281. Een pandemie is een ecosysteem

Posted on Mar 14, 2020 in Blog, Featured, Uncategorized

281. Een pandemie is een ecosysteem

De snelle ontwikkelingen rondom de verspreiding van het coronavirus brachten premier Rutte tijdens de persconferentie gisteren tot een uitspraak die ook de kop van het NRC-hoofdartikel werd: “Dit kunnen we alleen samen winnen.”
Een waarheid als een koe, die we misschien nu al wel als belangrijkste les van deze crisis kunnen bestempelen.

Niet dat iedereen die les al geleerd heeft. Er zijn mensen die denken dat zij op een bepaalde manier kunnen worden afgescheiden van de rest van de wereld en dat hun eigenbelang het meest gediend is met een versie van ‘ikke eerst’ (of: ik voor mezelf en God voor ons allen).

Die houding zien we bij Chinese partijfunctionarissen die het beter achtten de epidemie te ontkennen, zodat ze niet door hun bazen verantwoordelijk zouden worden gesteld voor het slechte nieuws. Bij regeringen die weigerden medische hulpmiddelen uit te voeren naar de landen en regio’s met de grootste behoeften. Bij mensen die geneesmiddelen, mondkapjes en voedsel hamsterden. Bij president Trump die zonder overleg met Brussel de inreis van Europeanen verbood en een Duitse corona-test negeerde – om pas weken later een Amerikaanse te ontwikkelen.
Al deze mensen miskenden dat het virus zich door deze eigenmachtige handelingen juist sterker kon verspreiden, waardoor elke poging het verre van zich te houden, als een boemerang op de survivalist zou terugslaan.
What goes around, comes around, zeker een virus.

Ecosysteem
Een pandemie is een netwerk van uitwisselingen en verspreidingen, je zou kunnen zeggen: een ecosysteem. Alle pogingen om een deel van dat ecosysteem van de rest af te grenzen zonder de staat van het systeem als geheel te bekijken, is tot mislukken gedoemd. Het is alsof jij als enige je handen wast – dat zet geen zoden aan de dijk (wel voor jou persoonlijk, maar niet voor de volksgezondheid).

Levende wezens zijn op allerlei manieren met elkaar verbonden – ja, individuen zijn zelf op een bepaalde manier ecosystemen, zoals mooi is verwoord door filosoof Andreas Weber:

Alle processen, die een individu uitmaken – reacties in cellen, de genetische computer, het zenuwstelsel en imuunsysteem – zijn op geraffineerde manier aan elkaar ge-net. Reeds in een wezen herkennen we daarom de principes van een ecosysteem.

En andersom: op een bepaalde manier is een ecosysteem een soort van wezen, met een bepaalde vorm van communicatie en intelligentie.

Stel je voor dat ons lichaam op ‘egocentrische’ manier zou reageren op een infectie en niet als geheel, via het immuunsysteem. Dat de hand zou proberen alle paracetamol voor zichzelf te houden, of de mond uit angst voor besmetting geen voedsel tot zich zou nemen.
Dat zou niet werken.
Punt is: elk orgaan is onderdeel van een netwerk, dat zelf ook weer onderdeel is van een groter netwerk dat ook weer tot een netwerk behoort. Enzovoort. Elke poging om een deel van het geheel af te scheiden en alleen dit deel te redden, is tot mislukken gedoemd.

Hoe zou onze wijk zich kunnen redden los van (en misschien wel ten koste van) de rest van de stad? De stad los van de regio? De regio los van de provincie? De provincie los van Nederland? Nederland los van Europa? Europa los van de rest van de wereld?

Grenzen werken hier niet, muren ook niet. Niet op zichzelf - zonder afstemming over wat die grenzen en muren moeten tegenhouden en wat ze door moeten laten. Niet zonder naar het belang van het geheel te kijken.

Betekenis
Wie zichzelf afsnijdt van het geheel, maakt een abstractie van zichzelf (volgens de definitie van Hegel dat abstract ‘deel voor het geheel’ betekent. Daarmee verlies je veel aan betekenis ten opzichte van het ‘concrete’ (het geheel).

