311. Dagverlichting: fatsoen

Posted on Nov 11, 2020 in Blog, Dagverlichting, Featured

311. Dagverlichting: fatsoen

Ga rustig zitten. Kijk eens om je heen. Hoe is het licht? Vertellen je zintuigen je hoe laat het is, welke tijd van het jaar? Wat hoor je? verkeer of vogels? Is het lekker warm, of zit je een beetje te kleumen? Of is het eigenlijk te warm, of te vochtig?
Hoe voel je jezelf? Fit, of een beetje under the weather? Ben je relaxt, of vol je jezelf ene beetje opgejaagd?

Hier is een moment voor jezelf.

Begin met het lezen van het volgende gedicht, en de bijbehorende bezinning.

De wederkomst – William Butler Yeats

Draaiend en draaiend in een steeds grotere cirkel
Hoort de valk de valkenier niet meer;
Alles valt uiteen; het midden houdt geen stand;
De wereld kent louter anarchie,
Bloeddonker komt het tij op, en overal
Verdrinkt de ceremonie van de onschuld;
De besten missen elk geloof, terwijl de slechtsten
Vol zijn van hartstochtelijk vuur.

Nu zal een openbaring toch dichtbij zijn;
Nu zal de Wederkomst toch dichtbij zijn.
De Wederkomst! Het woord is nauwelijks gevallen
Of een immens beeld uit de Spiritus Mundi
Verstoort mijn zicht: ergens in het woestijnzand
Beweegt een leeuwenlichaam met een mensenhoofd
En met de lege harde blik als van de zon
Zijn trage dijen, terwijl rondom
De schaduwen van boze vogels tollen.
Het wordt weer donker: maar ik weet nu
Dat twintig eeuwen stenen slaap
Tot nachtmerrie zijn verstoord door een schommelende wieg
En welk ruig beest, nu eindelijk zijn uur gekomen is,
Kruipt richting Bethlehem, en wordt daar dan geboren?

Bovenstaand gedicht van William Butler Yeats werd precies honderd jaar geleden gepubliceerd, in november 1920, in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog. Het bevat een paar regels en uitdrukkingen die klassiek zijn geworden, zoals “de besten missen elk geloof, terwijl de slechtsten vol zijn van hartstochtelijk vuur’ en “Alles valt uiteen; het midden houdt geen stand”.

Zonder te pretenderen dat Yeats’ bedoelingen eenduidig en eenvoudig zijn, kun je stellen dat zijn beschrijvingen van het uiteenvallende midden en de heerschappij van de slechtsten in 1920 een weergave van de algemeen gevoelde teleurstelling waren. Miljoenen jonge mannen waren gesneuveld in de loopgraven van Noord-Frankrijk en Vlaanderen, en het leek helemaal nergens goed voor te zijn geweest. Overal in Europa waren er politieke omwentelingen. Gierende inflatie vernietigde spaarcenten en koopkracht. Rusland was in de greep van een burgeroorlog, Duitsland zag zijn pasgeboren democratie bedreigd door radicale partijen en gewapende milities.

Ook de huidige tijd komt op veel mensen over als een tijd van versplintering en teloorgang. De middenklasse heeft het overal moeilijk met globalisering. Verschillen in inkomen en vermogen worden steeds groter. Volksmenners zetten bevolkingsgroepen tegen elkaar op. Op internet lokt elke actie, elk standpunt, verwensingen en bedreigingen uit. Wetenschappers worden niet meer geloofd, er bestaat geen overeenstemming meer over de belangrijkste feiten.

In dat klimaat van anarchie en ‘bloeddonkere’ getijden is de verkiezing van Joseph Biden een lichtpunt.
In de commentaren van de laatste dagen wordt bijna steeds gezegd dat hij, in tegenstelling tot Donald Trump, een ‘door en door fatsoenlijk mens’ is. En ik denk dat die nadruk op fatsoen heel terecht is – want het is fatsoen dat het midden bijeen moet houden, dat anarchie moet voorkomen en bloeddonkere getijden in moet dammen.

Wat bedoel ik met fatsoen? Allereerst het besef en de overtuiging dat mensen, in de termen van Immanuel Kant, nooit gereduceerd mogen worden tot middelen voor doelen van anderen. Elk mens is zijn of haar eigen doel. Dat betekent ook dat elk mens rechten heeft die niet geschonden of genegeerd mogen worden tenzij die persoon er zelf mee akkoord gaat. Ik heb niet het recht om vanwege mijn eigenbelang andermans rechten met voeten te treden.

Het tweede element van fatsoen wordt uitgemaakt door bepaalde gevoelens die ik bij andere mensen heb – want het respecteren van andermans rechten is niet alleen een zaak van het volgen van bepaalde morele regels, maar ook van het voelen van de bijpassende emoties.
Als het goed is, voel ik bij de aanblik van een ander mens dat hij of zij een moreel subject is, met onvervreemdbare rechten. Ik voel daarom liefde en tederheid voor iemand, en medelijden of afschuw bij een bepaalde situatie waarin die iemand zich bevindt.

Tenslotte moeten die overtuigingen en gevoelens leiden tot gedrag dat we ‘deugdzaam’ zouden kunnen noemen: je aan beloftes houden, de waarheid spreken, opkomen voor de zwakken, weerstand bieden aan bullebakken, trouw zijn aan vrienden.

Fatsoenlijk denken, voelen en handelen: het komt samen in iemands karakter. Wanneer we zeggen dat iemand fatsoenlijk is bedoelen we dat iemand door en door, in zijn wezen, fatsoenlijk is.

Is Joe Biden nu een uitzondering, een eenzaam licht in de duisternis? Is hij een eenpersoons dam tegen een vloedgolf van onfatsoen?
Ik geloof er niks van.

Eerder denk ik dat het tegendeel waar is: dat wij in een fundamenteel fatsoenlijke tijd leven waarin het respecteren van andermans rechten steeds meer vanzelfsprekend wordt.

Denk niet aan de incidentele schendingen van fatsoen (zelfs niet de massale), maar aan de grote maatschappelijke trends: de trend richting biologisch vlees en vegetarisme, omdat we dieren fatsoenlijk moeten behandelen; of #MeToo en #BlackLives Matter, omdat we ervan overtuigd zijn dat ieder mens meetelt.
En het meest tastbare voorbeeld: ons corona-beleid.

Over de gehele wereld bestaat overeenstemming over het uitgangspunt dat kwetsbare mensen, ouderen en zieken, niet de dupe mogen worden van een gevaarlijk virus en dat we liever maanden lang niet op vakantie gaan, niet naar de kroeg, niet naar een concert, niet naar een theatervoorstelling dan hen bloot te stellen aan teveel risico. En dat we dan liever familie en vrienden spaarzaam bezoeken en ontvangen, dat we van huis werken, dat we feestjes afzeggen, dat we bruiloften, sportwedstrijden en festivals uitstellen.

Natuurlijk, over de hele wereld zijn er ook op kleine schaal protesten tegen deze beperkingen en zijn er mensen die er zich niet aan houden. Die denken zelf immuun te zijn – die geen zondvloed vrezen. Maar hoe groot is die groep? Vijf procent? Tien? Vijftien? In elk geval een kleine minderheid. Feit is dat, afhankelijk van de demografische verhoudingen, zich overal grote meerderheden allerlei beperkingen laten opleggen om kleine minderheden te beschermen.
Zeker op deze schaal is dat een uniek verschijnsel en het stelt alle negatieve ervaringen van 2020 in de schaduw.
Het is de triomf van het fatsoen.

Denk twee minuten na over wat fatsoen voor jou betekent:

En luister naar de volgende muziek: