301. War! What is it good for?

Posted on Aug 21, 2020 in Blog, Featured, Uncategorized

301. War! What is it good for?

In 1948 schreef Albert Camus een toneelstuk, Staat van Beleg, als variatie op zijn roman De Pest van een jaar eerder. Het initiatief voor dat stuk kwam van acteur-producent Jean-Louis Barrault.
Barrault had eerder geprobeerd een toneelstuk te maken van Daniel Defoe’s Dagboek van een Pest-jaar, oorspronkelijk met medewerking van Antonin Artaud. Toen Camus’ roman uitkwam benaderde hij de schrijver om samen aan een ‘pest’-stuk te werken.

In tegenstelling tot de plot van de roman speelt de actie van het toneelstuk zich af in Spanje, in Cadiz. De Pest wordt gesymboliseerd door een reus, een tiran die de stad heeft overgenomen en haar regeert met de willekeurige wreedheid van een Caligula. Een student, Diego, leidt de burgers van Cadiz in een opstand. De Pest biedt hem en zijn verloofde vrijheid aan als hij zijn verzet opgeeft en in ballingschap gaat. Diego weigert en sterft, maar Cadiz wordt bevrijd.

Een samenwerking Camus-Barrault moet op het eerste gezicht een ideale combinatie hebben geleken. Camus en Barrault kenden elkaar van culturele (en drankovergoten) avondjes tijdens de oorlog. Ze hadden toen al een keer een toneelstuk willen opvoeren. Een verdere link tussen de mannen was actrice Maria Casares, Camus’ geliefde en Barraults tegenspeelster in Les Enfants du Paradis. Zij en Barrault zouden samen de hoofdrollen spelen in het nieuwe stuk.

Unknown

Een groot schrijver, een bezetting met louter sterren, kostuums en decor van een populaire schilder (Balthus), muziek van een vermaard componist (Arthur Honegger) – en alles in dienst van een belangrijk thema. Het zou succes moeten hebben opgeleverd, maar toch werd De Staat van Beleg dat niet – artistiek noch commercieel.

Waaraan lag dat? Waarschijnlijk aan de invloed van een derde partij op Camus en Barrault.
De invloed van Antonin Artaud.

Artaud
Antonin Artaud was in de jaren twintig van de vorige eeuw bekend geworden als acteur en surrealistisch dichter. In het daaropvolgende decennium probeerde hij het Franse theater te hervormen, voornamelijk door de publicatie van tijdschriftartikelen die je met enige goede wil ambitieus zou kunnen noemen – of, met wat minder goede wil, pretentieus.

In 1938 waren Artauds essays gebundeld onder de titel Le Theatre et son Double (Het Theater en zijn Dubbelganger).
Die dubbelganger van het theater was de pest.

De vergelijking van theater en pest had Artaud bij Augustinus gehaald (die had in De Civitate Dei betoogd dat theater de geest verandert zoals de pest het lichaam), en gebruikt om het toneel te karakteriseren als de grote vernieuwer en bevrijder van de menselijke geest. Want volgens Artaud was dat het voornaamste effect van ingrijpende gebeurtenissen als een epidemie: dat ze alles op losse schroeven zetten en veranderden, dat ze zorgden voor een zuivering van de maatschappij.

Een maatschappelijke ramp zo compleet, een wanorde zo organisch, deze overloop van ontucht, deze soort van totale uitdrijving die op de ziel drukt en haar tot het einde duwt, …

Zowel pest als toneel moeten volgens Artaud tot extremisme leiden, het niet bestaande met het bestaande verbinden, het mogelijke met het werkelijke.

Als het theater essentieel is zoals de pest, dan is dat niet omdat het besmettelijk is, maar omdat het net als de pest een openbaring is, het naar voren brengen, het naar buiten duwen van een diepte van latente wreedheid waardoor de perverse mogelijkheden van de menselijke geest hun plek vinden in een individu of een volk.

Het theater heeft net als de pest een eigen intens licht, een ‘vreemde zon’ waardoor het moeilijke en onmogelijke ineens ons normale element lijkt te zijn. Dit leidt tot ‘ware vrijheid’, die weliswaar ‘zwart’ is,

maar als deze mogelijkheden en deze krachten zwart zijn, dan is dat niet de fout van de pest of het theater, maar van het leven.

Pest en toneel dienen ertoe het leven te bevrijden van een gigantisch abces – ze voeren tot een crisis die alleen tot de dood of tot genezing kan leiden.

De actie van zowel theater als pest is barmhartig, omdat ze de mensen dwingt zichzelf te zien zoals ze zijn, het masker te laten vallen, ze legt de leugen bloot, de slapheid, de laagheid, de hypocrisie; ze wrikt de zuurstofloze inertie van de materie los, totdat de begunstigden een uiterst helder zicht winnen; en laat aan de massa’s hun donkere macht zien, hun verborgen, kracht, ze nodigt hen uit in het aanzien van het noodlot een heldhaftige en superieure houding aan te nemen die ze zonder haar nooit gehad zouden hebben.

Bevrijdende pest
Hoewel Artaud nooit een geslaagd toneelstuk op de planken had gebracht, had zijn gezwollen retoriek in de jaren dertig en veertig veel invloed. Ook op Camus, die in zijn eerste aantekeningen voor De Pest schreef over La Peste liberatrice.

