321. Dagverlichting: verwondering

Posted on Jan 21, 2021 in Blog, Dagverlichting, Featured

321. Dagverlichting: verwondering

Ga rustig zitten. Kijk eens om je heen. Hoe is het licht? Vertellen je zintuigen je hoe laat het is, welke tijd van het jaar? Wat hoor je? verkeer of vogels? Is het lekker warm, of zit je een beetje te kleumen? Of is het eigenlijk te warm, of te vochtig?
Hoe voel je jezelf? Fit, of een beetje under the weather? Ben je relaxt, of voel je jezelf een beetje opgejaagd?

Hier is een moment voor jezelf.

Begin met het lezen van het volgende gedicht, en de bijbehorende bezinning.

Volle Maan en Kleine Frieda – Ted Hughes

Een koele kleine avond gekrompen tot hondengeblaf en het kletteren van een emmer -

En jij luisterend.
Een spinnenweb, strak door de aanraking van dauw.
Een emmer opgetild, stil en tjokvol – spiegel
Om een eerste ster tot een trilling te verleiden.

Koeien gaan naar huis in de laan daar, de heggen omcirkelend met hun
warme kransen van adem -
Een rivier van bloed, vele keien,
Schommelend met niet geknoeide melk.

‘Maan!’ schreeuw je plotseling, ‘Maan! Maan!’

De maan is teruggestapt als een kunstenaar die verwonderd naar het werk kijkt

Dat verwonderd naar hem wijst.

Verwondering
Verwondering wordt sinds de tijd van de oude Grieken beschouwd als het begin van alle filosofie. Plato laat het Socrates zeggen in de dialoog Theaetetus, Aristoteles beaamt het in zijn Metafysica.

Plato en Aristoteles hebben licht verschillende bedoelingen met hun verwijzingen naar verwondering. Plato (Socrates) bedoelt er mee dat filosofie niet om het oplossen van problemen draait, maar om het plezier beleven aan mysteries, aan het ontdekken dat we dingen denken te weten, maar dat die dan toch ingewikkelder in elkaar zitten dan we dachten.
Voor Aristoteles draait filosofie wel meer om het beantwoorden van vraagstukken – verwondering is bij hem de drijfveer die ons kennis omwille van de kennis laat nastreven. Niet: kennis omwille van het nut dat die heeft. Die pure liefde voor kennis, voor weten, is voor Aristoteles de beste eigenschap van de mens.

Ik denk dat beide interpretaties van verwondering een belangrijke boodschap in zich dragen.

Het Griekse ‘thaumazein’, dat zowel Plato als Aristoteles gebruiken, betekent zowel ‘verwondering’ als ‘bewondering’. Ik denk dat het daarmee heel goed uitdrukt dat verwondering als onderzoek naar mysteries – als zoektocht – bijna onvermijdelijk tot bewondering voert. En bewondering is de toestand waarin we een ding om zichzelf waarderen, niet om wat het voor ons doet.

Wanneer we de wereld om ons heen – en onszelf – onderzoeken, kunnen we veel te weten komen. Maar we ontdekken ook dat er nog veel meer is, wat we niet weten.
In het aanzicht van alles wat we niet weten en niet begrijpen, worden we vervuld met ontzag – met bewondering.

Het gedicht van Ted Hughes over zijn dochtertje Frieda is de mooiste en beste verwoording die ik ken van het gevoel van verwondering.
Hughes laat ons, met de ogen van de dichter en de ogen van het kind (wat eigenlijk hetzelfde is), kijken naar de omringende wereld.

Een emmer vol water is een trillende spiegel die de eerste ster verleidt zich te tonen. Een kudde koeien is een ‘rivier van bloed’ die hun melk laten schommelen terwijl ze over de kasseien van de weg lopen. De condens van hun adem ‘omkranst’ de heggen.
In zo’n stemming kun je de maan alleen maar in bewondering opmerken en vol verrukking ‘Maan! Maan!’ schreeuwen.

En: in de verwondering zien we niet alleen de wereld, maar ook onszelf.

We stappen terug van de spiegel van de wereld, als een kunstenaar die terug stapt van zijn canvas, en we zien verwonderd dat de wereld een wonder is, dat de wereld voor ons een wonder is, en dat wijzelf ook een wonder voor onszelf zijn, omdat we bijna niets weten van onszelf, en van de wereld; en hoe het een wonder is dat elke kennis weer nieuwe mysteries opwerpt, mysteries die wanneer we ze onderzoeken op hun beurt weer nieuwe vragen zullen doen rijzen, en dat we nooit alle vragen zullen kunnen beantwoorden.

En we beseffen dat dat helemaal niet erg is, maar juist een reden voor vreugde, voor bewondering, voor ontzag. En dat de beste manier waarop we met de wereld kunnen omgaan is door iets helemaal omwille van zichzelf maken: een gedicht, of een liedje, of een wetenschappelijke theorie, of een filosofische analyse.

Wees twee minuten stil en bedenk wat verwondering voor jou betekent.