396. Een ouderwetse held

Posted on Oct 17, 2022 in Blog, Featured

396. Een ouderwetse held

En toen werd Max verstappen voor de tweede keer wereldkampioen in de Formule 1, wat tot enorme euforie in Nederlandse media leidde. Het RTL-nieuws opende ermee, vóór “17 doden bij bombardementen op Oekraïne”. De NRC, die op zaterdag de sportbijlage tot twee pagina’s teruggebracht heeft, publiceerde maandag een artikel van zeven bladzijden over de Formule 1 (“De Formule 1 is een mini-zonnestelsel met als ster: Max Verstappen”). Alle kranten, alle zenders, alle websites besteedden er aandacht aan. En dat was een maand nadat Zandvoort al op zijn kop stond door 100.000 Verstappen-fans en de coureur benoemd werd tot officier in de Orde van Oranje-Nassau.

En nu schrijf ik erover. En ik doe dat, omdat de Max-mania me een bijzonder fenomeen lijkt – een bijzonder ouderwets fenomeen. Hoewel, aan de ene kant, autoracen een sport is die de moderne tijd weerspiegelt en samenvat, is de verering van de kampioen een verschijnsel dat moeiteloos begrepen zou kunnen worden door de oude Grieken. Een interessante tegenspraak, die ik hieronder toe wil lichten.

Eenentwintigste eeuw
Op het eerste gezicht lijkt alles rondom de Formule 1 naadloos in de moderne tijd te passen. We hebben immers te maken met een sport die om de laatste technische vernieuwingen draait, mondiale (media)uitstraling heeft en als geen andere (zelfs voetbal niet) beheerst wordt door geld.

Typerend is de link tussen Formule 1 en de Netflix-serie Drive To Survive. Sinds vier jaar trekt die zeer gedramatiseerde weergave van Formule 1-seizoenen een groot nieuw publiek naar de renklasse, vooral meer vrouwen en jongeren dan voorheen.
Drive To Survive heeft van de coureurs sterren gemaakt. De serie draait om hun wederwaardigheden en karakters, niet om de races an sich, of om het werk achter de schermen. Wie DTS volgt hoort allerlei termen als ‘rembalans’ of ‘DRS’ voorbij komen, maar krijgt nooit een uitleg wat die zaken inhouden. Elke aflevering bevat de mantra dat coureurs zo hard moeten werken om zelfs maar een racestoeltje te behouden; maar behalve wat voorbeelden van conditietraining zien we ze niet werkelijk bezig, alleen pratend – over hun wensen, dromen, angsten en verwachtingen. Het programma heeft een hoogst melodramatische aanpak, met conflicten/wedstrijden tussen teamleiders (Red Bulls Christian Horner versus Mercedes’ Toto Wolff), rijders van hetzelfde team (Llando Norris en Daniel Ricciardo van McLaren) en de jonge uitdager tegen de oude kampioen (Max Verstappen tegen Lewis Hamilton). Kijkers kunnen een favoriet kiezen en zich met dat karakter identificeren.
De serie is zelfs zo gedramatiseerd dat Max Verstappen om die reden drie jaar zijn medewerking weigerde. Pas toen hij een veto kreeg over de manier waarop hij werd neergezet, liet de Nederlander de camera’s toe in zijn directe omgeving.

Unknown

Dit alles, dit hele stelsel van geld, moderne media en een wereldwijd rondreizend circus van duizenden mensen, is bij uitstek modern. Binnen en buiten de sportwereld is er niets wat zich ermee laat vergelijken – al kun je zien aankomen dat andere sporten, zoals voetbal, het model gaan kopiëren.
Formule 1 is typisch een sport van nu, van de 21e eeuw. Honderd jaar geleden was er nog geen dergelijke renklasse, vijftig jaar geleden geen grand prix in Azië (nu zes van de tweeëntwintig), tien jaar geleden geen invloed van sponsors en verspreiding via internet.
En op het eerste gezicht past onze Max-verering precies in dat beeld. Zie zijn functie als uithangbord van Jumbo. Zijn belang voor Zandvoort en het circuit. Zijn rol als uitdager in DTS. Alles aan die verschijnselen schreeuwt ‘modern’ – er gaapt een afgrond tussen Verstappen en voorgangers als zijn vader Jos, Jan Lammers en Gijs van Lennep.

