401. Een nieuw verhaal

Posted on Nov 24, 2022 in Blog, Epos, Featured

401. Een nieuw verhaal

De afgelopen weken – en jaren – heb ik het fenomeen van ressentiment onderzocht, en zijn worteling in statusangst – dat weer geworteld is in schaarste, die weer op machtsstrijd berust. Tegelijk heb ik onderzocht of oude en nieuwe heldenverhalen ons een uitweg bieden en een richting wijzen hoe we uit de fuik van macht, schaarste, statusangst en ressentiment kunnen ontsnappen. In de komende weken wil ik gaan proberen die draden te verbinden en een nieuw verhaal te schetsen, een filosofie van ontsnapping en verlossing.

In de analyses van ressentiment, macht en schaarste hebben we gezien dat er een verband is tussen strijd en schaarste: schaars is datgene wat door meer personen wordt begeerd dan kan worden genoten. Schaars is waarom gewedijverd wordt. Cruciaal is hierbij het inzicht dat het verband ook andersom werkt: datgene waarom gewedijverd wordt is schaars. Wedijver schept dus schaarste, net zo goed als schaarste wedijver schept.
Filosofen als Thomas Hobbes, Jean-Jacques Rousseau en René Girard hebben ons erop gewezen dat wedijver op vergelijking stoelt. Ik vergelijk mij met een ander en constateer dat hij iets bezit wat ik niet heb. Dan wil ik dat ook – ik maak van de ander een rivaal.
Er wordt vaak gezegd, dat je jezelf niet met een ander moet vergelijken – als je dat niet zou doen, hoef je ook niet ontevreden te zijn met het feit dat een ander ergens beter in scoort. Dit advies miskent echter dat er een rationeel motief zit achter vergelijking.
Omdat ik met anderen in mijn groep concurreer om bepaalde zaken (voedsel, seksuele partners) is het handig als ik hun inspanningen in de gaten houd en niet minder doe dan zij om deze zaken te verwerven. Niet minder, maar ook niet veel meer. Want als ik teveel tijd en moeite in een bepaalde concurrentiestrijd steek (ik blijf vruchten verzamelen, lang nadat ik genoeg heb), kan ik de strijd om andere zaken verwaarlozen (ik verlies bijvoorbeeld de kans op een partner).

Schaarste en macht

Waar schaarste bestaat, zien we wedijver. En waar wedijver is, ontstaat macht. Macht is: de verliezer die toegeeft dat hij verloren heeft en de prijs aan de winnaar laat. Of: de ondergeschikte die eigendom en privilege erkent – en accepteert dat de toegang tot een bepaald goed via een ander gaat.
Alle machtsverhoudingen (baas-ondergeschikte, deskundige-leek, have-have nots) zijn op deze dynamiek gebaseerd.

Evengoed zijn er twee verschillende soorten van macht.
De een soort is de ‘pure’ macht zoals hierboven beschreven, waar een strijd om iets wat meerdere partijen willen is beslecht – en de ‘winnaar’ vrijelijk mag beschikken over een goed (land, geld, productiemiddelen) en soms ook over de verliezer. To the victor go all the spoils, zoals de Engelse uitdrukking luidt. Met die vruchten van de overwinning – en de macht – kan de winnaar vervolgens doen wat hij of zij wil, het belang van de winnaar is het enige wat telt.

De andere vorm van macht is de vorm waarbij allereerst naar de belangen van alle deelnemers wordt gekeken en de macht zo wordt verdeeld dat dit algemene belang er wel bij vaart. Zo is het bijvoorbeeld in het belang van twee voetbalteams dat er een neutrale scheidsrechter is om het spel in goed banen te leiden, zodat niet bij elke overtreding een eindeloze discussie volgt over de vrije trap en de wedstrijd wordt lamgelegd. Je zou kunnen zeggen dat dit representatiemacht is: we stellen iemand aan die ons en onze macht representeert.

Beide vormen van macht hebben diepe wortels in de samenlevingsvormen van onze voorouders en in onze eigen psyche. De macht gebaseerd op vergelijking, op machtsstrijd en eigendom (erkenning van winst) is gekoppeld aan emoties van plezier en pijn, trots en afgunst, hoop en angst die gericht zijn op onze positie in een bepaalde groep, op onze status. Plezier: ik heb een hoge (of stijgende) status. Pijn: ik heb een lage (of dalende) status. Trots: ik zie dat ik meer status en macht heb dan anderen (concurrenten), of een relatieve stijging meemaak. Afgunst: ik zie dat ik minder status en macht heb dan concurrenten, of op de groepsladder aan het dalen ben. Statushoop: ik voorzie een stijging. Statusangst: ik voorzie een daling.

(Rousseau betoogt in zijn schets van een natuurtoestand dat mensen in de natuurtoestand alleen de pure drang tot zelfbehoud kennen – en dat een eigenwaarde gebaseerd op vergelijking (trots en afgunst) een gevolg is van het latere leven in een maatschappij. Wat hij miskent is dat mensen altijd in groepen hebben geleefd, net als onze directe voorouders, de mensapen, en dat onze sociale positie altijd relevant is geweest voor ons zelfbeeld en onze emoties.)

De andere vorm van macht gaat gepaard aan sociale emoties die ontstaan zijn om het reilen en zeilen van de groep te bevorderen.
Om deze sociale emoties uit te leggen kunnen we het beste het menselijk verkeer als een web van herhaalde prisoner’s dilemma’s zien.
Dat wil zeggen: als twee mensen, A en B, elkaar tegenkomen hebben ze vier keuzes/mogelijkheden:

Samenwerken (zowel A als B wordt hier beter van). Ik geef jou een banaan, jij geeft mij water. Win-win.
A werkt samen (geeft banaan) maar B niet (in speltheorie-termen, hij deserteert). A verliest hier en B wint – en meer dan bij wederzijdse samenwerking. Lose-win.
A deserteert en B werkt samen (tegengestelde uitkomst). Win-lose.
Zowel A als B deserteren/werken niet samen. Ze verliezen niks, maar omdat ze ook niet krijgen wat ze willen, is er toch sprake van wederzijds verlies: lose-lose.

