341. Verborgen verleden

Posted on Jun 23, 2021 in Blog, Featured, Uncategorized

341. Verborgen verleden

In de coronatijd is de al grote populariteit van stamboomonderzoek verder gestegen. Beroofd van uitgaans- en vakantiemogelijkheden stortten velen zich op digitale archieven en handgeschreven documenten, om daarin op zoek te gaan naar hun familiegeschiedenissen. Om hun ‘verborgen verleden’ terug te vinden.

Kort opeen verschenen in zowel NRC als Volkskrant artikelen die deze trend beschreven.

Verborgen Verleden
Al elf seizoenen maakt de NTR een serie over de stambomen van bekende Nederlanders, Verborgen Verleden. Na ruim honderd afleveringen is het een klassieker van de publieke omroep geworden, zoals de enigszins verwante programma’s Spoorloos en Tussen Kunst en Kitsch.

In Verborgen Verleden worden BN-ers geconfronteerd met een selectie uit hun stamboom, twee of drie lijnen die doorgaans een paar eeuwen terug voeren. Experts pluizen de archieven uit en presenteren de resultaten aan de hoofdpersonen, die hun plaatsen ‘van herkomst’ bezoeken – de plekken waar hun voorouders woonden, werkten en begraven liggen.

R10e52ea6f9a3d2c485203754f06a1959

De nakomelingen gaan met die nieuw verworven wetenschap ruwweg op twee manieren om, die het beste worden gekenschetst door twee citaten van deelnemers.

Presentatrice Dieuwertje Blok (seizoen 8, aflevering 1) leert over haar rondzwervende Joodse voorouders en een link met het Schotse koningshuis. Aan het slot verzucht ze:

Dit zijn verhalen. Dit is bijna of ik niet…ja, ik realiseer me dat het echt is. Maar het is wel heel leuk om door te vertellen.

Dit is manier 1: de erfgenaam ziet de familielijn als een mooi verhaal, een interessant plot. Mooi om aan anderen te vertellen.

Maar er zijn ook mensen die er anders mee omgaan. Acteur en presentator Eric Corton (seizoen 7, aflevering 10) bespiegelt na onthullingen over zijn oma en overgrootouders:

De geschiedenis wordt vooruit geleefd en achteraf begrepen, misschien wel achteruit begrepen.

Corton is één van de mensen die hun familiegeschiedenis als een verklaring zien waarom dingen nu zijn zoals ze zijn. Nu is er toestand E (de toestand van de actuele hoofdpersoon) en die bestaat omdat er eerst toestand D was, en daarvoor C, en daarvoor B en A.

Verhaal en verklaring
Een verklaring gaat uit van het bestaan van regels, die noodzakelijk B uit A afleiden, en C uit B. Deze regels volgen we in verklaringen, zoals Corton zegt, achteruit in de tijd. We beginnen bij het effect en volgen die terug tot de oorzaak. Je zou ook kunnen zeggen: we beginnen bij de conclusie en volgen die terug tot de aanname of hypothese.

Het bestaan van regels betekent dat we ze ook voorwaarts zouden kunnen volgen. Dat noemen we echter niet verklaren, maar voorspellen.
In principe zou alles wat verklaard kan worden, ook voorspeld moeten kunnen worden. En andersom: wat voorspelbaar is, is ook verklaarbaar. De diepste regels van de werkelijkheid hebben, in deze optiek, geen arrow of time, geen ‘tijd-pijl’. Ze gaan niet noodzakelijkerwijs van verleden via heden naar toekomst: de weg kan net zo goed andersom gaan.

Veel gasten van Verborgen Verleden kijken zo naar hun geschiedenis. Ze raken bekend met een eigenschap van een grootmoeder, of een gebeurtenis in het leven van een betovergrootvader, en dat verbinden ze dan met een element van hun huidige leven. Het verleden verklaart dan het heden. Zo concludeert journalist Ferry Mingelen (seizoen 13, aflevering 7) uit het feit dat zijn betovergrootvader bijna drie eeuwen geleden ook journalist was dat zijn eigen beroepskeuze wel genetisch bepaald moet zijn.
En voormalig minister en bankier Gerrit Zalm (seizoen 12, aflevering 1) wiens familielijnen uitkomen bij een legendarische Fries en de eerste Schotse koning, peinst:

Aan twee kanten van de familielijnen zitten er vrijheidsstrijders: Robert the Bruce natuurlijk, voor een vrij en onafhankelijk Schotland; maar ook Grutte Pier, voor een vrij en onafhankelijk Friesland. (…) Dus ja, dan is het niet zo’n wonder dat ik uitgekomen ben bij de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.