En toch.
Als we onderzoeken waarom Verstappen precies bewonderd wordt en wat de kern van zijn populariteit uitmaakt, dan zien we mechanismen die duizenden jaren oud zijn, die al zo werkten in de tijd van de klassieke Olympische Spelen – en die bijna anti-modern schijnen.

Roem
Al eerder heb ik op deze plek geschreven over het oude Griekse begrip van roem, kleos (κλέος). Een paar elementen van kleos zijn herkenbaar voor de moderne sporter en de moderne sportfan, een aantal niet.
Niet herkenbaar is de Griekse fixatie op winnen. Moderne sporten draaien meer om meedoen en het verwerkelijken van je potentieel.
Sporten deed je in Griekenland voor je stadstaat, je polis, en verliezen betekende dat je eigenlijk niet meer thuis hoefde te komen. Er waren in Griekenland geen eervolle tweede plaatsen, laat staan dat, zoals in Drive To Survive, het behalen van een tiende plek (en een punt voor het wereldkampioenschap) uitbundig gevierd zou worden. Bij een Olympische DTS zou alleen de strijd tussen Hamilton en Verstappen worden getoond – en na de laatste grand prix zou er alleen aandacht zijn voor de winnaar, de verliezer zou niet geïnterviewd worden en gevraagd worden naar zijn emoties (die zouden evident zijn: schaamte en vernedering).

De oude Grieken zouden zeker de door-roeien-en-ruiten van Verstappen en Red Bull hebben herkend, de neiging om alles te doen voor de zege, ook als je daarbij de regels overtreedt. Van regels hielden ze hoe dan ook niet zo. Bij Grieks boksen waren er geen rondes en geen ring, en als iemand op de grond lag mocht je hem nog slaan. Een gevecht ging door tot iemand knock out was of zich gewonnen gaf. Nog wilder ging het toe bij de worstel-boksen combinatie van pankration, waarbij er eigenlijk helemaal geen regels waren en alles geoorloofd was behalve bijten en in de ogen priemen.

In de klassieke spelen zouden mensen wel hebben begrepen dat een coureur niet alleen persoonlijke roem vergaart, maar glorie voor een groter geheel, voor de polis (nu: voor het merk en het raceteam). In oude overwinningsodes speelde het sportieve element (de inhaalmanoeuvre, de snelle bocht, de pitsstop) maar een kleine rol, het ging allereerst om de genade van de goden en hoe ze die eerder aan een polis hadden verleend, bijvoorbeeld aan vorige generaties of aan de stichters van de stad.
Ter vergelijking: een ode aan Verstappen zou niet over de laatste race zijn gegaan, of over de pole positions, of over bepaalde inhaalacties of verdedigende, afstoppende manoeuvres; het gezang zou zijn gevuld met de stichting van het Red Bull race team en eerdere kampioenen, en de regels waaraan kampioenen dienen te voldoen, en hoe alle Red Bull successen eigenlijk alleen maar een glimp van schittering zijn die door de goden wordt gegeven, zoals de Griekse zanger Pindaros het uitdrukt:

Schepsels van een dag! Wat is iedereen?
Wat is iedereen niet? Een droom van een schaduw
is ons sterfelijke wezen. Maar als er voor mensen
Een glimp van schittering van de hemel komt,
Dan rust op hen een licht van glorie
En gezegend zijn hun dagen.
(Pyth. 8)

Op dit diepe, vrij fundamentele idee is onze verering van sporthelden gegrondvest, denk ik. In de tijd van de oude Panhelleense Spelen en in de tijd van Formule 1.

Denk terug aan een eerdere indeling (afkomstig van C.S. Lewis) van helden die alles bij het oude laten (Gilgamesj, Achilles, Lancelot) en helden die de wereld anders achter laten dan ze hem hebben aangetroffen (Jezus, Aeneas, Arthur).
Sporthelden zijn, denk ik, per definitie, vooral helden die de wereld onveranderd achetrlaten. Immers: morgen is er weer een wedstrijd, na de zomer weer een nieuw seizoen, en dan beginnen we weer op nul. Af en toe veranderen grote sporters hun sport (Martina Navratilova, Johan Cruijff, Michael Jordan), maar vaak gebeurt dat niet. En dat hoeft ook niet, in de huidige tijd, sporters zijn immers vooral entertainers geworden en sport vooral spektakel. Net zoals het dat voor de Romeinen was, en voor de Grieken.

Wat een grote sporter voor ons gevoel toont, denk ik, is precies wat hem (er was nog geen haar) vroeger kleos gaf: namelijk dat in een sprint van Usain Bolt, of in een volley van Roger Federer, of in een dribbel van Lionel Messi, een moment van goddelijke genade zichtbaar wordt, een moment waarop een sterfelijk wezen iets doet wat eigenlijk alleen voor een god is weggelegd. En daarmee treedt hij of zij in de voetsporen van Achilles, wanneer die Hector overrompelt:

Daar kwam Achilles los: hij voelde gelijk, hoe een wilde
Drift hem het hart vervulde. Het goede en kunstig bewerkte
Schild als een borstweer hij hief en hij schudde het hoofd met den blanken
Vierwerf gehorenden helm, waar de guldene haren om zwierden,
Welk’ aan den kam in weeldrige bossen Hephaistos geplant had.
Evenzoals tussen d’ andere sterren in ’t nachtelijk duister
Hesperus rijst en er vaart als de schoonst’ aan de banen des hemels,
Evenzo sterrelde ’t licht aan de spits van de lans, die Achilles
Zwaaid’ in de rechterhand, den stralenden Hector belagend,
Peilend met d’ ogen, waar zich het herelijk lichaam blootgaf.
Ganselijk bijkans werd dit gedekt door het koperen pantser,
Wapentuig kostelijk, dat hij den doden Patróclus ontroofd had;
Maar waar van schouders naar hals weerzijds het sleutelbeen reikt en
Komt bij de keel — vanwaar Hades het haastigst de ziel naar huis haalt —,
Daar kwam het lichaam bloot. Toen hij toesprong, trof hem Achilles
Daar met zijn speerstoot: dwars door den tederen hals ging het koper.
Toch, de luchtpijp sneed hij niet af, de gekoperde speertop,
Dat nog Hector met woord tegen woord tot Achilles zou spreken.
Zwaar sloeg hij neer in het stof, en over hem gloried’ Achilles:
„Hector, ge hebt wel gedacht, nadat ge Patróclus gedood hadt,
Ja! dat ge veilig zoudt zijn! Waartoe u om mij te bekreunen?
Ik was ver! Gij dwaas! Want hoe vér ook van hem, bij de schepen
Was nog achtergebleven een helper: ík was die helper,
Strijdbaar vér boven hem. En ik doodde u. Smaadlijk verscheurd wordt
Gij door hond en gier, waar de Grieken hém plechtig begraven.”

(Ilias, XXII)

En net zo is bij Max Verstappen een scherpe bocht met een wiel over de kerb stone of een passage met 250 km/u vlak langs een muur een voorbeeld van goddelijke genade – en glorie die een hemelse oorsprong heeft.

Het zijn, geloof ik, die speciale momenten die iemand een sportheld maken, zeker als ze gepaard gaan met winst. Op zo’n moment is de sporter niet alleen een winnaar, maar een kampioen – een term die niet voor niets een oude martiale betekenis heeft, die van een vertegenwoordiger die voor ons in het strijdperk treedt. En die laat zien wie de voorkeur van de goden heeft.

Zo’n kampioen is een modern en een ouderwetse held.