manier die verrassend en plezierig is).

Als we naar de plots van de beroemdste tragedies kijken, dan zien we dat die de structuur van een grap hebben. Agamemnon komt zegevierend thuis van de Trojaanse oorlog. Zijn vrouw Clytemnaestra verwelkomt hem zoals dat een zegevierende koning betaamt. Maar onder die verhaallijn ligt een andere: Agamamemnon heeft de oorlog alleen kunnen winnen door zijn dochter Ifigeneia op te offeren, en zijn vrouw heeft een minnaar, Aegisthus. De clou van de grap is dat Aegisthus en Clytemnaestra de koning vermoorden – terwijl zijn oorlogsbuit, de zieneres Cassandra, hem daarvoor gewaarschuwd had!
Ik geef toe, het is geen grap om te lachen. Toch heeft het geheel een bepaald soort grimmige humor, iets wat je ook ziet in bijvoorbeeld de Ajax (die denkt de hem onwelgevallige Grieken te doden, maar verblind door Athene zijn woede koelt op een kudde schapen) of de Antigone (die met haar oom en toekomstige schoonvader Creon een onverzoenlijke strijd voert over het begraven van haar broer, waarbij beide de maat zozeer uit het oog verliezen dat Antigone zelf, haar bruidegom Haemon en toekomstige schoonmoeder Euridice het loodje leggen, zodat Creon als totaal vernietigde winnaar achterblijft).

Een komische Oedipus
De grootste tragedie van allemaal, Koning Oedipus, is ook meteen de ‘grappigste’. Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat je een komische versie van Oedipus zou hebben, met identieke karakters en een identieke plot. De centrale gegevens zouden dezelfde blijven: de persoonsverwisselingen, de fout begrepen informatie, de ironie dat Oedipus door zijn jacht op de waarheid uiteindelijk zichzelf ontmaskert. En ook de onderliggende vraagstukken zouden dezelfde zijn: de fundamentele onzekerheid van het menselijke bestaan, de blindheid van mensen (vooral voor hun eigen fouten), de schaduwkanten van waarheid en eerlijkheid, de onvermijdelijkheid van het noodlot, de dubbelzinnigheid van rechtvaardigheid.

Natuurlijk, het valt niet mee om Oedipus te zien als iets waarom we zouden kunnen lachen. Maar vergis je niet: er is maar heel weinig voor nodig om het tragische in het komische te laten omslaan. Stel je voor dat Oedipus aan het eind van het verhaal de stad uit vlucht, onderweg een vreemde tegenkomt en die zijn tragische verhaal vertelt. En dat de vreemdeling zegt: krijg nou wat, dat is precies wat mij is overkomen, ik heb ook mijn vader vermoord en met mijn moeder geslapen.
Dat zou meteen een lach opwekken, hoe droevig de verhalen in isolatie ook zijn.

Er zou gemakkelijk een komische Oedipus kunnen zijn. Natuurlijk zouden de teksten heel anders zijn, maar de gebeurtenissen niet. En dat komt omdat tragedie en komedie dezelfde uitgangspunten delen.

De Amerikaanse filosoof John Morreall heeft ooit vijf vragen bedacht waarmee het ‘tragische profiel’ van een overtuiging gemeten kan worden.
De vragen zijn:
1. Is lijden redelijk en begrijpelijk of niet?
2. Is lijden altijd vermijdbaar?
3. Voert lijden op de lange duur – in een groter verband – tot iets goeds?
4. Is er een kans dat ons leven op de lange duur, in een groter verband, gelukkig zal zijn?
5. Hoe moet we omgaan met lijden?

Tragedie antwoordt op de eerste vier vragen ‘Nee’ en op de vijfde vraag ‘met nobel verzet’. Komedie antwoordt ook op de eerste vier ‘Nee’ en op de vijfde ‘door te lachen’.
Verder delen beide genres het gevoel van dubbelheid, van ongerijmdheid, van eindigheid, van feilbaarheid. Ze delen de overtuiging dat er in het leven geen definitieve triomf is en geen definitieve nederlaag, alleen nederlaag-in-triomf en triomf-in-nederlaag. Agamemnon wint de Trojaanse oorlog, maar wordt vermoordt bij thuiskomst. Oedipus verbant zichzelf uit Thebe, maar wordt een soort schutsheilige in Colonus.
Er is geen ‘en ze leefden nog lang en gelukkig’; ook geen ‘lang en ongelukkig’, trouwens.
Er is geen ‘happy end’ – er is überhaupt geen einde. Of beter: elk einde is willekeurig. Net als elk begin.

Onze traditie heeft tragedie en komedie altijd tegenover elkaar geplaatst, alsof ze twee tegenpolen vormden, maar ik dat er eigenlijk sprake is van één genre, tragikomedie (of ‘kometragedie’). En dit is niet alleen een literair genre maar ook een bepaald perspectief, een bepaalde visie – een bepaalde manier van in-de-wereld-staan.
En de tegenpool van deze visie is niet de komedie of het blijspel, maar een wereldbeeld dat op de eerste vier bovenstaande vragen ‘Ja’ zegt. Dat gelooft in definitieve overwinningen en nederlagen, in ‘poëtische rechtvaardigheid’ en ‘happily ever after’. In begin en einde, hemel en hel.
Dit wereldbeeld (en dramatisch genre) is het melodrama.

Hierover volgende week meer!