Essentieel voor de ontwikkeling van sociale emoties is hierbij dat A en B in een niet te grote groep leven en elkaar vaker tegenkomen. Dus als A ‘verraden’ wordt door B, weet A dat bij de volgende ontmoeting nog en zal hij weigeren samen te werken. De winst van B is dan dus eenmalig – op de langere termijn kost het hem veel meer, door opeenvolgende ‘deserties’ van A. (En nog meer als hij in de groep de reputatie van deserteur krijgt.)

Onder deze omstandigheden is het volgens bioloog Robert Trivers redelijk dat de ontwikkeling van de volgende emoties wordt bevorderd:

aardig vinden – we werken samen met wie we aardig vinden en met wie we samenwerken vinden we aardig;
woede – we worden kwaad op deserteurs, omdat ze ons benadelen en het web van samenwerking beschadigen;
dankbaarheid – als we geen geschikt ruilmiddel hebben, compenseren we dat door dankbaarheid te geven;
sympathie – als we niet genoeg terugkrijgen, compenseren we dat zelf door de begunstigde met sympathie te bezien;
schuld – we voorzien dat onze desertie wordt ontdekt en nemen al een voorschot op de ‘bestraffing’ door onszelf te schaden;
schaamte – onze desertie is ontdekt en we bestraffen onszelf om woede te ontlopen;
trouw – we geven ons bloot aan mensen die bewezen samenwerkers zijn;
wantrouwen – we wijzen samenwerking af met mensen die bewezen deserteurs zijn.

Ressentiment
De essentie van ressentiment is dat een verlies in een machtsstrijd wordt ge(re)construeerd als een verraad, als desertie. Ik werkte samen, de ander niet. Ik speelde eerlijk, de ander bedroog mij.
Ressentiment ziet een sociale uitwisseling als een strijd met een winnaar en een verliezer, waarbij de winnaar per definitie vals speelt. De overheersende emotie is hierbij woede – de emotie van het melodrama van protest.
Melodrama maakt voornamelijk drie emoties in ons los: het laat ons (een plaatsvervangende) triomf voelen, het brengt ons tranen van droefenis of het stookt de woede van gekrenkte rechtvaardigheid op. En we beleven deze emoties vrijwel in pure vorm, zonder bijgemengde gevoelens. We genieten een melodrama van triomf zonder na te hoeven denken over wat dit voor anderen betekent (wie leeft mee met de orcs en goblins in Lord of the Rings?). We zwelgen in het melodrama van verdriet als onze held ten onder gaat, zonder te overwegen of er een andere uitkomst denkbaar was (moet Robert Sean Leonard zelfmoord plegen in Dead Poets Society?). En na het zien van een melodrama van protest als When They See Us of Fahrenheit 451 zijn we in staat racisten te lynchen of boekverbranders op de brandstapel te zetten.

Een tweede karakteristiek van ressentiment is hoe het de gehele persoonlijkheid van een ‘verliezer’ kan gaan bepalen. Iemand die in het melodrama van protest zwelgt kan op een gegeven moment een beroepsverliezer en demonstrant worden, iemand wiens gehele bestaan gedomineerd wordt door woede en wantrouwen jegens de ‘winnaars’.
Een derde eigenschap is dat in dit stadium de woede en het wantrouwen gemakkelijk van het ene doelwit op het andere over kunnen gaan – als het doelwit maar als ‘winnaar’ kan worden gedefinieerd. De regering. Randstedelingen. Hoogopgeleiden. Succesvolle vrouwen. Asielzoekers. Journalisten. Klimaat- of dierenactivisten.

Scheiding der machten
Als ressentiment de projectie van status-macht op representatiemacht is, van woede en angst om (dreigend) statusverlies op winnaars-vertegenwoordigers, dan is het uit elkaar houden van die twee machtssystemen het belangrijkste middel tegen ressentiment. En dat weten we eigenlijk ook al heel lang, vandaar dat vroege groepen, stammen en staten de representatiemacht heilig verklaarden, zodat het verkrijgen van die macht geen strijd om status kan worden.
In deze traditie werd de representatiemacht (de wetgevende en rechtsprekende macht) uitgeoefend door de goden zelf (via natuurlijke rampen, ziektes, oorlogen) of door hun afgevaardigden (priesters, koningen). Die dus eigenlijk onze afgevaardigden waren, maar dat moesten we voor onszelf verbergen, want dan zouden die vertegenwoordigers niet meer heilig zijn. Dus projecteerden we het algemeen belang (waarheid, rechtvaardigheid) op goden en hun plaatsbekleders.

Deze ‘scheiding der machten’ is duizenden jaren de oplossing geweest voor ons ressentiments-probleem, dat in de menselijke natuur verankerd is. Tot ongeveer tweehonderd jaar geleden, toen mensen aan die heilige afvaardiging begonnen te twijfelen.
En sindsdien zitten we met een ressentimentsprobleem, wat door sommige remedies (fascisme en communisme alleen maar is versterkt.

Mythe
Wat te doen? Wel, dit ‘verhaal’, dat hierboven in een filosofische analyse wordt weergegeven, bestaat ook in poëtisch-mythische vorm, waarin ook antwoorden voor ons dilemma zitten. Een heldenverhaal dat een opening toont naar een omgang met statusmacht en ressentiment.

Welk verhaal dat is? Daarover de volgende keer meer!