Yuval Noah Harari beschrijft in Homo Deus hoe de mens een faustiaans pact heeft gesloten: door grote gehelen niet meer met betekenis te vullen maar ze tot wiskundige en natuurkundige abstracties te reduceren, is onze macht over de wereld enorm toegenomen. De Moderne Tijd is “een verbazingwekkend simpele deal: mensen komen overeen betekenis op te geven in ruil voor macht.”

In voor-moderne tijden, zegt Harari, waren mensen machteloos ten overstaan van grote gebeurtenissen als natuurrampen, oorlogen en hongersnoden. Ze troostten zich echter met de overtuiging dat ze deel uitmaakten van een groter, kosmisch plan, hetzij afkomstig van de goden, hetzij van de natuurwetten.

Mensen leken veel op acteurs op het toneel. Het scenario gaf betekenis aan elk woord, elke traan, elk gebaar – maar stelde strikte limieten aan hun optreden. Hamlet kan Claudius niet in het eerste bedrijf vermoorden, of Denemarken verlaten en naar een ashram in India gaan. Shakespeare staat het niet toe. Evenzo kunnen mensen niet eeuwig blijven leven, alle ziekten ontlopen, of doen wat ze willen. Dat staat niet in het scenario.

Het moderne leven, zo Harari, heeft geen schrijver, producent of regisseur. Geen script. En daarom ook geen betekenis. De gebeurtenissen in het universum vormen een blind en doelloos proces, (in Shakespeare’s woorden) “vol van geraas en getier, dat niets betekent”.

Echter, wanneer er geen script is en niets is voorgeschreven, dan kunnen we doen wat we willen – mits we de middelen hebben. Ziektes en droogtes hebben geen kosmische betekenis, maar we kunnen ze uitbannen.

De moderne deal geeft mensen dus een enorme kans, gekoppeld aan een enorme bedreiging:

Almacht ligt voor ons, bijna in onze greep, maar beneden ons gaapt de kloof van het absolute niets. Op het praktische niveau bestaat het moderne leven uit een voortdurende jacht op macht in een heelal dat van betekenis is ontbloot. De moderne cultuur is de machtigste in de geschiedenis, en hij is onophoudelijk aan het onderzoeken, uitvinden, ontdekken en groeien. Tegelijkertijd is hij meer geplaagd door existentiele angst dan alle eerdere culturen.

Volgens Harari hebben we in de afgelopen eeuwen deze kloof tussen macht en betekenis provisorisch gedicht door de religie van het humanisme te ontwikkelen. Die religie zegt: de kosmos en de wereld zijn betekenisloos, maar de mens schept betekenis door zijn gevoel.
Harari heeft daarvoor een prikkelende formule:

Kennis = Ervaring x Gevoeligheid

Uitgaande van dit axioma, komt het humanisme tot een aantal fundamentele praktische leefregels (theorema’s).
Op het gebied van politiek: de kiezer heeft altijd gelijk.
Op het gebied van economie: de klant heeft altijd gelijk.
Op het gebied van kunst: mooi is een kwestie van persoonlijke smaak.
Op het gebied van moraal: doe wat goed voelt.
Op het gebied van educatie: leer voor jezelf denken.

Persoonlijke voorkeuren, verlangens, gevoelens zijn zo maatgevend – alleen zij geven betekenis aan de wereld, waar godsdienst en wetenschap dat niet meer doen (godsdienst omdat ze dat niet meer kan, wetenschap omdat ze dat niet meer wil).

Een ander beeld
Ik denk dat Harari met deze beschrijving een belangrijk punt heeft, in deze zin: zo ziet de moderne cultuur zichzelf inderdaad.
Het punt is: deze zelfbeschrijving klopt niet.

De analogie is hopelijk duidelijk: net zoals alle delen, die zichzelf onafhankelijk van het geheel wanen (partijfunctionaris, nationalist, hamsteraar, Trump) ongelijk hebben, heeft de moderne mens die de wereld als betekenisloos ziet, ongelijk.

De wereld is namelijk niet betekenisloos, ze is dat alleen als we haar als abstractie zien, wanneer we er opzettelijk de betekenis van aftrekken.

De wereld is, denk ik, alleen heel oppervlakkig en abstract gezien, een verzameling van betekenisloze, losse delen (Leibniz’ monaden). Als we dieper kijken, zien we een betekenisvol, concreet geheel. Een ecosysteem, dat van betekenis aan elkaar hangt.

Meer hierover volgende keer!