292. Waarom wij gek zijn op samenzweringstheorieën

Posted on Jun 6, 2020 in Blog, Featured, Uncategorized

292. Waarom wij gek zijn op samenzweringstheorieën

In het vorige artikel besprak ik de pandemie van samenzweringstheorieën, die de wereld heeft overspoeld, en hoe moderne complottheorieën zich onderscheiden van vroegere. Meer dan voorheen drijven complot-suggesties op melodrama, schijngebeurtenissen, bullshit en ressentiment – corresponderend met maatschappelijke ontwikkelingen die deze fenomenen bevorderen.

Je zou ook kunnen zeggen: hoe meer melodrama de heersende vorm van verhalen vertellen wordt; hoe meer mensen hun geld verdienen met het ensceneren van schijngebeurtenissen; hoe gemakkelijker politici en andere opiniemakers weg komen met bullshit; en hoe vaker een overtuiging een afrekening met de ‘elite’, de ‘winnaars’ of de ‘kapitalisten’ is – hoe meer complotdenken het debat gaat overheersen.

Je zou ook kunnen zeggen: melodrama, schijngebeurtenissen, bullshit en ressentiment zijn de sociaal-culturele bouwstenen van de complotpandemie. We moeten echter ook nog de psychologische bouwstenen analyseren, waarop mensen hun complotten bouwen.

Vooroordelen en heuristiek
Menselijk denken, hebben psychologen ons geleerd, wordt vaak gestuurd door onbewuste vooroordelen (het Engelse bias is eigenlijk een beter woord – het voegt de passende associatie toe van ‘instelling’, zoals bij een thermostaat die we vooraf op een bepaalde temperatuur hebben ingesteld) en heuristieken, dat wil zeggen bepaalde ‘zoek’-strategieën.

Een paar van deze vooroordelen en heuristieken vormen samen het basismateriaal voor complotverhalen.

1. Cognitieve gemakzucht. Wanneer we denken, besteden we daaraan het liefst zo min mogelijk moeite. Bij voorkeur laten we ons onderbewuste de oordelen vellen, op automatische wijze, zonder dat we bewust, stap voor stap, een oordeel moeten opbouwen of checken. En wanneer we toch met enige aandacht de zaken bekijken, doen we dit liefst zo snel en oppervlakkig als maar mogelijk is.
Deze neiging tot automatisme en luiheid leidt tot een vicieuze cirkel van slecht denken.
Cognitieve gemakzucht doet ons opinies en feiten opzoeken die we bij voorbaat al onderschrijven en waarvoor we geen verse moeite hoeven te doen. We begeven ons daarom niet graag buiten een ‘bubbel’ van welgevallige feiten en meningen. Het verblijf in de bubbel leidt tot een behaaglijk gevoel dat van zichzelf al bijdraagt aan kritiekloze acceptatie van elke input. Dat leidt er weer toe dat we in de bubbel blijven, zodat we steeds met dezelfde meningen worden geconfronteerd – welke herhaling zelf weer het cognitieve gemak vergroot, omdat we alles wat we zien en horen herkennen en geen inspanning hoeven te leveren om iets nieuws te doorgronden.
Zo zakken we langzaam weg in het drijfzand van niet onderzochte (vooronder)stellingen.

2. Omdat wij mensen een ingebouwde neiging hebben om zaken die we al geloven, te bevestigen – omdat niet geloven of je oordeel opschorten de actievere vorm van denken is, en omdat we liever lui dan moe zijn, gebruiken we de strategie die door Daniel Kahneman WJZIAWEI is genoemd: Wat Je Ziet Is Alles Wat Er Is.
Dit betekent dat we 1 aanwezig stukje bewijs zwaarder later wegen dan 2 tegenbewijzen die we niet voor ogen hebben. Of (potentieel) ontelbare tegenvoorbeelden die onzichtbaar zijn. We beschouwen 1 kankergeval onder een zendmast als bewijs voor het schadelijke effect van electromagnetische straling, 1 autistisch ingeënd kind als een bewijs van het gevaar van vaccinatie. We negeren daarbij de duizenden mensen die onder masten wonen en niet ziek zijn, de miljoenen kinderen die niet autistisch zijn geworden.
Deze neiging om datgene wat we voor ogen hebben zwaarder te laten wegen dan wat we niet zien, heeft ook te maken met het volgende punt:

3. Een groot deel van wat er op de wereld gebeurt, gebeurt volgens de regels van de statistiek – dat wil zeggen stochastisch. Dit betekent dat ze niet gestuurd zijn en geen ‘causale betekenis’ hebben – dat we geen reden kunnen aangeven waarom een bepaalde toestand bestaat.
Dit is echter niet zoals wij mensen het liefst, en natuurlijk, denken. Wij mensen denken niet in termen van statistiek, de meeste van ons zijn nauwelijks in staat een statistische analyse op papier te maken, laat staan wanneer we met een toestand worden geconfronteerd.

Als we naar gebuertenissen in de werkelijkheid kijken, ‘zien’ we geen statistische toevalligheid, we ‘zien’ oorzaak/reden en gevolg. We ‘zien’ intentie, bedoeling. We leggen die er niet achteraf in, we kunnen de situatie niet anders dan ‘intentioneel’ beoordelen.

