271. De film van het jaar

Posted on Dec 31, 2019 in Blog, Featured, Uncategorized

271. De film van het jaar

De film Joker van Todd Phillips maakte dit jaar grote furore onder critici en andere kijkers en bracht wereldwijd al meer dan een miljard dollar op. Op het festival van Venetië won hij de Gouden Leeuw. Hoofdrolspeler Jaoquin Phoenix is februari a.s. de grote favoriet voor de Oscar voor beste acteur.

Joker schildert hoe een ‘gewone’ jongeman, Arthur Fleck, verandert in de mythische boef the Joker, die we kennen uit de Batman-strips en films. De rol is al vele malen gespeeld, door prominente acteurs als Jack Nicholson en Heath Ledger (die er ook een Oscar mee won), maar met Joker probeert voor het eerst een regisseur de origin story van de superschurk te tonen.

images

Joker is voor mij de film van 2019, omdat het als geen ander verhaal de statusangst en het ressentiment in onze samenleving toont.
Arthur is als een voorloper van de incels, maar ook van de school shooters, jihadisten en neo-nazi’s van onze tijd, terwijl de hem volgende relschoppers en demonstranten veel gemeen hebben met gele hesjes, deplorables en ongehoorden.

Joker toont hoe een persoon met extreme statusangst in een dodelijke vorm van ressentiment kan vervallen.
Denk aan de oorzaken van statusangst, geanalyseerd door Alain de Botton:

- liefdeloosheid
- snobisme (iemands waarde reduceren tot zijn of haar status)
- irreële verwachtingen
- meritocratie (succes is je eigen verdienste, falen je eigen schuld)
- ontkenning van afhankelijkheid

We zien deze allemaal bij protagonist Arthur.

Het verhaal
In het Gotham City van 1981 woont Arthur Fleck, die op straat en bij feestjes als clown optreedt, samen met zijn moeder Penny in een aftands gebouw in een achterbuurt. Arthur lijdt aan een aandoening waardoor hij regelmatig oncontroleerbare lachbuien krijgt. Verder heeft hij hallucinaties/wensdromen over de liefde die hij zou willen krijgen van een ideale vader of vriendin. Zijn moeder heeft soortgelijke fantasieën: zij hoopt dat haar voormalige werkgever, miljardair Thomas Wayne, hen uit hun armoede zal bevrijden.
Voor zijn behandeling rekent Arthur op een psycholoog van de sociale dienst, die wekelijks met hem spreekt en hem van medicijnen voorziet.

Na een paar ongelukkige incidenten wordt Arthur ontslagen als clown. In de metro wordt hij in elkaar geslagen door drie dronken werknemers van Wayne Enterprises. Arthur schiet de drie mannen dood. De gewelddadige gebeurtenis zorgt voor ophef in Gotham City. Wayne veroordeelt het geweld en onder de bevolking ontstaat er een protestbeweging die sympathie heeft voor de moordenaar. De betogers dragen clownsmaskers en richten hun woede op Wayne, die zich verkiesbaar heeft gesteld voor het burgemeestersambt.

Arthur krijgt ondertussen te horen dat de sociale dienst waar hij voor zijn behandeling en medicijnen op rekent, wegens bezuinigingen wordt gesloten. Ook een optreden als stand-upcomedian is geen succes. Sterker nog, zijn optreden wordt gefilmd en doorgespeeld aan de populaire talkshowpresentator Murray Franklin, een komiek waar Arthur naar opkijkt. Franklin steekt in zijn show de gek met Arthur.
Daarnaast ontdekt hij via een brief van zijn moeder dat hij mogelijk een buitenechtelijke zoon van Thomas Wayne is. Arthur brengt een bezoekje aan Thomas’ zoon, de jonge Bruce Wayne (de latere Batman), en confronteert nadien ook Thomas zelf, die ontkent zijn biologische vader te zijn.

Arthur wordt als gast uitgenodigd in de talkshow van Murray Franklin. Ter voorbereiding op zijn televisieoptreden schminkt hij zijn gelaat wit en verft hij zijn haren groen.
In de kleedkamers van de talkshow vraagt Arthur aan Murray om hem te introduceren als Joker. Na zijn introductie wordt hij door Murray geïnterviewd. Joker geeft toe dat hij de moorden in de metro gepleegd heeft en begint uit te leggen hoe de samenleving mensen in nood de rug toekeert. Vervolgens spreekt hij Murray aan op het feit dat hij hem heeft uitgelachen, waarna hij de presentator live op televisie doodschiet. Als gevolg hiervan breken er gewelddadige rellen uit in de stad. Wayne en zijn echtgenote Martha worden voor de ogen van hun zoontje Bruce doodgeschoten door een man. Betogers in een ambulance rammen de politie-auto waarin Joker wordt afgevoerd en bevrijden hem. Hij wordt op handen gedragen door de massa, die hem toejuicht terwijl hij danst.

De analyse
Dit is niet de gehele plot van Joker, maar de samenvatting bevat de saillante feiten om de oorzaken van Arthur’s statusangst en ressentiment te kunnen bekijken.