Merk op hoe paradoxaal de uitspraak van Zalm hier is: omdat voorvaders in de dertiende en vijftiende eeuw ervoor hebben gekozen vrijheidsstrijders te worden, moest Gerrit Zalm in de twintigste eeuw wel een liberaal politicus worden. Of waren de keuzes van Robert en Pier ook al vooraf bepaald? Maar wat blijft er dan van vrijheid over? (En democratie?)

th

En er schuilt nog een probleem in de redeneringen van Mingelen en Zalm. Neem de constatering dat Ferry Mingelen politiek journalist is omdat zijn betovergrootvader dat ook was. Gevraagd moet dan worden: wat waren zijn andere betovergrootouders en waarom is het niet (genetisch) bepaald dat Ferry hun beroep heeft overgenomen?
Mijn punt is dit: familielijnen lopen snel in aantal op. Elk mens heeft twee ouders, vier grootouders, acht overgrootouders, zestien betovergrootouders, enzovoort. Als we al geloven in een genetische oorsprong van beroepskeuze (wat met enig nadenken zelfs Ferry niet zal doen) is er een kans van 1/16 dat het beroep van opa Peter door Ferry zal worden geërfd. Hoe ‘noodzakelijk’ is dat en hoeverre is het dan nog een verklaring?
En de link wordt dunner en dunner, de verklaring magerder en magerder, als we verder achteruit gaan in de tijd. Tussen ‘Grutte Pier’ en Gerrit Zalm liggen bijna vijf eeuwen, ruwweg vijftien generaties. Dus was Pier maar één van 32.768 voorouders van Gerrit die in de tweede helft van de vijftiende eeuw leefden. Waarom kiest het programma voor deze lijn en niet voor die 31.767 andere? Natuurlijk omdat Pier zo beroemd is in Friesland. Maar die beroemdheid betekent niet dat zijn ‘aandeel’ in Zalms levenskeuzes groter is dan van andere voorouders.
En nog erger is het bij Robert the Bruce. Die leefde bijna zeven eeuwen voor Gerrit Zalm en is dus ongeveer 21 generaties van hem verwijderd. Rond 1300 had Zalm echter ruim 2 miljoen bet-bet-bet-bet-….overgrootvaders en -moeders. Wat doet het er dan toe dat er eentje koning van Schotland was?

Wanneer we nog een beetje verder teruggaan dan 1300 wordt afstamming zelfs helemaal een onzinnig begrip, omdat op een gegeven moment het aantal voorouders (2 tot de macht x) het aantal daadwerkelijke wereldburgers overtreft. Volgens mijn bierviltjesberekening bereiken we dat punt aan het einde van de elfde eeuw, wanneer het aantal aardebewoners rond de driehonderd miljoen ligt maar het aantal (theoretische) voorouders daar overheen gaat. Dat betekent dat vanaf dat moment familielijnen elkaar noodgedwongen moeten kruisen en overlappen (in de praktijk deden ze dat natuurlijk al ‘eerder’, niet pas in generatie 29) en is iedereen, wanneer we duizend jaar teruggaan, feitelijk een afstammeling van iedereen. Dus de volgende keer dat iemand triomfantelijk vertelt van Karel de Grote af te stammen, kun je naar waarheid antwoorden: ik ook!

(Natuurlijk: dit is een puur rekenkundige redenering die negeert dat in de praktijk, wanneer je ze helemaal zou uitzoeken, misschien wel twee willekeurige bloedlijnen bestaan die elkaar nooit hebben overlapt – niet sinds Karel de Grote, niet sinds Alexander de Grote en misschien wel niet sinds het vertrek van onze voorouders uit Afrika. Maar bewijs voor die ‘apartheid’ zal heel moeilijk zijn te vinden en is ook bijzonder onwaarschijnlijk.)

Wat zegt dit over het kijken naar de geschiedenis, met name je familiegeschiedenis? Het zegt dat je stamboom geen verklaring kan zijn voor iets in je huidige leven. Niet voor je beroepskeuze, niet voor je politieke affiniteit, zelfs niet voor een genetisch bepaalde eigenschap als blauwe ogen of rood haar. Want die eigenschappen zijn waarschijnlijk op tal van punten in je schier oneindige aantal familielijnen opgedoken en weer verdwenen. Natuurlijk, als je jouw lengte van je moeder hebt geërfd, of je vroege kaalheid van je grootvader, dan is dat best relevant. Maar het is geen verklaring. Want jouw moeder is niet je moeder geworden (alleen) omdat ze lang was en je bent niet (alleen) lang omdat jouw moeder dat ook was – daar spelen ontelbaar veel factoren aan mee. En dan gaat het nog maar om één generatie afstand!

De conclusie moet dan ook luiden dat, in weerwil van Eric Corton en diens cliché, het leven niet eens achteruit begrepen kan worden.

Wanneer we over een gebeurtenis van eeuwen her, een daad van een grootmoeder horen en die als betekenisvol nemen, dan selecteren we die lijn, dan kiezen we wat tot onze geschiedenis behoort – en hoe het dat doet. Dan scheppen we geschiedenis. Dan vertellen we.

Een mensenleven kan niet worden verklaard, het kan alleen worden verteld. En dan zijn er verhalen die ons treffen en verhalen die dat niet doen. Verhalen die we graag doorvertellen en verhalen die in vergetelheid raken (meestal ook omdat de informatie is weggesijpeld).

En ik denk: de verhalen die we het liefst doorvertellen zijn die waar we zien dat mensen betekenisvolle keuzes hebben gemaakt. Een voorouder is van het ene land naar het andere verhuisd. Een betovergrootmoeder heeft een jongen onder haar stand gehuwd. Een vader is als eerste in zijn familie gaan studeren.
Keuzes die onze vrijheid onderstrepen – en die zo maar heel anders hadden uitpakken. Keuzes die tonen, niet waarom onze levens zijn zoals ze zijn, maar dat ze ook heel anders hadden kunnen lopen.