209. Een nieuwe jaartelling

Posted on Aug 30, 2018 in Blog, Featured, Uncategorized

209. Een nieuwe jaartelling

Sinds een jaar of vijftien ben ik lid/contribuant van de Long Now stichting, een Amerikaanse organisatie die het lange-termijn denken wil bevorderen. Oprichter Stewart Brand besloot in 1996 dat onze maatschappij teveel gefixeerd was op de korte termijn en dat het nodig was een tegenwicht te bieden. Dat tegenwicht biedt de Long Now door lezingen, maar ook door concrete projecten.

Zo is de stichting bezig met het bouwen van een klok die 10.000 jaar moet werken en daardoor mensen meer inzicht moet geven in Deep Time, in de immensiteit van het verleden en de toekomst. Verder is er het Rosetta Project, een digitale bibliotheek van menselijke talen, en de Long Bets, een wedkantoor voor weddenschappen op de lange termijn (over interessante maatschappelijke zaken, niet over wie de volgende verkiezingen of WK wint).

In het kort is het streven van de stichting om ons een ander gevoel van ‘nu’ te geven, een bredere, diepere zin van wat momenteel relevant is.
De naam Long Now komt van mede-oprichter Brian Eno, die, toen hij naar New York verhuisde, verrast was door de verschillende betekenis van ‘nu’ in Engeland en de VS. In Amerika betekent ‘nu’ iets als ‘in deze kamer’ en ‘de afgelopen/komende vijf minuten’. In Engeland kan ‘nu’ een veel grotere ruimte en tijdsspanne aanduiden.
Brand en Eno willen door hun stichting een Lang Nu bevorderen.

Jaartelling
Ik schreef eerder dat de Long Now Foundation is opgericht in 1996. De stichting zelf schrijft dat jaartal echter als 01996, om ons perspectief uit te breiden naar 10.000 jaar (en met vijf cijfers kunnen we zelfs veel verder gaan, tot AD 99999!). Stewart Brand werd zelf geboren in 1938 en maakte mee hoe in zijn jeugd en volwassenheid steeds werd verwezen naar het ‘magische’ jaar 2000 – alsof de geschiedenis dan op zou houden! De vijfcijferige jaartelling was een poging van Brand om mensen over deze drempel te krijgen.

Ik denk dat Brand’s idee van een ‘uitgebreidere’ jaartelling heel goed is. Ik denk echter ook dat er nog wat aan valt te verbeteren.

De nadelen van de Long Now-jaartelling:

1. Hoewel de telling ver in de toekomst doorgaat (en vooruitwijst), handhaaft hij het moderne perspectief dat maar tweeduizend jaar teruggaat – en alle eerdere gebeurtenissen moet plaatsen via de onhandige constructie ’5000 jaar voor…’ of ’399 voor…’ Het is toch raar om te schrijven dat keizer Augustus leefde van 63 jaar voor een bepaald punt tot 14 jaar na een bepaald punt?
2. Zeker wanneer het zaken betreft die langer dan een paar duizend jaar geleden plaatsvonden, is het vaak handiger om te zeggen ’50.000 jaar geleden’ dan ’48.000 jaar voor de gepostuleerde geboorte van de centrale figuur in het Christendom, waarmee wij onze jaartelling beginnen, 2000 jaar geleden’. Maar daarmee krijg je twee tellingen naast elkaar.
3. Ook als je ons jaar 02018 niet laat voorafgaan door ‘Anno Domini’ of ‘na Chr.’ maar door ‘onze jaartelling of ‘Common Era’ blijft het wat vreemd dat ons Westerse, Christelijke perspectief heersend moet zijn voor de gehele mensheid. We schuiven daarmee andere jaartellingen achteloos aan de kant, zowel oudere (Joods, Chinees, boeddhistisch) als jongere (islamitisch, Japans). En niet voor een objectieve, overkoepelende jaartelling, maar voor een subjectieve, particuliere.

Uit mijn bovenstaande argumenten kan de lezer concluderen aan welke eisen een jaartelling volgens mij zou moeten doen:

1. Er moet een beginpunt zijn waar niks meer voor ligt, zoals bij Ab Urbe Condita, ‘vanaf de stichting van de stad’, de maatstaf waarmee de Romeinen gebeurtenissen in hun geschiedenis dateerden.
2. Dat beginpunt moet universeel zijn voor de gehele mensheid, niet slechts voor een deel (zoals de Franse revolutie of de vlucht van Mohammed naar Jathrib).
3. De vorm van de jaartelling moet tonen hoeveel tijd er al verstreken is en hoeveel er nog gaat komen –  hoe ‘diep’ onze tijd is.

Een voorstel
Als we een absoluut beginpunt zoeken, gaat er natuurlijk niks boven de Big Bang, het ontstaan van ons universum 13,7 miljard jaar geleden. Een dergelijke tijdsschaal mist echter de menselijke maat en datzelfde bezwaar geldt ook voor het ontstaan van de aarde (4,5 miljard jaar geleden) of van het aardse leven (3,5 miljard jaar, maar misschien wel 4,3 miljard jaar geleden).
Om een menselijke maat te vinden voor onze jaartelling moeten we – duh – naar het ontstaan van mensen kijken. En dan niet de eerste rechtoplopende apen of gereedschapmakers, want dan zitten we nog met een schaal van miljoenen jaren die grotendeels ‘leeg’ zijn van menselijke gebeurtenissen.
Praktischer wordt het allemaal als we kijken naar de ontwikkeling van ‘onze’ mensensoort, de homo sapiens.

Als we het ontstaan van de Sapiens als beginpunt willen nemen, stuiten we echter op een paar problemen. De evolutie van Sapiens uit een eerdere soort kan namelijk niet preciezer gedateerd worden dan ‘ergens rond 300.000 jaar geleden’ – terwijl onze voorouders zich daarna ook nog hebben gemengd met onafhankelijk ontstane mensensoorten die ze op hun tocht ‘Out of Africa’ ontmoetten. Dat weten we uit genetisch onderzoek.

En op deze tijdsschaal van een paar honderd millennia gebeurde er ook weer heel lang ‘niets’ dat vermeldenswaardig was.
Stel dat we de jaartelling starten bij de ‘geboorte’ van Homo Sapiens en het huidige jaar als 302018 kenmerken. De eerste ‘gebeurtenis’ op die tijdsschaal heeft dan pas plaats in (ongeveer) het jaar 200.000, wanneer onze voorouders (in een derde menselijke emigratiegolf) Afrika verlaten (en we weten eigenlijk alleen dat dit tussen 185.000 en 215.000 gebeurde, wat dus ook niet echt een ‘jaartal’ oplevert).
Misschien dat archeologie en paleontologie dat ‘tijdswak’ nog gaan invullen, maar waarschijnlijk niet: van 000000 tot 200.000 gebeurde er gewoon niet zoveel met Sapiens, behalve dat de soort zich langzaam over Afrika verspreidde.
Zoals Jared Diamond en Yuval Noah Harari hebben geschreven, was Sapiens al die tijd niet meer dan een redelijk onopvallende apensoort, die wat simpele gereedschappen bezat maar bepaald niet de top-predator van zijn omgeving was. Net als de in die periode levende Neanderthalers en Aziatische mensensoorten had de Afrikaanse homo geen gespecialiseerde gereedschappen als messen, naalden, touwen of netten, of samengestelde instrumenten als pijlen en speren; geen zeevaart, geen lokale culturen en waarschijnlijk geen taal.
Honderdduizend jaar geleden waren er moderne mensen die anatomisch niet van ons te onderscheiden waren (en genetisch waarschijnlijk niet meer dan 0.1 procent), maar die alles misten wat wij typisch menselijk vinden.

Ons jaar 1 kan dus niet aan de opkomst en verspreiding van de Homo Sapiens gekoppeld worden, we moeten het iets dichterbij zoeken: rond het moment waarop mensen hun huidige karakteristieken ontwikkelden. Het punt waarop ze de middelen ontwikkelden om zich binnen enkele millennia over de continenten te verspreiden. Om groot wild te jagen (en uit te roeien). Het tijdvak waarin ze taal, religie, kunst creëerden. Het moment dat innovatie een belangrijke eigenschap werd.

Dit punt is niet precies bekend – en de ontwikkelingen varieerden natuurlijk ook van plaats tot plaats. In Oekraïne maakten ze huizen van mammoetbotten, in Frankrijk schilderden ze mammoeten op de wanden van grotten. En veranderingen vonden niet plaats van de ene dag op de andere: 90.000 jaar geleden ontmoetten Sapiens en Neanderthaler elkaar in het middenoosten als gelijkwaardige mensensoorten, die 30.000 jaar in dezelfde regio zouden wonen. Ongeveer 45.000 jaar geleden trok een superieure Sapiens-variant naar Europa, om daar binnen vijfduizend jaar de Neanderthalers te verdringen.

Het lijkt er dus op dat ergens rond 60.000 jaar geleden onze voorouders nieuwe vermogens ontwikkelden die hen binnen enkele duizenden jaren de dominante soort deden worden – onder mensen, apen en zoogdieren.
Jared Diamond noemt deze ontwikkeling de Grote Sprong Voorwaarts en ik stel voor dat we bij dat punt onze nieuwe jaartelling laten beginnen – met terugwerkende kracht.
Dat betekent dat we het huidige jaar volgens mij zouden moeten vaststellen als het jaar 60.000. Of, nog beter, als 060.000, om te benadrukken dat mensen niet alleen een lang verleden hebben, maar ook een lange toekomst. En een lang nu.

In deze jaartelling is Rome dus gesticht in 057.229 en leefde Augustus van 057.937 tot 058.014. Boeddha van 057.550 tot 057.630. De Middeleeuwen waren ongeveer van 058.500 tot 059.500 – niet zo in het midden, dus. Het schrift ontstond rond 054.500 in Soemer. De grotten van Lascaux werden beschilderd tussen 045.000 en 050.000, de Venus van Willendorf werd gemaakt rond 035.000.
Homo Sapiens bereikte rond 015.000 Europa en Australie, rond 025.000 de arctische gebieden, rond 042.000 Amerika.

Ik weet niet hoe het voor anderen is, maar als ik deze jaartallen lees, word ik vervuld door twee soorten gedachten, die tegelijkertijd intense gevoelens zijn:
1. Wat is onze menselijke geschiedenis diep (al is het een oogwenk in termen van evolutie of geologie) en wat zijn gebeurtenissen als de stichting van het Romeinse Rijk of die van het boeddhisme eigenlijk nog maar kort geleden!
2. Alles wat wij ‘geschiedenis’ noemen – inclusief wat voorheen ‘pre-historie’ heette – is overduidelijk één verhaal, het verhaal van Homo Sapiens, die ondanks al zijn variëteit één verleden en één toekomst heeft.

En dat leidt eigenlijk vanzelf tot een derde gedachte: dat we samen één lang nu delen.