De psychologen Heider en Simmel hebben dit op interessante wijze aangetoond (al in 1944!) door reacties op het volgende filmpje in kaart te brengen:

Mensen kunnen niet naar de bewegende figuren kijken zonder een dominante, bedreigende driehoek te zien die een kleinere driehoek ‘wegjaagt’; een bange cirkel die zichzelf verschanst in een ‘huis’ en die terugdeinst wanneer de grote driehoek hem achtervolgt (ik ervaar het moment dat de grote driehoek de ‘deur’ achter zich sluit als een moment in een horrorfilm); een ‘redding’ van de cirkel door de kleine driehoek (voelt die niet als een triomf en een opluchting?); een ontsnapping van de kleinere figuren, waarna de grote driehoek verslagen achterblijft en het huis in frustratie afbreekt.
Het geheel had niet dramatischer kunnen zijn wanneer het een scene in een Charlie Chaplin-film was geweest (met Charlie, zijn rivaal/boeman Eric Campbell en geliefde Edna Purviance).

th

En deze causaliteits-voorkeur speelt ook weer mee bij het volgende:

4. We laten ons niet overtuigen door statistische feiten, wel door sprekende voorbeelden van causaliteit en intentie. We weigeren een individueel geval te beoordelen op grond van algemene feiten, maar trekken vrolijk algemene conclusies uit een enkel voorbeeld. (Ik ken geen racistische agent, dus bestaan ze niet.)
Dit is ook weer een variant van de volgende fatale tactiek:

5. Aanwezigheidsheuristiek. Als we moeten schatten/beoordelen hoe vaak iets voorkomt, laten we ons leiden door het gemak waarmee we een voorbeeld kunnen oplepelen. Verlamming door vaccinatie? Wacht, daar heb ik gisteren nog iets over in de krant gelezen – dus dat zal wel vaak voorkomen.

6. tenslotte: gevoelsheuristiek: we beoordelen of iets relevant of belangrijk is door naar de emotionele impact te kijken.
Als iets ons raakt, moet het wel relevant zijn. We verdragen de gedachte niet dat een pijnlijk of verheugend voorval eigenlijk niet ter zake doet, dat het een uitzondering kan zijn of op toeval kan berusten. (De gastvrouw is de hele avond nog niet met mij komen praten – ik denk dat ze een hekel aan mij heeft.)

Verhaal-fout
De bovenstaande punten zijn in psychologische experimenten los van elkaar aangetoond en bevestigd, maar eigenlijk vormen ze natuurlijk een groot ‘narratief’ complex, dat je ook zo zou kunnen samenvatten: we beoordelen verklaringen naar de mate waarin ze een sluitend en emotioneel bevredigend verhaal vormen, niet naar de kwantiteit en kwaliteit van de gegevens waarop het verhaal steunt.

Deze neiging is een soort logische denkfout, de ‘verhaal-fout’ of narative fallacy in de term van Nassim Nicholas Taleb:

De narrative fallacy gaat over ons beperkt vermogen om naar een reeks van gebeurtenissen te kijken zonder er een verklaring in te weven of, wat hetzelfde is, er een logische link, een relatie-pijl op te drukken. Verklaringen binden feiten bijeen. Ze zorgen ervoor dat we ze gemakkelijker kunnen onthouden; ze maken ze begrijpelijker. Waar deze neiging de mist in kan gaan is wanneer hij ons de indruk geeft dat we iets begrijpen.

Een goed verhaal geeft ons de illusie van onvermijdelijkheid: natuurlijk, zo zit het! Dat gevoel is echter verraderlijk. Heel vaak weten ergens niet het fijne van, maar behelpen we ons met een flinterdunne verklaring gebaseerd op heel weinig feiten. Sterker nog: hoe minder feiten we hebben, hoe gemakkelijker het is om een sluitend verhaal te scheppen!

Cognitieve gemakzucht, Wat Je Ziet Is Alles Wat Er Is, intentioneel/causaal interpreteren, sprekende voorbeelden, aanwezigheidsheuristiek, gevoelsheuristiek – versterk deze ingebakken en algemeen gedeelde denkfouten met de melodrama-mode, de schijngebeurtenissen-industrie, de bullshit-media en de ressentiment-epidemie, en je krijgt de viruscocktail die ons logische immuunsysteem overweldigt.

Zodat het onvermijdelijk is dat een typerende complot-theorie als die rondom hydroxychloroquine de kop opsteekt. Daar vinden we alles: ressentiment jegens de elite die ons deze goedkope remedie wil ‘onthouden’; bullshit om elk tegenbewijs te ‘weerleggen’; schijngebeurtenissen als pro-hydroxychloroquine-campagnes op sociale media; een verhaal met ‘goeden’ (de Franse arts Didier Raoul, Donald Trump) en ‘slechten’ (Jaap van Dissel, Bill Gates); het verkiezen van anekdotisch bewijs boven medische onderzoeken; de medische waarschuwingen als een bewuste, bedoelde poging tot misleiding zien; de emotionele aantrekkingskracht van een ‘wonderpil’ als argument voor zijn werkzaamheid accepteren.

Je zou er om kunnen huilen, als het niet ook om te lachen was. Want in de verstokte complot-gelovige kunnen we niet anders dan onszelf herkennen – misschien niet als het om hydroxychloroquine gaat, maar dan wel bij een thema dat onze emoties triggert: vaccinatie, 5G, gluten, racisme, basisinkomen, klimaatverandering…

Gegarandeerd dat er een onderwerp is waar we ons bezondigen aan cognitieve gemakzucht, WJZIAWEI, intentioneel/causaal interpreteren, sprekende voorbeelden, gevoelsheuristiek – en dat ons complotdenken activeert. Dat ons de werkelijkheid in een melodramatisch schema laat duwen, ons schijngebeurtenissen laat scheppen en verspreiden, ons bullshit doet spuien, ons door ressentiment gemotiveerd laat worden.

Want wij zijn allemaal een beetje gek op samenzweringstheorieën.
Wij zijn allemaal een beetje gek.