1) Liefdeloosheid. De eerste helft van de film is eigenlijk een verslag van Arthur’s mislukte zoektocht naar positieve aandacht, naar liefde. Liefde van zijn idool, Murray Franklin. Zijn vermeende vader, Thomas Wayne. Zijn consulente bij de sociale dienst. Zijn buurvrouw Sophie. Zijn moeder. Alleen van de laatste krijgt Arthur onvoorwaardelijke liefde, maar omdat Penny Fleck zelf nog behoeftiger is dan haar zoon, heeft Arthur niet genoeg aan haar genegenheid.
2) Snobisme. Omdat Arthur niet voldoend liefde krijgt en zijn gevoel van eigenwaarde tekort schiet, probeert hij dit te compenseren door naar status te zoeken. Status als komiek. Hij droomt van een loopbaan als succesvolle stand up comedian, als gast van tv shows (zoals van Murray Franklin). Die status zal hem waarde verschaffen, hoopt Arthur. Helaas is hij totaal niet grappig en wekt zijn optreden slechts plaatsvervangende schaamte. En leedvermaak, nota bene bij zijn held Murray.
3) Irreële verwachtingen. Arthur’s geest wordt (o.a. door zijn moeder) gevuld met te hoge verwachtingen: redding door Thomas Wayne, liefde van de buurvrouw, respect van Murray, succes als komiek. Deze vlucht in verwachtingen pakt averechts uit wanneer ze een voor een teleurgesteld worden. Arthur blijft ‘ongezien’, zoals hij beschrijft in zijn laatste gesprek met de consulente: “Tot een tijdje geleden was het alsof ik onzichtbaar was. Zelfs ik wist niet of ik echt bestond.”
Dat Arthur’s torenhoge verwachtingen niet worden waargemaakt, zorgt voor des te meer frustratie en woede.
4) Meritocratie. In het Gotham van Joker wordt nadrukkelijk de filosofie beleden dat succes je eigen verdienste is en falen (zoals dat van Arthur) je eigen schuld. Extra schrijnend voor Arthur is, dat deze moraal keihard wordt geformuleerd door vermeende vader Thomas Wayne: “Degenen van ons die iets van hun leven hebben gemaakt, zullen degenen die dat niet hebben gedaan, als clowns beschouwen.”
Na deze terechtwijzing is het niet verwonderlijk dat Arthur zijn identiteit als clown omhelst (zoals de aanduiding ‘clown’ een geuzennaam wordt voor de inwoners van Gotham die tegen de extreme ongelijkheid demonstreren) en zich ontpopt als de clown prince of crime (zoals hij in de Batman-strips genoemd wordt).
5) In de hoedanigheid van clown-terrorist accepteert Arthur tenslotte ook nog het meritocratische (neo-liberale) dogma van onafhankelijkheid. Niet langer streeft hij naar liefde, hij verlangt niet eens meer naar status en macht. En, paradoxaal genoeg, het is juist zijn autonome en socio-pathische kant die hem alsnog erkenning brengt.
Alles komt tenslotte samen in zijn tv-optreden in de show bij Murray, waar hij na een dramatische entree ruzie maakt met de gastheer. In een ingestudeerde grap vat hij zijn ontwikkeling (en de film) samen: “Wat krijg je als je een geestelijk gestoorde eenzaat kruist met een maatschappij die hem in de steek laat en als afval behandelt? Je krijgt wat je verdient.” En na die woorden schiet hij Murray door het hoofd:

Deze hele ontwikkeling, van gebrek aan liefde en daardoor eigenwaarde, via de vergeefse zoektocht naar (veel te hoge verwachtingen van) status, naar de door de elite ingewreven eigen verantwoordelijkheid voor alle mislukkingen en de isolatie van de verliezer, die in geweld zijn enige mogelijkheid tot het verkrijgen van status ziet – deze ontwikkeling loopt parallel met de vorming van diepe ressentiment-gevoelens in Arthur.

Net als bij alle personen die door ressentiment worden gedreven, vergelijkt Arthur zich met winnaars als Thomas Wayne of Murray Franklin. Hun succes maakt zijn verlies des te ondraaglijker. Vervolgens wordt hij (en de menigte ‘clowns’ met hem) bevangen door het gevoel dat hun verlies niet op een eerlijke manier tot stand is gekomen, dat de verdeling van welvaart en status niet eerlijk is en dat de procedure niet fair en transparant was. Die gevolgtrekking maakt de conclusie onontkoombaar: dat de winnaars de schuld zijn van het leed van de verliezers.

En, zoals ik al eerder heb geschreven, niet helemaal onjuist. Want de winnaars, de elite, in Joker, valt voldoende te verwijten. De elite in Gotham is blind voor de ellende van de ‘gewone man’ en bezuinigt op diens voorzieningen. Zoals Arthur’s consulente het verwoordt: “Ze geven niet om mensen als jij en ze geven ook niet echt om mensen zoals ik.”

De moordlust van Arthur en de vernielzucht van de demonstranten worden er niet door gerechtvaardigd, maar de wijze waarop Gotham City menselijk afval schept, een gehele klasse van overbodige mensen, en de wijze waarop die mensen op hun marginalisering reageren, is een waarschuwing voor onze maatschappij.

Laat Joker niet de film van 2020 worden.