In het daaropvolgende schrijfproces (en onder invloed van een echte calamiteit, de Duitse bezetting) veranderde Camus echter van morele richting en begon hij oorlog en pest als voorbeelden van extern kwaad te beschouwen, die geen les of betekenis in zich droegen en niet tot bevrijding of zuivering zouden leiden, maar alleen tot ellende.

Ten tijde van De Staat van Beleg hadden Camus en Barrault derhalve twee tegenovergestelde visies van het stuk. Camus een tragische, Barrault een melodramatische.

De tragische (en komische) visie zegt: de wereld is ingewikkeld en onvoorspelbaar. We weten vaak niet waarom iets gebeurt, we hebben we ons lot niet in eigen hand en we kunnen een mislukking lang niet altijd voorkomen.
We hebben niet de zekerheid dat onze bemoeienissen uiteindelijk tot iets goeds leiden – er is een gerede kans dat ze averechts uitpakken.
En geluk kan niet het doel van het leven zijn, omdat we geen enkele aanwijzing hebben dat er een positieve historische ontwikkeling is, individueel of maatschappelijk, die in algehele verlossing eindigt.

Een ramp is daarom lang niet altijd een blessing in disguise, laat staan een opmaat tot zuivering of verbetering. En wat me niet ombrengt, maakt me niet altijd sterker.
In de woorden van Edwin Starr: War! What is it good for? Absolutely nothing!

Dit strookt precies met Camus’ moraal aan het einde van De Pest, als de verteller samenvat:

Maar intussen wist hij dat deze kroniek niet de kroniek kon zijn van de definitieve overwinning, maar alleen de getuigenis van wat tegen het schrikbewind en zijn onvermoeibare wapen gedaan moest worden en ongetwijfeld nog gedaan zal moeten worden door alle mensen die ondanks hun persoonlijk hevige verdriet niettemin weigeren plagen te accepteren en de moeite doen om genezers te worden, omdat ze geen heiligen kunnen zijn.

Tegen het noodlot kun je opstaan en dan nobel ten onder gaan of tijdelijk uitstel krijgen; je kunt er zelfs, in een komedie, om lachen. Wat je niet kunt, is de condition humaine definitief verslaan en te boven komen.

Het melodramatische perspectief is het tegenovergestelde. Melodrama zegt:

- dat lijden begrijpelijk is (op een gegeven moment wordt duidelijk waarom iets is misgegaan)
- dat lijden vermijdbaar is (in die zin dat we het kunnen voorkomen als we tijdig een analyse maken)
- dat lijden – op de langere duur, in het grotere geheel – tot iets goeds voert
- dat op de langere termijn, in het grotere geheel, het leven tot geluk zal leiden.

In Barraults regie en spel werd De Staat van Beleg een melodrama, terwijl Camus het, net als zijn roman, als tragedie had bedoeld. Daarom werkte hun project niet.

De kritische ontvangst was unaniem negatief en de bezoekersaantallen zo laag dat Barrault de productie na zeventien voorstellingen moest stoppen.
Alle mensen voelden: een tragische en tegelijk melodramatische voorstelling, dat gaat niet. En de pest kan niet tegelijk totalitair en bevrijdend zijn.

Allegorie
Ik heb de Staat van Beleg laatst voor de eerste keer gelezen. En ik snap waarom een productie in 1948 kon falen en waarom het ook nu moeilijk te ensceneren valt (een reprise in 2017 werd ook niet bijster goed ontvangen). Ik denk dat dat vooral ligt aan de idealen van Artaud, die in een essay plausibel klinken maar op de een of andere manier nog nooit tot waardevol theater hebben geleid.

Wat ik desondanks waardeer aan Camus’ stuk, en wat bij lezing overtuigender werkt dan in een schouwburg: het allegorische karakter, dat ons aan het denken zet.

Neem de volgende uitspraak. Het is geen citaat uit het stuk, maar een verwante passage uit het dagboek van Camus:

Elke persoon draagt de pest, omdat niemand, nee niemand, er immuun voor is. En hij moet zichzelf steeds in de gaten houden zodat hij niet, in een moment van verstrooidheid, in het gezicht van een ander ademt en de infectie overdraagt.- Wat natuurlijk is – dat is de natuur van een microbe. De rest – gezondheid, integriteit, zuiverheid, zo je wilt – is het resultaat van de wil, een wil die nooit mag verslappen.Een eerlijk mens, eentje die niemand aansteekt, is eentje met de minst mogelijke verstrooiingen. Ja, het is vermoeiend een smeerlap te zijn. maar het is nog vermoeiender geen smeerlap te willen zijn.

Gaat dit over de pest (of covid-19)? Zeker, op een bepaalde manier. Maar nog meer gaat het over angst, roddel, complotten, conformisme, racisme, totalitarisme… En het zet ons aan het denken over de samenhang tussen gezondheid en integriteit, tussen zuiverheid en wilskracht. het laat ons andenken over dwang, noodzaak en vrijheid.

Dat doet een analogie, en dat doet een allegorie in verhevigde mate. Daarom pleit ik voor meer allegorie in onze literatuur en ons theater.
Want elke allegorie zet aan het denken, of het nu een goede is (La Peste) of een slechte (L’etat de siege).